Vroeger kwamen op de aarde reuzeninsecten met spanwijdtes van wel 70 centimeter voor. En wetenschappers denken nu eindelijk te weten wat ervoor zorgde dat deze giganten verdwenen.

Wanneer we het vandaag de dag over insecten hebben, dan denkt u waarschijnlijk aan kleine, kriebelende beestjes. Enkele honderden miljoenen jaren geleden was dat echter wel anders. Enorme insecten met een spanwijdte van flinke vogels kwamen overvloedig op aarde voor. Voor velen zal het een geruststellende gedachte zijn dat deze insecten vandaag de dag niet meer voorkomen. Maar voor onderzoekers is het een echte hoofdbreker: want wat zorgde ervoor dat deze insecten verdwenen?

WIST U DAT…
…er in de tijd van de dino’s ook enorme vlooien op aarde leefden?

Zuurstof
In eerste instantie dachten onderzoekers dat het iets te maken had met zuurstof. De concentratie zuurstof zou in de tijd van de enorme insecten veel hoger zijn geweest (zo’n 30 procent, vandaag de dag is dat 21 procent). Hierdoor konden de insecten veel meer zuurstof binnenkrijgen en moeiteloos groter worden.

Jura
Onderzoekers van de universiteit van Californië Santa Cruz vroegen zich echter af of die verklaring wel klopte. Ze bestudeerden meer dan 10.000 fossiele resten van insecten en maten de spanwijdte. Ook keken ze hoe de concentratie zuurstof zich door de jaren heen ontwikkelde. Ze ontdekten dat het verband tussen die twee helemaal niet zo sterk was, zo meldt het blad Proceedings of the National Academy of Sciences. “Aan het eind van het Jura en het begin van het Krijt stijgt de concentratie zuurstof, maar de grootte van insecten neemt af,” vertelt onderzoeker Matthew Clapham. “En dat valt keurig samen met de evolutie van vogels.”

Klein is fijn
In die tijd ontstaan de vogels en binnen enkele tientallen miljoenen jaren heersen deze over het luchtruim. Vanaf dat moment is het voor insecten niet belangrijk meer om groot te zijn. Sterker nog: het is belangrijker om klein te zijn. Het stelt de insecten namelijk in staat om snel te manoeuvreren en vogels te ontwijken. 90 en 65 miljoen jaar geleden nam de grootte van insecten nogmaals sterk af. “Ik vermoed dat dat het resultaat is van de specialisatie van vogels,” stelt Clapham. “De eerste vogels waren niet zulke goede vliegers. Maar aan het eind van het Krijt leken de vogels sterk op de moderne vogels.”

Het onderzoek van Clapham en zijn collega’s richt zich enkel op de verandering in grootte van de grootste insecten. Dat is ook het gemakkelijkste: van deze grote insecten zijn veel meer fossiele resten teruggevonden dan van de kleinere. Het is dus ook lastiger om vast te stellen hoe de kleinere insecten reageerden op de komst van de vogels.