Hoe komt het dat de kosmische achtergrondstraling helderder is op radiogolflengten dan op andere golflengten? Wetenschappers denken dat zwarte gaten in verre sterrenstelsel daar verantwoordelijk voor zijn. De kosmische achtergrondstraling is de warmtestraling die is uitgezonden tijdens de oerknal. Door deze straling in kaart te brengen krijgen wetenschappers een goed beeld van hoe het heelal er kort na de oerknal uit zag.

In juli 2009 ontdekten Britse astronomen met het ballonexperiment ARCADE-2 dat de achtergrondstraling veel helderder is op radiogolflengten. Een internationaal team van astronomen heeft er een verklaring voor gevonden. “We hebben op veel manieren onderzocht hoe dit kan gebeuren”, vertelt astronoom Andy Lawrence van de universiteit van Edinburgh. “Veel verschillende tests faalden, maar gelukkig slaagde er eentje.”

Ieder sterrenstelsel heeft een zwart gat in het centrum. Zo ook alle jonge sterrenstelsels die kort na de oerknal ontstonden. Deze zwarte gaten produceren jets, die radiostraling uitzenden. De zwarte gaten en de jets zijn niet te zien, omdat de afstand te groot is. Wel kunnen al deze verre zwarte gaten gezamenlijk zorgen voor een toename in radiohelderheid van de achtergrondstraling.

Jonge sterrenstelsels produceren meer radiostraling dan volwassen sterrenstelsels in het huidige universum. Lawrence: “Dit komt misschien omdat jonge zwarte gaten sneller draaien dan oudere zwarte gaten.”