Kinderen met autisme hebben in vergelijking met andere kinderen veel meer moeite om spullen te vinden. Of het nu om de pindakaas in de supermarkt of de sleutels in de huiskamer gaat: de autistische kinderen vinden het veel moeilijker om objecten in grotere ruimtes te vinden. De resultaten verklaren deels waarom mensen met autisme vaak moeilijk op zichzelf kunnen wonen.

De onderzoekers plaatsten in de vloer van een kamer vijftig lampen. Alle lichtjes waren rood, maar de onderzoekers konden deze met één druk op de knop groen laten worden.

Groen
Kinderen kregen de opdracht om in de kamer op zoek te gaan naar lampen die groen werden. Wat de proefpersonen echter niet wisten, was dat de onderzoekers slechts in één helft van de kamer groene lampen lieten verschijnen.

Systeem
Van de veertig kinderen was de helft autistisch. Men zou verwachten dat de autistische kinderen sneller door zouden hebben dat de lichten maar in één deel van de kamer oplichtten. Autisten herkennen namelijk sneller systemen en regelmaat in wat schijnbaar een willekeurige brij is.

Verrassing
Maar tot grote verrassing van de onderzoekers deden de autistische kinderen er veel langer over om het systeem te ontdekken. Bovendien zochten de autisten ook nog eens op een weinig systematische manier waardoor ze er langer over deden om de lichtjes te vinden.

De onderzoekers weten niet goed waarom de autistische kinderen er langer over deden om de lichtjes te vinden. Van volwassenen met autisme is bekend dat ze zich op details richten en daardoor het grote geheel uit het oog verliezen. Mogelijk hebben kinderen daar ook last van en wordt zoeken in grote ruimtes daardoor lastig.