Kwik en algen maakten het water waarschijnlijk ondrinkbaar.

In de negende eeuw stortte delen van het eens zo machtige Maya-rijk in. Halsoverkop werden steden verlaten, waaronder de oude Maya-stad Tikal, gelegen in het gebied dat nu Noord-Guatemala is. Onderzoekers proberen nog steeds grip te krijgen op deze mysterieuze teloorgang van het eens zo grote rijk. En een nieuwe studie gepubliceerd in het tijdschrift Scientific Reports brengt het antwoord weer een stapje dichterbij.

Doodsteek
“Archeologen en antropologen proberen al honderd jaar te achterhalen wat er met de Maya’s is gebeurd,” zegt onderzoeker David Lentz. Om bloot te leggen wat uiteindelijk de doodsteek voor de Maya’s betekende, reisde een team af naar de oude Maya-stad Tikal, daterend uit de derde eeuw voor Christus. Hier bemonsterden ze het sediment van tien waterreservoirs en analyseerden oud DNA dat in de gelaagde klei in vier van de reservoirs werd gevonden.


Vervuild
De bevindingen zijn interessant. Want de waterreservoirs gelegen in het hart van de oude Maya-stad bleken zwaar vervuild. Een analyse wijst uit dat de twee waterreservoirs die het dichtst bij het stadspaleis en de tempel in de buurt liggen, giftige hoeveelheden kwik en blauwalg hebben bevat. “We hebben twee soorten blauwalg gevonden die giftige chemicaliën produceren,” vertelt onderzoeker David Lentz. “Het drinken van dit water – vooral tijdens droogtes – zou mensen ziek hebben gemaakt, zelfs als ze het water kookten.”

Onderzoeker Brian Lane klimt uit het Perdido waterreservoir; één van de onderzochte reservoirs uit de studie. Afbeelding: Nicholas Dunning

De onderzoekers zeggen dat het onwaarschijnlijk is dat de Maya’s deze vervuilde reservoirs gebruikten als drinkwater, om mee te koken of als irrigatie. “Het water moet er smerig uit hebben gezien,” zegt onderzoeker Kenneth Tankersley. “Ook smaakte het waarschijnlijk vies. Niemand had dat water willen drinken.” Gelukkig hoefden de Maya’s het niet helemaal zonder drinkwater te stellen. Zo blijkt dat nabijgelegen reservoirs nog wel fris en schoon water bevatten.

Hoe?
De vraag is natuurlijk hoe de waterreservoirs rond het paleis en de tempel vervuild raakten. Het kwik blijkt in ieder geval niet uit het onderliggende gesteente omhoog te zijn gekomen. Ook is het waarschijnlijk niet afkomstig van vulkanische as die tijdens frequente uitbarstingen in Midden-Amerika neer dwarrelde. Dan zouden ook andere, nabijgelegen stuwmeren kwik moeten hebben bevat. In plaats daarvan waren volgens de onderzoekers de Maya’s zelf de boosdoeners. Volgens Tankersley gebruikten de Maya’s voor het versieren van gebouwen, aardewerk en andere goederen een pigment afgeleid van cinnaber: een roodgekleurd mineraal dat bestaat uit kwiksulfide. “Kleur was belangrijk in de oude Maya-wereld,” licht de onderzoeker toe. “Het werd gebruikt voor muurschilderingen en bij begrafenissen. Gecombineerd met ijzeroxide konden de Maya’s verschillende tinten mengen. We hebben nu zonder enige twijfel aangetoond dat het ontdekte giftige kwik in het water afkomstig is van cinnaber.” Tijdens regenbuien spoelde het kwik uit het pigment de waterreservoirs in, waar het in de loop van de jaren ophoopte.


Verlaten
Volgens de onderzoekers zouden deze zwaar vervuilde reservoirs de reden zijn geweest voor vele wegtrekkende onderdanen. “Dat deze belangrijke waterreservoirs veranderden in ziekteverwekkende bronnen heeft zowel praktisch als symbolisch bijgedragen tot het verlaten van deze prachtige stad,” zo schrijven de onderzoekers. Al hebben natuurlijk ook andere factoren een rol gespeeld. Wetenschappers denken dat zowel economische, politieke en sociale factoren mensen ertoe heeft aangezet te verhuizen. Het klimaat speelde ongetwijfeld ook een rol. “De Maya’s hadden last van een langdurig droog seizoen,” vertelt Lentz. “Gedurende een deel van het jaar was het regenachtig en nat. De rest van het jaar was het juist kurkdroog. De Maya’s hadden waarschijnlijk moeite met het vinden van water.” Het betekent dat de droogte die in de negende eeuw heerste heeft bijgedragen aan de ontvolking en de uiteindelijke verwaarlozing van de oude Maya-stad.

Droogte
Het is overigens niet voor het eerst dat de ondergang van het eens zo machtige Maya-rijk in verband wordt gebracht met het klimaat. Op basis van metingen ontdekten wetenschappers al eerder dat de jaarlijkse neerslag ten tijde van de ineenstorting tussen de 41 procent en 54 procent daalde. Op sommige piekmomenten was er zelfs een daling van de regenval van 70 procent. Ook de algehele vochtigheid daalde met 2 tot 7 procent vergeleken met vandaag de dag. Deze droogte had vervolgens invloed op de landbouw en op de opbrengst van bijvoorbeeld maïs; één van belangrijkste gewassen uit de Maya-cultuur.

Onderzoek naar de eeuwenoude beschaving gaat door. Want de oude Maya-cultuur blijft wetenschappers intrigeren. “Als ik naar de oude Maya’s kijk, zie ik een verfijnd volk met een zeer rijke cultuur,” zegt Tankersley. Het team is van plan terug te keren naar het schiereiland Yucatan. Want er zijn nog vele mysteries die over deze opmerkelijke periode in de menselijke beschaving ontraadseld kunnen worden.