Nog niet eerder zijn onderzoekers er getuige van geweest dat een insect zo’n lange migratieroute aflegt.

De zwartgevlekte, oranje distelvlinder is een opvallend beestje dat verspreid over het hele land wordt gezien. De distelvlinder is vooral bekend als trekvlinder die in sterk wisselende aantallen passeert. Wetenschappers hebben nu in een nieuwe studie een interessante eigenschap van deze vlinder ontdekt. Want bij gunstige weersomstandigheden kan het kleine, doortastende beestje zelfs de uitgestrekte Sahara-woestijn oversteken.

Distelvlinder
De distelvlinder (Vanessa cardui) migreert in de lente, na het winterse broedseizoen. Maar hoe die trektocht er precies uitziet was tot voor kort onbekend. “We weten dat het aantal distelvlinders in Europa enorm varieert,” vertelt onderzoeker Tom Oliver. “Soms zien we er in het ene jaar wel 100 keer meer dan in het andere jaar. De omstandigheden die dit echter veroorzaken waren onbekend. Er is geopperd dat de vlinders Europa weten te bereiken door de Sahara-woestijn en oceanen over te steken. Maar dat was lange tijd niet bewezen.”

Natte omstandigheden
Om meer te weten te komen over de migratieroute van de vlinder, bogen de onderzoekers zich over verzamelde, lange termijngegevens van duizenden getrainde vrijwilligers. Ook bestudeerden ze gegevens over het klimaat en de atmosfeer in regio’s van Sub-Sahara Afrika en Europa. En toen vielen alle puzzelstukjes op hun plaats. De onderzoekers ontdekten dat rupsen zich voeden met de bladeren van planten die gedijen in nattere winterse omstandigheden, waardoor de aantallen exploderen. Vervolgens migreren ze door de Sahara verder naar het noorden, wanneer er tevens natte en groene blaadjes in Noord-Afrika te vinden zijn. De beestjes planten zich op deze manier gemakkelijk voort, waardoor ze in nog grotere aantallen de Middellandse Zee oversteken en zo in Europa arriveren.

Kaart met het uitgestrekte gebied waar distelvlinders tijdens hun jaarlijkse voorjaarstrek worden gevonden. Afbeelding: Gao Hu et al

De distelvlinders krijgen ook nog op een andere manier letterlijk een duwtje in de rug. Simulaties van de wetenschappers tonen namelijk aan dat er regelmatig een gunstige rugwind tussen Afrika en West-Europa waait. Dit maakt het voor insecten makkelijker om zich op de wind te laten meevoeren.

Langste migratieroute
Al met al komt het erop neer dat er meer distelvlinders het Europese vaste land weten te bereiken wanneer er meer vegetatie tijdens de Afrikaanse winter en in de Noord-Afrikaanse lente groeit, gecombineerd met een gunstige rugwind. En dat is interessant. Het betekent dat het op het eerste gezicht tere vlindertje wonderbaarlijk genoeg in staat is om, wanneer het weer een beetje meezit, de grote Sahara-woestijn over te steken. Bovendien komt het erop neer dat de vlinder zo’n 12.000 tot 14.000 kilometer aflegt; de langste migratieroute die ooit bij een insect is gezien.

Klimaatverandering
Naast het beantwoorden van lang gestelde vragen over vlindermigraties, zijn de bevindingen ook op andere vlakken belangrijk. Zo kunnen de resultaten helpen bij het voorspellen van migraties van andere insecten die mensen behoorlijk in het vaarwater kunnen zitten. Denk bijvoorbeeld aan de sprinkhanen die momenteel Oost-Afrika teisteren, of aan malariamuggen. Het betekent dat de bevindingen uit de studie ons begrip vergroten van hoe insecten die mogelijk voor plagen kunnen zorgen of ziektes met zich meedragen, zich in de toekomst tussen continenten kunnen verspreiden als klimaatverandering de seizoensomstandigheden verandert.

Invasieve soorten
“We genieten wanneer we een distelvlinder in onze achtertuinen zien, maar klimaatverandering zal ook leiden tot verschuivingen in invasieve soorten,” waarschuwt Oliver. “En die kunnen onze gewassen aantasten of ziektes verspreiden. De voedseltekorten in Oost-Afrika herinneren ons eraan dat de gevolgen van klimaatverandering veel dramatischer kunnen zijn dan een paar graden opwarming op het eerste gezicht lijkt.”

Het onderzoek toont aan dat de onwaarschijnlijke reis van de distelvlinder toch mogelijk is. Bovendien blijken bepaalde, klimatologische omstandigheden voorafgaand aan het migratieseizoen een grote invloed te hebben op de aantallen die het halen. En met die opgedane kennis zullen wetenschappers nu gaan proberen om beter te voorspellen welke insectensoorten, en hoeveel ervan, we in de toekomst in verschillende regio’s zullen gaan zien.