Wetenschappers hebben ontdekt dat warm oceaanwater ervoor zorgt dat de ijskappen op Antarctica ook van onderaf ijs verliezen.

De onderzoekers baseren die conclusie op waarnemingen van de ICESat-satelliet. Uit deze waarnemingen blijkt dat de randen van de Antarctische ijskap elk jaar tot zeven meter dunner worden. En dat komt doordat de onderzijden van de ijskappen in aanraking komen met warm oceaanwater. “Op de meeste plaatsen op Antarctica kunnen we het smelten van de sneeuw aan het oppervlak niet verklaren, dus het moet wel veroorzaakt worden doordat warme oceaanstromen het ijs van onderen laten smelten,” stelt onderzoeker Hamish Pritchard.

Warm water
Normaal gesproken bevindt dit water zich op flinke diepte. Maar de oceaanstroming verandert en het warme water bevindt zich nu veel dichter aan het oppervlak. Daar zorgt het water ervoor dat ijskappen massa verliezen. Vooral de ijsplaten die wat dieper liggen, ondervinden hier hinder van.

WIST U DAT…

Gevolgen
Dat de ijskappen dunner worden, heeft ook weer gevolgen voor ijs dat zich in het binnenland van Antarctica bevindt, zo concluderen de onderzoekers in het blad Nature. De drijvende ijskappen voorkomen namelijk dat gletsjers al te gemakkelijk in zee belanden. “Zonder deze ijsplaten kan het landijs tot acht keer zo snel de zee in stromen,” legt onderzoker Stefan Ligtenberg van de Universiteit Utrecht uit. “We zien daarom nu al dat per jaar ongeveer honderd miljard ton ijs verdwijnt van Antarctica.”

Het onderzoek is belangrijk. Door gedetailleerde informatie over het smelten van de ijskappen kunnen ook gedetailleerdere voorspellingen worden gedaan over de zeespiegelstijging. Ook laat het onderzoek zien dat de ijskappen op Antarctica veel kwetsbaarder zijn dan gedacht. “Wat vooral heel interessant is om te zien is hoe gevoelig deze gletsjers zijn,” stelt Pritchard. “Sommige ijskappen verliezen slechts enkele meters ijs per jaar en in reactie daarop brengen de gletsjers miljarden tonnen ijs naar zee. Dit onderschrijft het idee dat ijskappen belangrijk zijn bij het vertragen van gletsjers. Het betekent dat we heel veel ijs aan de zee kunnen verliezen zonder dat we daarvoor zomers nodig hebben die warm genoeg zijn om de sneeuw boven op de gletsjers te laten smelten. De oceanen kunnen al het werk van onderaf doen.”