Want ook ET heeft het eeuwige leven niet en onze Melkweg is groot.

Er zijn verschillende manieren waarop je naar buitenaards leven kunt zoeken. De bekendste methode – die we ook al een tijdje toepassen – is het afspeuren van het heelal met behulp van radiotelescopen in de hoop een door aliens uitgezonden signaal te vinden. Vooralsnog heeft die zoektocht niks opgeleverd, maar daar kan bij wijze van spreken vandaag nog verandering in komen. Het zou ongetwijfeld voor een hoop opwinding zorgen. Maar onderzoekers zorgen nu reeds – nog voor we het radiosignaal hebben ontdekt – al voor een flinke domper. Tegen de tijd dat we een radiosignaal van aliens oppikken, zijn de aliens die het uitgezonden hebben, waarschijnlijk al dood.

Vergelijking van Drake
De onderzoekers trekken die conclusie door voort te borduren op de Vergelijking van Drake. Dit is een wiskundige formule die gebruikt kan worden om het aantal intelligente beschavingen dat via radio met ons kan communiceren in onze Melkweg in te schatten. De vergelijking neemt daarbij tal van variabelen in ogenschouw: het aantal sterren dat gemiddeld jaarlijks in de Melkweg geboren wordt, de fractie van die sterren met planeten, het gemiddelde aantal aarde-achtige planeten, de fractie van die planeten die (intelligent) leven herbergen, etc. De exacte waarde van de meeste van de variabelen is onbekend en dus giswerk, waardoor ook de vergelijking niet veel meer dan een inschatting oplevert (die net zo goed is als het giswerk dat eraan vooraf is gegaan).

Signalen
Terug naar het nieuwe onderzoek, waar ook de geestelijk vader van de Vergelijking van Drake – professor Frank Drake – aan heeft meegewerkt. In deze studie gingen de onderzoekers na welk deel van de Melkweg met van aliens afkomstige radiosignalen gevuld kan zijn. Ze gaan er daarbij vanuit dat buitenaardse beschavingen niet het eeuwige leven hebben, maar een keertje verdwijnen en dus stoppen met het uitzenden van signalen. Wanneer dat gebeurt, blijven de signalen die reeds zijn uitgezonden zich vanzelfsprekend door de Melkweg verspreiden. Het betekent dat ons sterrenstelsel voor een deel gevuld kan zijn met signalen die afkomstig zijn van reeds verdwenen buitenaardse beschavingen. Het roept natuurlijk de vraag op hoe groot de kans is dat we op zo’n ‘dood signaal’ stuiten. En die lijkt behoorlijk groot.

Hier zie je meerdere buitenaardse beschavingen die gedurende een periode van 10.000 jaar radiosignalen afgeven. De afbeelding laat duidelijk zien dat er ‘gaten’ ontstaan in de dekking van de radiostraling zodra een beschaving stopt met het uitzenden daarvan. Helemaal rechts zie je een beschaving die nog maar 7300 jaar bezig is met het uitzenden van radiosignalen en dus nog 2700 jaar te gaan heeft alvorens er een gat in de dekking ontstaat. Afbeelding: arXiv:1802.09399v1.

Schillen
Je kunt je de buitenaardse beschavingen die radiosignalen uitzenden het beste voorstellen als een steentje dat je in een vijver gooit. Daarbij ontstaan rimpels die zich snel verspreiden. Dat zijn de radiosignalen die de beschavingen afgeven. Maar stel je nu voor dat het mogelijk zou zijn om het ontstaan van die rimpels abrupt te stoppen. Dan blijven de eerder ontstane rimpels zich gewoon verspreiden, maar het hart ervan is rimpelloos. Op vergelijkbare manier kan rond een buitenaardse beschaving die stopt met het uitzenden van radiosignalen een soort schil van elektromagnetische straling ontstaan (zie de afbeelding hiernaast). De dikte van die schil wordt bepaald door de lengte van de periode waarin aliens radiostraling hebben afgegeven. Het moge duidelijk zijn dat de kans dat wij radiostraling van aliens opmerken, groter is als die schil breder is.

100.000 jaar
De berekeningen van de onderzoekers suggereren dat de kans dat wij een buitenaardse beschaving aan de hand van haar radiosignalen opmerken héél klein is, als deze die signalen korter dan 100.000 jaar heeft afgegeven. Want hoe korter die signalen zijn afgegeven, hoe kleiner het deel van de Melkweg is dat deze beslaan. Zo wijzen de onderzoekers erop dat onze radiosignalen – die we nog maar zo’n 80 jaar uitzenden – op dit moment minder dan 0,001 procent van de Melkweg hebben bereikt. Het moge duidelijk zijn dat de kans dat anderen die signalen opmerken, nihil is. Hetzelfde geldt voor buitenaardse beschavingen die maar kort radiosignalen afgeven. We lijken pas een kans te hebben hun signalen op te merken als zij meer dan 100.000 jaar (zolang duurt het voor licht van de ene naar de andere kant van de Melkweg is gereisd) radiosignalen uitzenden.

Maar hoe groot is nu de kans dat een beschaving 100.000 jaar nadat deze de eerste radiosignalen verstuurd heeft, nog bestaat? Als we de menselijke beschaving als graadmeter nemen, lijkt die kans klein. En dus lijkt de kans dat het eerste buitenaardse signaal dat we opvangen afkomstig is van een reeds ten onder gegane beschaving groot.