Vrouwelijke zoogdieren krijgen meer jongen als een man zorgt voor eten op tafel of bijdraagt aan het grootbrengen van het kroost. Zorg door mannen resulteert in een kortere lactatieperiode, grotere nesten met nakomelingen en er wordt vaker gepaard.

Een vrouwtjeszoogdier offert veel op om een jong groot te brengen. Zo kost het veel energie om voeding te produceren. Het gemiddelde mannetje is echter nogal lui aangelegd. Slechts tien procent van de mannetjeszoogdieren helpt direct of indirect bij het vinden van voedsel.

Toch heeft het een grote impact wanneer mannen wel besluiten om de handen uit de mouwen te steken. Onderzoekers Hannah West en Isabella Capellini van de universiteit van Hull analyseerden een dataset met allerlei gegevens over 529 zoogdieren. Denk bijvoorbeeld aan de gemiddelde lactatieperiode (hoe lang een vrouwtje melk geeft), wie voor voedsel zorgt en hoe groot een nest gemiddeld is.

Uit de analyse blijkt dat het evolutionair gezien slim is voor mannetjeszoogdieren om mee te helpen. West en Capellini beweren dat deze zoogdieren grotere nesten krijgen, dat de lactatieperiode korter is en dat de melk van betere kwaliteit is. Daarnaast wordt er vaker gepaard.

Er is overigens nog een belangrijke reden waarom het goed is dat een man zich ontfermt over een vrouw en zijn jongen. Een mannetjeszoogdier beschermt zijn familie tegen roofdieren, waardoor meer jongen overleven.