Het gaat de boeken in als het op één na laagste ijsminimum in meer dan 40 jaar tijd.

Onderzoekers presenteren de cijfers over de jaarlijkse minimale omvang van het Arctische zee-ijs. Op 15 september werd er een omvang van 3,74 miljoen vierkante kilometer genoteerd. Dat is overigens behoorlijk zorgwekkend. Want dit omvat het op één na laagste zee-ijsminimum in 42 jaar tijd.

Maximum en minimum
Elk jaar varieert de hoeveelheid zee-ijs die op de op de Noordelijke IJszee rust. Tijdens de lente en zomer smelt een deel van het zee-ijs, om tijdens de herfst en winter weer te bevriezen. Het resulteert in een jaarlijks zee-ijsminimum en een jaarlijks zee-ijsmaximum. De minimale hoeveelheid zee-ijs wordt tegen het einde van de zomer (september) gemeten, terwijl de maximale hoeveelheid zee-ijs tegen het einde van de winter (maart) wordt genoteerd.

Op onderstaande afbeelding is de hoeveelheid Arctisch zee-ijs op 15 september in kaart gebracht. Het gaat dus om een oppervlakte van 3,74 miljoen km2. De oranje lijn toont de gemiddelde omvang van 1981 tot 2010 op dezelfde datum.


Minimale omvang Arctisch zee-ijs in 2020. Afbeelding: National Snow and Ice Data Center

Het genoteerde minimum is best zorgelijk. Het is namelijk vrij zeldzaam dat het zee-ijsminimum onder de 4 miljoen vierkante kilometer duikt. Onderzoekers zagen dat ook 2012 gebeuren, toen werd een recordbrekend zee-ijsminimum van 3,39 miljoen vierkante kilometer genoteerd. Dat het nu wederom raak is, heeft voornamelijk te maken met temperaturen die zo’n 8 tot 10 graden Celsius hoger liggen dan gemiddeld. “Het was dit jaar gewoon heel warm in het noordpoolgebied,” zegt onderzoeker Nathan Kurtz. “Bovendien zijn de smeltseizoenen eerder begonnen. En hoe eerder het smeltseizoen begint, hoe meer ijs je doorgaans verliest.” Na 8 september begon het ijs met name snel weg te smelten en bereikte vervolgens een week later de seizoensgebonden minimumomvang.

Vergelijking
Vergelijken we de staat van dit jaar met eerdere jaren, dan valt op dat er in vergelijking met 2012 iets meer ijs op de Beaufortzee rust. Iets minder ijs vinden we op de Laptevzee en op het oostelijk gedeelte van de Groenlandzee. Ook valt op dat de veertien laagste minima zich allemaal hebben voorgedaan in de afgelopen veertien jaar. Bovendien blijkt dat de minimale omvang een dag later werd bereikt dan gemiddeld in de periode tussen 1981 en 2010. Normaal gesproken noteren de onderzoekers de minimale omvang zo rond 14 september. Maar dat valt tegenwoordig steeds later uit. In 2018 liet het zelfs negen dagen langer op wachten. De minimumdatum van 23 september van dat jaar is dan ook een van de laatste data ooit. De reden waarom het in 2018 wat later viel lijkt te maken te hebben met een zuidelijke wind uit de Oost-Siberische Zee, die warme lucht het gebied in blies.

Hier zie je de omvang van het zee-ijs in verschillende maanden en jaren. Het jaar 2020 wordt vertegenwoordigd door een blauwe lijn.

Ondertussen op Antarctica
Terwijl het Arctische zee-ijs zijn minimale omvang heeft bereikt, stevent het Antarctische zee-ijs af op een zee-ijsmaximum. Opvallend genoeg ligt de omvang van het zee-ijs op Antarctica nu ruim boven het gemiddelde. Dat is overigens niet uitzonderlijk. In 2014 brak het Antarctisch zee-ijs zelfs alle records; aan het eind van de winter was er rond het continent maar liefst 20,1 miljoen vierkante kilometer zee-ijs te vinden. Dat is bijna 1,5 miljoen vierkante kilometer meer dan er gemiddeld in de periode tussen 1981 en 2010 aan het eind van de winter rond Antarctica werd aangetroffen. Dat er ook dit jaar veel zee-ijs op Antarctica te vinden is, is opvallend en illustreert de enorme veranderlijkheid waarmee we bij dit systeem te maken hebben. We moeten echter nog even geduld hebben. Want het werkelijke jaarlijkse maximum voor het Antarctische zee-ijs wordt meestal eind september of begin oktober opgeschreven.


De cijfers van dit jaar wijzen erop dat er steeds minder zee-ijs op de Arctische wateren te vinden is. Hoewel de genoteerde 3,74 miljoen vierkante kilometer de laagste omvang van het jaar lijkt te zijn, houden de onderzoekers een slag om de arm. Dat komt omdat een veranderende wind, of smeltingen later in het seizoen de minimale omvang nog kunnen veranderen. Wetenschappers zullen daarom een volledige analyse van het smeltseizoen in het noordpoolgebied in oktober publiceren.