Bloemen geven de meeste nectar af in de ochtend. Bijen passen zich daarop aan. Dit blijkt uit een onderzoek van Duitse wetenschappers. De hersencapaciteit van de diertjes is ’s ochtends groter dan later op de dag, waardoor de bijen gemakkelijker nieuwe geuren leren. Waarom? Door ’s middags minder slim te zijn, besparen de diertjes energie.

Het onderzoeksteam, onder leiding van professor Giovanni Galizia van de universiteit van Konstanz in Duitsland, ving duizend honingbijen en deelde de dieren in verschillende groepen in. De ene groep moest ’s ochtends nieuwe geuren leren, de andere groep later op de dag. De bijen kregen een lekker hapje te eten als ze een bepaalde geur onthielden.

De ochtendbijen presteerden beter dan de andere bijen. Zij wisten de geuren beter te onthouden en kregen meer nectar als beloning. “Een vroege bij heeft een evolutionair voordeel”, schrijven de onderzoekers. “Zij zijn namelijk eerder bij bloeiende bloemen en planten dan concurrenten, zoals vliegen en vlinders.”

Bijen zijn erg belangrijk voor de mens. Ze zorgen namelijk voor biodiversiteit door stuifmeel te verspreiden. Daarnaast produceren de diertjes honing, dat door mensen gegeten kan worden.