Zoogdieren beschikken wellicht over de biochemische machinerie om morfine te produceren. Dat concludeert onderzoeker Meinhart Zenk nadat hij muizen injecteerde met een precursor van morfine en later in de urine van muizen sporen van kant-en-klare morfine vond.

Een precursor is een voorloper van een andere stof en maakt zelf ook deel uit van die stof. In dit geval is het een voorloper van morfine. De onderzoekers dienden de muizen enkele bestanddelen van de pijnstiller toe en vervolgens vonden zij in de urine van de muizen morfine. Dat wijst erop dat muizen de morfine met behulp van de bestanddelen zelf hebben samengesteld.

Het onderzoek is baanbrekend. Morfine is een effectieve pijnstiller die totnogtoe enkel in klaprozen werd aangetroffen. Wetenschappers vermoedden al langer dat zoogdieren op natuurlijke wijze morfine konden maken. In het brein bevinden zich namelijk gespecialiseerde receptoren die de morfine konden binden. Het is echter voor het eerst dat dat met zekerheid kan worden vastgesteld.

Het onderzoek suggereert dat zoogdieren een biochemische reactie hebben ontwikkeld die hen in staat stelt om morfine te produceren. En dat is opvallend. Het komt maar zelden voor dat twee soorten (in dit geval: het zoogdier en de klaproos) afzonderlijk van elkaar evolueren en toch dezelfde vaardigheden ontwikkelen.

Om met zekerheid te kunnen vaststellen dat zoogdieren in staat zijn om morfine te produceren, is nog meer onderzoek nodig. Ook moet dan blijken hoe zoogdieren de morfine vormen en welk doel dat heeft.