De zoektocht naar voedsel wordt lastiger en dus gooien de bijen er het bijltje bij neer.

Dat hebben Australische onderzoekers ontdekt. De onderzoekers bestudeerden de stofwisseling van honingbijen. Sommige van deze bijen woonden in een gebied dat niet door mensen was aangetast. Anderen leefden in een gebied waar mensen wel hun stempel op hadden gedrukt, bijvoorbeeld door bomen om te hakken.

Stofwisseling
“Voor het experiment dachten we dat de bijen in aangetaste gebieden een snellere stofwisseling zouden hebben, omdat zij tijdens hun zoektocht naar voedsel verder moeten reizen,” vertelt onderzoeker Don Bradshaw. “Verrassend genoeg ontdekten we het tegenovergestelde. De stofwisselingssnelheid van bijen in natuurgebieden lag hoger dan die van bijen in aangetaste gebieden.” Hoe kan dat? “In plaats van op reis te gaan en naar voedsel te zoeken, gingen ze er minder op uit en vertrouwden ze op de opgeslagen grondstoffen in de korf.”

Minder eten
De onderzoekers gingen ook na hoeveel nectar de bijen in beide gebieden nuttigden. Uit dat onderzoek blijkt dat de bijen in de aangetaste gebieden minder aten.

Het onderzoek is belangrijk, omdat bijen heel belangrijk zijn. Terwijl ze nectar verzamelen, bestuiven ze planten, waaronder gewassen die wij mensen op het menu hebben staan. Dat ze er in aangetaste gebieden minder op uit gaan, is slecht nieuws. “Bijen zijn belangrijk voor mensen, het milieu en de landbouw. Ze bestuiven een zesde van de bloeiende planten wereldwijd en helpen bij de productie van een derde van wat wij mensen eten, maar helaas zijn de bijenpopulaties de afgelopen decennia wereldwijd dramatisch gekrompen. Meer onderzoek op dit gebied is belangrijk als we hun gedrag willen begrijpen en (willen begrijpen, red.) hoe wij als mensen hun overlevingskansen kunnen vergroten en wat we in de toekomst kunnen doen om ze te beschermen.”