KLIMAAT  Het water in de Kuweit baai is sinds 1985 per decennium gemiddeld 0,6 graden warmer geworden. Daarmee warmt de baai drie keer sneller op dan de rest van de wateren wereldwijd. Volgens onderzoekers heeft dat slechts deels te maken met het broeikaseffect en spelen lokale en regionale effecten ook een grote rol.

De wetenschappers hielden de warmte van het water in de periode 1985-2007 nauwkeurig bij met behulp van de gegevens van satellieten. Deze gegevens werden regelmatig getoetst door steekproefsgewijze warmtemetingen. De warmte nam per decennium gemiddeld 0,6 graden Celsius toe. De opwarming was het grootst in de zomermaanden en het kleinst in de wintermaanden. Maar ook de lokale en regionale gebeurtenissen hadden invloed op de warmte. Zo zorgde El Niño in 1998 en 2003 voor een opwarming en nam de warmte in 1991 juist af toen de rook – die vrijkwam bij het opbranden van olievelden – de zonnewarmte tegenhield.

In het geval van Koeweit is ongeveer een derde (0,2 graden Celsius) van de opwarming toe te schrijven aan het broeikaseffect. 13 procent (0,08 graden Celsius) is te wijten aan menselijke activiteiten in de baai. Bijvoorbeeld de ontzouting. Koeweit gebruikt ontzoutingsmachines om drinkwater te genereren. Deze machines verbruiken enorm veel energie. Volgens één van de onderzoekers – dr. Thamer Al-Rashidi – zou het uitzetten van die machines al grote gevolgen hebben voor de opwarming van de baai. De overige 50 procent (0,3 graden Celsius) hangt samen met de gebeurtenissen in de regio. Bijvoorbeeld: de invloed van een sterke noordwestelijke wind en zandstormen. De laatstgenoemden komen de laatste tijd vaker voor en lijken de opwarming af te remmen.

Het onderzoek laat zien dat de voorspellingen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) ten opzichte van de globale opwarming van de aarde niet altijd klopt. Regionale en lokale gebeurtenissen spelen ook een grote rol.