ASTRONOMIE  Nederlandse wetenschappers zijn erin geslaagd om de afstand van de aarde tot het dichtstbijzijnde zwarte gat te meten. Het gaat om zo’n 7800 lichtjaren. En daarmee is het zwarte gat veel dichterbij dan voorafgaand werd gedacht. De wetenschappers trokken deze conclusie door stralingen te meten.

De buitenste lagen van de ster V404 Cygni worden in het zwarte gat gezogen. Hierbij komen veel radiogolven en X-straling vrij. Door deze stralingen te meten, konden de wetenschappers de afstand van de aarde tot het zwarte gat bepalen.

Voorafgaand aan het onderzoek werd aangenomen dat de afstand tot het dichtstbijzijnde zwarte gat bijna twee keer zo groot zou zijn. Volgens de onderzoekers heeft de huidige afstandsberekening slechts een foutmarge van minder dan 6 procent.

De metingen hebben de onderzoekers ook andere inzichten verschaft. Zo weten ze dat het zwarte gat ontstaan is door de explosie van een supernova en dat het zwarte gat met zo’n veertig kilometer per seconde door de ruimte beweegt. “Met deze informatie hebben we een beter beeld gekregen van hoe een zwart gat zicht ontwikkelt,” legt Peter Jonker uit. “We hopen nu in staat te zijn om de vraag te beantwoorden of er een verschil is tussen zwarte gaten die direct ontstaan na een explosie van een ster, zonder een supernova en zwarte gaten die ontstaan via een supernova en een neutronenster. Wij verwachten dat de zwarte gaten in de laatste categorie een ‘trap’ krijgen (…) en dus sneller door de ruimte bewegen.” Gek genoeg is V404 zo’n ster uit de laatste groep, maar heeft deze niet de verwachte ‘trap’ gekregen.

De metingen zullen binnenkort ook op andere zwarte gaten worden toegepast. Nader onderzoek zal dan wellicht bovendien antwoord kunnen geven op vragen zoals die van Jonker.