Bovendien werpt de hand licht op het soort voorouder waaruit mensen en chimpansees zijn geëvolueerd.

De mens, chimpansee en gorilla staan evolutionair gezien het dichtst bij elkaar. Natuurwetenschapper Charles Darwin en andere deskundigen erkenden die evolutionaire relatie tussen deze primaten al op basis van hun gedeelde anatomie. Tegelijkertijd roept dit een aantal prangende vragen op. Want hoe verhouden mensen zich eigenlijk tot andere primaten? En hoe bewogen vroege mensen zich precies voort? Een nieuw onderzoek biedt enkele verrassende antwoorden.

Ardi
In de studie bogen onderzoekers zich over de goed bewaard gebleven hand van de uitgestorven Ardipithecus ramidus, of kortweg Ardi. ”Ardi is een vroege mensachtige uit Ethiopië,” vertelt onderzoeker Thomas Cody Prang in een interview met Scientias.nl. “De leeftijd van de fossiele resten werd vastgesteld op ongeveer 4,4 miljoen jaar, wat betekent dat Ardi meer dan een miljoen jaar ouder is dan de bekende ‘Lucy’. Hierdoor vertegenwoordigt Ardi een vroegere ‘fase’ van de menselijke evolutionaire geschiedenis.” Kort na de vondst van de skeletresten konden onderzoekers uit de bouw afleiden dat Ardi waarschijnlijk van het vrouwelijke geslacht was en ongeveer 50 kilo woog. Maar het skelet vertelt ons nog veel meer. “Ardi heeft bepaalde aanpassingen in de schedelbasis, bekken en voet, wat erop duidt dat ze rechtop kon lopen,” vertelt Prang. “Tegelijkertijd had ze ook nog heel veel weg van een aap, bijvoorbeeld in haar bovenste en onderste ledematen. Ze beschikte over lange, gebogen vingers en een afwijkende, grijpende grote teen, waardoor ze goed kon klimmen en hangen.”

Skeletresten van Ardi. Afbeelding: Wikimedia Commons

De onderzoekers besloten de vorm van Ardi’s hand te vergelijken met honderden anderen handen van mensen, mensapen en apen. Op die manier probeerde het team te achterhalen hoe de eerste mensachtigen zich voortbewogen. De resultaten geven belangrijke aanwijzingen over de bewegingen van de eerste mensachtigen. Daarnaast lichten de resultaten ook een tipje van de sluier op over hoe vroege mensen rechtop begonnen te lopen. Hoe dat precies zit? “Door de hand van Ardi te bestuderen, kunnen we de locomotorische aanpassingen van de vroegste fossiele mensachtigen en de laatste gemeenschappelijke ouder tussen mensen en chimpansees afleiden,” vertelt Prang. “Het locomotorisch gedrag van die laatste gemeenschappelijke voorouder biedt de evolutionaire context voor onze tweevoetigheid.”

Evolutionaire sprong
Het onderzoek leidt tot enkele interessante bevindingen. “We waren verrast dat Ardi’s hand zo duidelijk aapachtig is,” zegt Prang. Maar dat is niet het enige. Zo vonden de onderzoekers bijvoorbeeld bewijs voor een grote evolutionaire ‘sprong’ tussen de hand van Ardi en die van alle latere mensachtigen, inclusief die van Lucy. “Latere mensachtigen hebben over het algemeen een kortere, dikkere hand met een langwerpige duim en gemodificeerde duimgewrichten,” legt Prang uit. Deze evolutionaire sprong vond plaats op een kritiek moment waarop mensachtigen een meer rechtopstaande houding eigen begonnen te maken. Bovendien begonnen ze met het vervaardigen en het gebruik van stenen werktuigen, denk bijvoorbeeld aan de snijsporen die op dierlijke fossielen zijn ontdekt. “Met de verbeterde duimgewrichten konden ze veel beter grijpen en die stenen werktuigen maken,” aldus Prang.

Klassiek idee
De evolutionaire sprong tussen Ardi’s handen en die van latere mensachtigen valt dus precies samen met het moment waarop mensachtigen stenen werktuigen begonnen te maken. Dit gebeurde ruwweg tussen 4,4 en 3,3 miljoen jaar geleden. Bovendien blijkt dat de eerste tekenen van een meer rechtopstaande houding ook op datzelfde moment acte de présence gaven, wat gepaard ging met het verlies van hun grijpende grote teen. “Het klassieke idee van Charles Darwin – dat menselijke handen en voeten samen evolueerden in relatie tot tweevoetigheid – wordt dus op meerdere niveaus in onze studie ondersteund,” aldus Prang. “De evolutie van menselijke handen en voeten gebeurde waarschijnlijk op een gecorreleerde manier.”

Laatste gemeenschappelijke voorouder
Volgens Prang werpt Ardi mogelijk tevens licht op het soort voorouder waaruit mensen en chimpansees zijn geëvolueerd. Dat komt omdat Ardi zo’n oude soort is, waardoor deze mensachtige mogelijk skeletkenmerken heeft die ook aanwezig waren in de laatste gemeenschappelijke voorouder van mensen en chimpansees. Als dat waar is, kan het onderzoekers helpen om de oorsprong van de menselijke afstamming in een duidelijker daglicht te plaatsen. En mogelijk gaan we dan ook beter begrijpen waarom alle hedendaagse mensen eigenlijk rechtop lopen. “De resultaten uit deze studie, samen met recente studies over lichaamsgrootte en voetkenmerken van Ardi, suggereren dat de gemeenschappelijke voorouder van mensen en chimpansees een grote, semi-terrestrische viervoeter was,” stelt Prang. “Hij had waarschijnlijk bepaalde aanpassingen waardoor hij goed kon klimmen en hangen, net zoals levende Afrikaanse mensapen (denk aan chimpansees, bonobo’s en gorilla’s). De vroegste rechtop lopende menselijke familieleden behielden enkele van deze anatomische eigenschappen en gedragskenmerken. Dit impliceert dat ze zich op een andere manier voortbewogen dan welk levend wezen dan ook: ze combineerden tweevoetigheid met klimmen en hangen.”

Volgens de onderzoeker wijst het onderzoek in een belangrijke richting. “Hoewel de Afrikaanse apen de afgelopen miljoenen jaren duidelijk zijn geëvolueerd, vormt Ardi een sterk argument voor de hypothese dat mensen zijn geëvolueerd uit een Afrikaanse, aapachtige ouder,” aldus Prang. Ardi zou dus enkele interessante geheimen kunnen onthullen over onze eigen evolutionaire geschiedenis. Een soort die overduidelijk een mengelmoes van aap en mens was en een soort overgangsfase vertegenwoordigt. Wat dat betreft is Ardi ongetwijfeld één van de meest interessante stapjes in onze lange evolutie.