Een surreële vraag? Niet voor plesiosaurussen. En daarom hebben wetenschappers nu uitgezocht hoe zij zich in het water voort wisten te bewegen.

In de tijd dat de dinosaurussen de dienst uitmaakten op het land, waren de plesiosaurussen heer en meester in de zee. De zeereptielen – die waarschijnlijk onder meer vis en kleine zeereptielen aten – konden vrij groot worden en werden gekenmerkt door een lange nek. Die nek kon – afhankelijk van de soort – tot wel zeven meter lang worden.

Een versimpeld model van een plesiosaurus. Afbeelding: Pernille V. Troelsen.

Modellen
Maar hoe bewogen de plesiosaurussen zich met die lange nek door het water voort? Engelse wetenschappers hebben dat nu met behulp van 3D-modellen uitgezocht. Ze simuleerden met de modellen de bewegingen van de plesiosaurussen wanneer deze zich met gestrekte of gebogen nek door het water verplaatsten. Gekeken werd hoe het buigen van de nek de waterstroom rond het dier beïnvloedde.

Gebogen bij lage snelheid
Het onderzoek wijst uit dat het voor de plesiosaurussen het gemakkelijkst was om de nek recht te houden.”Een gestrekte nek zou hydrodynamischer zijn dan een gebogen nek en door de druk die op een gebogen nek staat, zouden plesiosaurussen de nek waarschijnlijk alleen buigen wanneer ze zich met lage snelheden bewogen of wanneer ze dreven,” vertelt onderzoeker Pernille Troelsen. Niet alleen de mate waarin de nek gebogen werd, bleek van invloed te zijn op de hydrodynamische weerstand, ook de plek waar de nek zich boog speelde een grote rol.

Jagen als een slang?
Al met al hadden de plesiosaurussen dankzij hun lange nek met flink wat weerstand te maken in het water. Troelsen denkt dan ook dat de zeereptielen niet heel actief achter hun prooi aanzwommen. Hun jachtstrategie zou meer overeenkomsten hebben gehad met die van een slang of krokodil (zie kader).

Onderzoekers vermoeden dat plesiosaurussen een lange nek ontwikkelden om meer prooien te kunnen grijpen. Mogelijk lagen de zeereptielen stilletjes op de bodem van de zee of dreven ze stiekempjes aan het oppervlak. Dankzij die lange nek – die ze opeens konden strekken – konden ze gemakkelijker ongezien een prooi besluipen of een snel langszwemmende prooi uit het water grijpen.

Betere modellen
Troelsen hoopt haar model in de toekomst verder te kunnen verbeteren en zo nog nauwkeuriger te kunnen zeggen hoe de plesiosaurus zich voortbewoog. Daartoe zal ze zich moeten buigen over fossiele resten van de plesiosaurussen om meer te weten te komen over de vorm en buigzaamheid van de nek. “Toekomstige studies zullen digitaliseerde nekwervels van echte plesiosaurussen integreren wat leidt tot een realistischere benadering.”

Vervolgonderzoek is inderdaad geen overbodige luxe. Want de plesiosaurussen zijn in veel opzichten nog een mysterie. “We hebben wel ideeën over waarom ze lange nekken hadden (zie kader, red.), maar we begrijpen nog altijd niet hoe ze zich voortbewogen.” Dat is goed te verklaren: “Dit waren extreem succesvolle dieren die 140 miljoen jaar bestonden, maar we hebben geen levende equivalenten waarmee we ze kunnen vergelijken.”