De variant – die in mei in Zuid-Afrika opdook en inmiddels in zeven andere landen is vastgesteld – heeft al meer mutaties ondergaan dan elke andere ‘interessante of zorgwekkende’ coronavariant.

Een groot deel van die mutaties kennen we van eerdere zorgwekkende varianten, maar daar bovenop zijn ook enkele nieuwe mutaties aangetroffen. En het is die mix van veranderingen die onderzoekers zorgen baart. Dat is te lezen in een onderzoeksartikel dat nog geen peer-review heeft ondergaan, maar gezien het urgente karakter van de pandemie wel al online is gepubliceerd.

Zorgen
In het artikel beschrijven de wetenschappers de genetische eigenschappen van de Zuid-Afrikaanse variant, die ook wel aangeduid wordt als C.1.2. “Wetenschappers zijn bezorgd over de variant, omdat deze zo snel gemuteerd is,” vertelt dr. Vinod Balasubramaniam, verbonden aan de Monash University in Maleisië en niet betrokken bij de betreffende studie. “De variant is nu tussen de 44 en 59 mutaties verwijderd van het originele virus dat in Wuhan is ontdekt en daarmee is het sterker gemuteerd dan elke andere door de Wereldgezondheidsorganisatie geïdentificeerde Variant of Concern (zorgwekkende variant) of Variant of Interest (interessante variant).”

Mutatie is normaal
Dat het virus muteert, is op zichzelf niet vreemd, zo benadrukt professor Ian Mackay, viroloog aan de University of Queensland en niet betrokken bij het onderzoek. “SARS-CoV-2 blijft muteren, zolang we het virus de kans bieden om zich vrij te verspreiden onder zijn favoriete gastheren: wijzelf.” Professor Sarah Palmer, verbonden aan het Centre for Virus Research aan het Westmead Institute for Medical Research, sluit zich daar bij aan. “De identificatie van een nieuwe COVID-19-variant is niet verrassend. Terwijl dit virus wereldwijd honderden miljoenen mensen infecteert en zich in die mensen vermenigvuldigt, evolueert het ook en past het zich aan.”

Implicaties
Dat onderzoekers zich toch enigszins zorgen maken, heeft te maken met de specifieke mutaties die C.1.2 heeft ondergaan. Zo bevat de variant veel mutaties waarvan – op basis van wat we ook bij eerdere varianten gezien hebben – vermoed wordt dat ze het virus in staat stellen om zich gemakkelijker te verspreiden. Ook zijn er mutaties aangetroffen waarvan gevreesd wordt dat deze het virus in staat stellen om eventuele antistoffen – opgedaan door vaccinatie of een eerdere corona-infectie – te ontwijken. Tegelijkertijd moet echter worden opgemerkt dat de combinatie van deze mutaties in C.1.2 weer net iets anders is dan in andere varianten en onduidelijk is dan ook hoe ze het virus beïnvloeden. In de nieuwe studie is namelijk enkel gekeken naar de genetische eigenschappen van het virus en niet naar hoe deze tot uiting komen in de verspreiding van het virus en het ziekteverloop. “We weten dat het virus enkele mutaties herbergt die individueel bezien zorgwekkend kunnen zijn,” stelt Mackay. “Maar hoe al die mutaties in het virusdeeltje de interactie met elkaar aangaan en wat er gebeurt als het virus mensen binnendringt, is onduidelijk.”

Klein percentage
Wat we wel weten, is dat de virusvariant nog ver van dominantie verwijderd is. In Zuid-Afrika zou zo’n 3 procent van de corona-infecties momenteel voor rekening komen van C.1.2. Maar de variant rukt wel op; in juni was deze nog verantwoordelijk voor zo’n 1 procent van de besmettingen in Zuid-Afrika. Wetenschappers houden de variant dan ook nauwlettend in de gaten, maar er is volgens deskundigen nog geen reden voor paniek. “Het is nog te vroeg om te bepalen of de variant grote problemen gaat veroorzaken en het stokje over gaat nemen van de delta-variant,” stelt professor Adrian Easterman, als epidemioloog verbonden aan de universiteit van Zuid-Australië. “Vergelijkbare zorgen waren er over de Iota-variant die voor het eerst in New York werd gedetecteerd en die werd snel verdreven door de Delta-variant. Op dit moment is C.1.2. nog niet eens een Variant of Interest, laat staan een Variant of Concern. Dus ik denk dat we kalm moeten blijven, de uitmuntende Zuid-Afrikaanse virologen hun werk moeten laten doen en moeten zien wat er de komende weken gaat gebeuren.”

Nieuw vaccin
En zelfs als vervolgonderzoek uitwijst dat het virus niet onder de indruk is van onze door vaccinatie of eerdere corona-infectie opgedane antistoffen, is nog niet alle hoop verloren, zo benadrukt klinisch microbioloog Paul Griffin (niet betrokken bij de studie). “De meeste producenten van vaccins zijn daarop voorbereid en kunnen als dat nodig is in vrij korte tijd een nieuw vaccin genereren dat de nieuwe variant aanpakt.”

Virologen volgen de Zuid-Afrikaanse variant op de voet. Maar in afwachting van vervolgonderzoek dat uit moet wijzen of C.1.2. echt zorgwekkend is, staan ook niet-virologen overigens niet machteloos. Want iedereen kan een steentje bijdragen aan de bestrijding van nieuwe varianten zoals C.1.2. En wel door er alles aan te doen om verspreiding van het virus tegen te gaan. Want hoe meer gastheren het virus vindt, hoe meer gelegenheid het heeft om te muteren. “Je kunt je volledig laten vaccineren om te voorkomen dat je ernstig ziek wordt door een variant van SARS-CoV-2. Je kunt een mondkapje dragen om de kans dat je anderen besmet te verkleinen en je kunt afstand houden van elkaar,” zo somt Mackay op.