Seks is stuk minder vies als u opgewonden bent

Waarom is het dat we seks zo fijn vinden, terwijl het eigenlijk ook maar een hele vieze bezigheid is? Speeksel, zweet, lichaamsgeuren… We vinden dat een stuk minder storend wanneer we opgewonden zijn, wijst nieuw onderzoek uit.

Het onderzoek werd uitgevoerd door psychologe Charmaine Borg van de Rijksuniversiteit Groningen. “We hebben al eerder onderzoek gedaan naar seksuele stoornissen bij vrouwen, bijvoorbeeld waarom ze niet opgewonden worden,” vertelt ze aan Scientias.nl. “Dit onderzoek draait het juist om. We kijken juist naar wat vrouwen wél kunnen verdragen bij opwinding. Het lijkt misschien een luchtig onderzoek, maar het kan vrouwen met deze problemen wel degelijk helpen.”

Praktisch
Het is niet de eerste keer dat er wordt gekeken naar walging tegenover opwinding. Al een paar jaar eerder kwamen onderzoekers tot de conclusies die Borgs team trok. “Maar die conclusies waren puur theoretisch. Wij hebben voor het eerst een praktisch onderzoek gedaan, met tests waarbij we het resultaat zelf konden meten.” Bij eerdere onderzoeken moesten deelnemers zelf een cijfer geven aan hun opwinding of hoe vies ze iets vonden.

Wist u dat…
… wetenschappers ooit keken naar het brein van de vrouw in opgewonden staat?

Vreemd
Het onderzoek moet vreemd zijn geweest voor de participanten. Die werden in drie groepen verdeeld. Eerst keken de deelnemers een film. Die duurde een half uur en bepaalde hoe opgewonden de deelnemers zouden zijn vóór ze enkele nogal smerige taken uit zouden voeren. Het ging om een vrouwvriendelijke pornofilm (waar de deelnemers seksueel opgewonden van werden), een filmpje over extreme sporten (dat een adrenalineboost moest geven) en ten slotte een filmpje waarbij allerlei landschappen vanuit een trein werden getoond. Dat laatste deed de deelnemers niet zoveel.

Vieze taken
Daarna voerden de deelnemers een aantal taken uit die op z’n zachtst gezegd niet al te fris waren. Zo moesten ze een ‘gebruikte’ tampon oppakken en weggooien, of hun hand in een schaal ‘gebruikte’ condooms leggen. De deelnemers wisten niet dat de tampons en condooms niet echt gebruikt waren, maar bewerkt waren met bijvoorbeeld inkt of een vorm van glijmiddel. De taken waren niet alleen seksueel gerelateerd: de deelnemers moesten ook een natte haar vastpakken, of uit een beker drinken waar een (nep)insect in zat. Borg: “We wilden zeker weten dat er ook een verschil was tussen seksuele opwinding en ‘gewone’ opwinding.”

“Uit het onderzoek bleek dat de groep die seksueel opgewonden was, veel minder problemen had met de vieze taken dan de andere twee groepen,” zegt Borg. “De reden daarvan weten we nog niet precies, maar we kunnen nu wel een mogelijke oorzaak aanwijzen van seksuele stoornissen bij vrouwen.”

UPDATE: Borg heeft haar onderzoek inmiddels een vervolg gegeven en richtte zich daarbij op vrouwen met vaginisme (hierbij trekken de spieren rondom de vagina zich samen, waardoor geslachtsgemeenschap praktisch onmogelijk wordt) en vrouwen met dyspareuni (pijn bij penetratie). Aan het begin van het onderzoek verwachtte Borg dat vrouwen met vaginisme meer zouden walgen bij het zien van bepaalde seksuele handelingen dan vrouwen die dat niet hebben. Dat bleek niet het geval. Borg vertelt hierover: “Bij hersenscans bleek dat vrijwel alle vrouwen bij beelden van penetratie op dezelfde manier reageerden als op beelden van walgstimuli als bedorven voedsel, vieze wc’s of verwondingen en verminkte lichamen. Ook de vrouwen zonder seksuele problemen. Seksuele opwinding is blijkbaar een enorm krachtig middel om die walging te onderdrukken. Maar zodra de opwinding voorbij is kom je weer tot bezinning.” Dit was een verrassend resultaat van het onderzoek van Borg.

Het experiment
Om deze veronderstelling te testen werd aan drie groepen vrouwen gevraagd een aantal opdrachten uit te voeren. Deze taken waren of seksueel gericht of niet direct gerelateerd aan seks en varieerden van het nemen van een slok water waarbij een kakkerlak in het glas zat tot en met het aanraken van een gebruikt condoom. Uit experimenteel uitgelokte seksuele opwinding bleek dat de proefpersonen de eerder ervaren walgelijke stimuli minder walgelijk vonden. Ook wilden zij eerder ‘walgelijke’ opdrachten uitvoeren, bijvoorbeeld een slok nemen uit het glas met de kakkerlak.
Bij vrouwen met vaginisme is dit niet het geval. “Vrouwen met seksuele penetratieproblemen uiten duidelijk meer walging dan seksueel gezonde vrouwen. Het is zeer goed mogelijk dat ze daardoor meer spieren onbewust of zelfs bewust aanspannen. Maar al zijn zij zich daarvan bewust, dat betekent niet dat zij er ook wat aan kunnen doen,” aldus Borg.

“Seksuele opwinding is blijkbaar een enorm krachtig middel om die walging te onderdrukken. Maar zodra de opwinding voorbij is kom je weer tot bezinning”

Vies
Ook bij het kijken naar een vrouwvriendelijke pornofilm bleek dat vrouwen met vaginisme of dyspareuni meer walgden dan de gezonde vrouwen. Na de testen kwam Borg erachter dat alleen vrouwen met vaginisme penetratie als ‘vies’ associëren. Dit in tegenstelling tot vrouwen met dyspareunie. Borg vertelt: “Bij metingen reageerden zij met walging, maar blijkbaar stellen zij die initiële associaties bij als zij de tijd hebben om hierover na te denken.” Volgens Borg is dit een verklaring waarom vrouwen met dyspareuni uiteindelijk wel in staat zijn tot geslachtsgemeenschap.

Het succespercentage van de behandeling van vaginisme ligt rond 98%, toch is het niet zo dat beide partijen ar altijd van kunnen genieten. “Het lukt uiteindelijk vaak wel om geslachtsgemeenschap te hebben, maar als echt prettig wordt het niet ervaren, onder meer omdat het gevoel van walging gelijk blijft,” aldus de promovenda. Het onderzoek van Borg toont aan dat angst voor pijn een belangrijke rol speelt bij vrouwen met vaginisme of dyspareunie. Beide emoties, walging en angst liggen heel dicht bij elkaar, maar er zijn verschillen. In ieder geval zijn er genoeg vragen gerezen om het onderzoek naar een mogelijke oplossing voort te zetten. (Update geschreven door Walter Eijndhoven).