De laatste keer dat het zwarte gat in het centrum van het Melkwegstelsel een goede maaltijd heeft gehad is ongeveer zes miljoen jaar geleden.

Deze conclusie trekken astronomen na een analyse van de zogenoemde Fermi-bubbels nabij het zwarte gat. Dit zijn twee enorme hete gasbubbels die uit het hart van ons sterrenstelsel komen zetten. De Hubble-telescoop berekende de leeftijd van de noordelijke bel en heeft uitgezocht hoe de bel is ontstaan.

Wat blijkt nu: zes miljoen jaar geleden heeft het supermassieve zwarte gat in de centrum van de Melkweg een flinke hoeveelheid gas verorberd. Na deze vorstelijke maaltijd liet het zwarte gat een flinke boer, waardoor er twee flinke gasbellen ontstonden met een gewicht van miljoenen zonnen. Dit zijn de Fermi-bubbels die nu boven en onder het galactische centrum hangen.

“Voor het eerst weten we in welke richting het koude gas in de noordelijke bel beweegt,” vertelt hoofdonderzoeker Rongmon Bordoloi van het MIT in Cambridge. “Dankzij deze gegevens kunnen we achterhalen hoe snel de bel groeit en wanneer deze is ontstaan.”

Snacks
Sinds de schranspartij heeft het zwarte gat het moeilijk. “De afgelopen zes miljoen jaar at het zwarte gat alleen nog maar snacks”, zegt Bordoloi.

Quasars
De onderzoekers gebruikten 47 quasars om de richting van het gas in de bel te achterhalen. Een quasar is een extreem heldere kern van een jong sterrenstelsel. Het licht van deze quasars reist namelijk door de gasbel heen, zoals ook te zien is op de afbeelding hieronder.

Wetenschappers hebben het licht van de quasars geanalyseerd en slaagden er in om de informatie over de snelheid, samenstelling en temperatuur van het gas in de gasbel te bepalen. Zo blijkt dat het gas in de bel een temperatuur te hebben van zo’n 10.000 graden Celsius. Dat betekent dat het gas in de gasbel warmer is dan het oppervlak van de zon.

23.000 lichtjaar
Ook leuk om te weten is dat de rand van de noordelijke bel inmiddels 23.000 lichtjaar boven de Melkweg uittorent.