Antimaterie, de omgekeerde staat van materie (oftewel negatieve materie), is moeilijk te vinden en nog moeilijker om te analyseren. Toch hebben wetenschappers een zwaar antimateriedeeltje gevonden in het Brookhaven laboratorium. Het deeltje bevat een antiproton en een antineutron.

Het antimateriedeeltje is gevonden door het analyseren van botsingen van hoogenergetische gouden ionen in de Relativistic Heavy Ion Collider, een deeltjesversneller in het Brookhaven laboratorium in New York. Een antimateriedeeltje lijkt in eerste instantie op een gewoon materiedeeltje, maar de lading is precies tegenovergesteld. Als een deeltje met zijn antideeltjes botst, vernietigen ze elkaar. Dit proces wordt in de wetenschap annihilatie genoemd.

Het is een belangrijke vondst. De theorie over antimaterie is bekend, maar feiten die de theorie ondersteunen zijn moeilijk te vinden. De nieuwe antikern is de potentiële Steen van Rosetta om antimaterie te ontrafelen.

Naast een antiproton en een antineutron vonden wetenschappers een anti-Lambda deeltje. Daarnaast troffen ze een anti-strange quark aan. Hierdoor is het antimateriedeeltjes niet zomaar een antikern, maar een antihyperkern.

“Deze experimentele ontdekking heeft mogelijk onverwachte consequenties voor onze blik op de wereld”, vertelt fysicus Horst Stoecker. “Antimaterie opent de deur naar nieuwe dimensies op de nucleaire kaart. Dit zagen wij jaren geleden nog als onmogelijk.”

Door deze ontdekking kunnen wetenschappers betere modellen maken van neutronensterren. Ook kan het jonge heelal vlak na de oerknal nog beter in kaart worden gebracht. Wetenschappers denken dat er tijdens de oerknal evenveel materie als antimaterie was. Toch was er meer materie dan antimaterie. Na het annihilatieproces bleef er dus alleen wat materie over. Daarom bestaat het huidige heelal bijna alleen maar uit materie. De straling in het tegenwoordige heelal is mogelijk afkomstig van de annihilaties.