Bij het ontwerp van de tempel – die maar liefst 6000 jaar ouder is dan Stonehenge – blijkt geometrie al leidend te zijn geweest.

In het zuidoosten van het Turkse Anatolië is de Göbekli Tepe te vinden. Met een indrukwekkende leeftijd van zo’n 11.500 jaar is dit het oudst bekende tempelcomplex ter wereld. De oude tempel is dan ook niet voor niets één van de belangrijkste neolithische ontdekkingen. Toch roept Göbekli Tepe nog altijd vele vraagtekens op. Mysteries die onderzoekers nu langzaam aan beginnen te ontrafelen.

Göbekli Tepe
Sinds de ontdekking van de tempel is Göbekli Tepe het onderwerp geweest van een verhit debat. “Göbekli Tepe is een waar archeologisch wonder,” vertelt onderzoeker Avi Gopher. “Het werd 11.500 tot 11.000 jaar geleden gebouwd door neolithische gemeenschappen. Het gebouw bestaat uit enorme ronde stenen constructies en monumentale pilaren tot wel 5,5 meter hoog. Aangezien we geen bewijs van landbouw of gedomesticeerde dieren hebben gevonden, wordt aangenomen dat de tempel is gebouwd door jager-verzamelaars.” En dat is vrij opmerkelijk. “De architectonische complexiteit is hoogst ongebruikelijk voor hen.”


Meer over de tempel

Göbekli Tepe is door de Duitse archeoloog Klaus Schmidt in 1994 ontdekt en staat sinds 2018 op de Unesco Werelderfgoedlijst. De tempel bestaat uit prachtige monolithische T-vormige pilaren. Deze zijn versierd met reliëfs van leeuwen, stieren, zwijnen, vossen, gazellen, reptielen (zoals slangen) en vogels. Daarnaast zijn er verschillende abstracte pictogrammen op de pilaren afgebeeld. Sommige T-pilaren hebben zelfs armen. Of dit om gestileerde mensen gaat of mythische wezens, is onduidelijk.

In de nieuwe studie hebben de onderzoekers de tempel nog eens aan een grondige inspectie onderworpen. Daarbij keken ze in het bijzonder naar drie indrukwekkende ronde constructies gemaakt van steen, waarvan de grootste een diameter heeft van wel 20 meter. Aanvankelijk werd gedacht dat deze ronde structuren afzonderlijk van elkaar, in de loop van de tijd zijn gebouwd. Maar de onderzoekers beweren nu het tegendeel. Zij stellen dat de drie ronde structuren samen één enkele constructie vormen, waarbij geometrie leidend was. Anders gezegd, de drie ronde delen horen als het ware bij elkaar en zijn ontworpen volgens een coherent geometrisch patroon.

Geometrisch patroon dat ten grondslag ligt aan het ontwerp van de Göbekli Tepe. Afbeelding: Gil Haklay

Deze ontdekking is heel bijzonder. Want tot nu toe hadden onderzoekers geen idee dat de destijdse jagers-verzamelaars over zulk vrij vergevorderd architectonisch vermogen beschikten en al best ingewikkelde constructies konden ontwerpen. Het gebruik van geometrie en het opstellen van plattegronden werd verondersteld pas veel later te zijn ontstaan dan de periode waaruit de Göbekli Tepe stamt. Aangenomen werd dat het vermogen om ingewikkeldere bouwwerken op te richten zich ongeveer 10.500 jaar geleden in mensen ontwikkelde, toen jager-verzamelaars hun bestaan hadden ingeruild voor het boerenleven.


Voorbeeld
“De bevindingen kunnen als voorbeeld dienen voor de culturele veranderingen die tijdens het vroege Neolithicum plaatsvonden,” concludeert onderzoeker Gil Haklay. Eén van de kenmerken van de eerste boeren is met name het gebruik van rechthoekige architectuur. “De resultaten suggereren dat grote architectonische transformaties in deze periode – zoals de overgang naar rechthoekige architectuur – op kennis gebaseerde projecten waren die werden uitgevoerd door specialisten.”

De bevindingen onderstrepen dat de belangrijkste en meest basale methodes in de architectuur werden bedacht in de Levant (de historisch-geografische naam voor een deel van Zuidwest-Azië) ten tijde van de laat-epipaleolithische periode en gedurende het vroege Neolithicum. “Planning, ontwerp en organisatiepatronen werden al gebruikt tijdens deze vormende periode in de menselijke geschiedenis,” zegt Gopher. En dat is interessant. Want mogelijk kunnen onderzoekers hierdoor ook weer andere mysteries ontrafelen. “Het onderzoek opent de deur naar nieuwe interpretaties van de archeologische vindplaats, maar ook naar de aard van de prachtige pilaren in het bijzonder.”