planetaire nevel

Astronomen hebben in planetaire nevels het positief geladen molecuul OH+ ontdekt. De vondst is opvallend. Onderzoekers dachten dat dit molecuul – bestaande uit een zuurstof- en waterstofatoom – daar helemaal niet kon bestaan.

Planetaire nevels ontstaan wanneer sterren zoals onze zon sterven. Ze zwellen op tot een rode superreus en stoten hun buitenste materielagen af. Die lagen vormen vervolgen een planetaire nevel die het overblijfsel van de ster – de witte dwerg – omringt. Die witte dwerg zendt intense ultraviolette straling uit.

Kapot
Lang dachten onderzoekers dat het molecuul OH+ niet in die planetaire nevels kon bestaan. Ze vermoedden namelijk dat de straling van de witte dwerg veel moleculen kapotmaakt en bovendien voorkomt dat nieuwe soorten moleculen ontstaan.

Drie nevels
Maar dat klopt niet helemaal, zo ontdekten astronomen toen ze de chemische samenstelling van elf planetaire nevels bestudeerden. In drie van deze nevels ontdekten ze het molecuul OH+. Opvallend genoeg waren in het hart van deze drie nevels juist de heetste witte dwergen te vinden die ook de meest intense straling afgaven. “Wij denken dat ophopingen van gas en stof in de planetaire nevel essentieel zijn voor de vorming van OH+-moleculen,” stelt onderzoeker Isabel Aleman. “De ophopingen worden bestraald met de intense UV- en röntgenstraling waardoor chemische reacties kunnen plaatsvinden die nodig zijn voor het ontstaan van de moleculen.”

Het molecuul – dat nodig is voor het ontstaan van water in planetaire nevels – lijkt vooral te ontstaan op plekken waar koolstofmonoxidemoleculen door UV-straling vernietigd worden. Als de zuurstofatomen zijn losgemaakt, kunnen ze zuurstof-waterstofmoleculen vormen. De UV-straling lijkt het ontstaan van deze moleculen dus juist te bevorderen.