Wetenschappers hebben in Israël een unieke vondst gedaan: ze vonden een waterput uit de prehistorie. En diep in de put troffen ze de resten van twee 8500 jaar geleden gestorven mensen aan. Een ongeluk of een moord?

Archeologen schatten dat de waterput – die ze in de Vlakte van Jizreël aantroffen – om en nabij de 8500 jaar oud is. Het is een unieke vondst: maar zelden worden waterputten uit deze periode van de geschiedenis teruggevonden.

Lichamen
Op de bodem van de put wachtte de onderzoekers een verrassing. Ze vonden er de stoffelijke resten van twee mensen. Het gaat om een vrouw van ongeveer negentien jaar oud en een man die iets ouder is. “Wat wel duidelijk is, is dat sinds deze twee onbekende personen in de put vielen, deze niet langer gebruikt werd, vanwege de simpele reden dat het water besmet en dus niet langer drinkbaar was,” vertelt onderzoeker Yotam Tepper.

De put
De waterput is ongeveer acht meter diep en bovenaan zo’n 1,3 meter breed. De bovenkant van de put is gemaakt van stenen. Bovenop liggen twee grote stenen waarmee de opening van de put smaller kon worden gemaakt.

Boeren
De onderzoekers hebben dankzij vondsten in het gebied en in de put een redelijk goed beeld van de mensen die deze put bouwden. Ze troffen onder meer gereedschappen die veel door boeren werden gebruikt, aan. Waarschijnlijk werd de put dan ook aangelegd door de eerste boeren die zich in deze vallei vestigden. De put laat zien dat ze al veel verstand hadden van de waterhuishouding.

Onduidelijk blijft hoe de twee mensen op de bodem van de put zijn beland. Zijn ze ten val gekomen en in de put gerold? Of zijn ze vermoord en in de put gedumpt? De archeologen weten het niet.