Als je er even over nadenkt, lijkt het niet onaannemelijk.

Talloze studies hebben aangetoond dat de kans dat iemand kanker krijgt, voor een deel beïnvloed kan worden door zijn levensstijl. Zo hebben mensen die roken, ongezond eten of veelvuldig in de zon gaan liggen bakken een verhoogde kans op kanker. Datzelfde geldt voor mensen die worden blootgesteld aan luchtvervuiling. Onze levensstijl heeft echter niet alleen impact op onszelf, maar ook op andere soorten, zo benadrukken onderzoekers in het blad Nature Ecology & Evolution. Dieren die in of nabij de stad wonen, ademen bijvoorbeeld de door ons vervuilde lucht in en eten de restjes fastfood op het trottoir op. Deze wilde dieren worden dan ook blootgesteld aan factoren waarvan we weten dat ze onder mensen geassocieerd kunnen worden met een verhoogde kans op kanker. Het roept een interessante vraag op: hebben de dieren die zo door onze levensstijl beïnvloed worden dan ook een grotere kans op kanker? In andere woorden: zorgen wij ervoor dat zij kanker krijgen?

Meer onderzoek
Amerikaanse onderzoekers gooien die vraag in een paper in het blad Nature Ecology & Evolution in de groep. Het lijkt geen vergezochte vraag. En toch is er eigenlijk nog nooit onderzoek naar gedaan. En dat moet veranderen, zo stellen de onderzoekers. “Kanker is aangetroffen in alle soorten waarin wetenschappers er naar gezocht hebben en we weten dat menselijke activiteiten van grote invloed zijn op het aantal gevallen van kanker onder mensen,” stelt onderzoeker Mathieu Giraudeau. “Dus de menselijke impact op wilde omgevingen kan wel eens sterk van invloed te zijn op de frequentie waarmee kanker binnen wilde populaties voorkomt.”

Obesitas en licht
Collega Tuul Sepp voegt toe: “Het is al bekend uit onderzoek onder mensen dat obesitas en een tekort aan bepaalde voedingsstoffen kanker kan veroorzaken (…) Ondertussen staan meer en meer wilde soorten in contact met antropogene voedselbronnen. Het is ook al bekend dat blootstelling aan licht in de avond onder mensen kan leiden tot hormonale veranderingen die weer kunnen leiden tot kanker. Wilde dieren die dicht bij steden en wegen leven, hebben met hetzelfde probleem te maken: er is geen duisternis meer. Zo worden bijvoorbeeld de hormonen van vogels – het gaat dan om dezelfde hormonen die bij mensen in verband worden gebracht met kanker – beïnvloed door licht in de avond. Dus de volgende stap is: onderzoeken of het licht ook hun kans op het ontwikkelen van tumoren beïnvloedt.” Maar hoe doe je dat dan? “Ik denk dat het interessant zou zijn om de frequentie waarmee kanker voorkomt onder wilde dieren in leefgebieden die door mensen beïnvloed worden en in ongereptere gebieden waar dezelfde soorten wonen, te meten,” aldus Giraudeau.

Mochten mensen er inderdaad voor zorgen dat meer wilde dieren kanker krijgen, kan dat verstrekkende gevolgen hebben. Zo kan het bijvoorbeeld betekenen dat veel soorten ernstiger bedreigd worden dan gedacht. “Wat voor mij het droevigste is, is dat we reeds weten wat we doen,” aldus Sepp. “We zouden de leefgebieden van wilde dieren niet moeten vernietigen, het milieu niet moeten vervuilen en wilde dieren geen voedsel van mensen moeten geven.” En toch doen we het. Sepp denkt dan ook dat we het van toekomstige generaties moeten hebben. “Onze kinderen leren al veel meer over natuurbehoud dan onze ouders. Dus er is hoop dat de beleidsmakers van de toekomst zich bewuster zijn van de antropogene effecten op het milieu.”