Wie kwam er op het idee om Chineze vazen te wikkelen in bubbeltjesplastic? En wanneer is Cruise Control uitgevonden? Scientias.nl duikt de geschiedenis in en onthult hoe bubbeltjesplastic, de camcorder, het eerste computerprogramma, Cruise Control en deodorant ontstonden. Zes geniale vondsten in het tweede deel van bijzondere uitvindingen.

Bubbeltjesplastic (1957)

Bubbeltjesplastic: wie houdt er niet van? Het is erg ontspannend om de verschillende bollen uit te drukken. Daarnaast beschermt bubbeltjesplastic dure vazen en breekbaar servies. Maar hoe is iemand ooit op het idee gekomen om bubbeltjesplastic (of noppenfolie) te maken?

Grappig genoeg is noppenfolie niet ontworpen als verpakkingsmateriaal, maar als behang. Ingenieur Alfred Fielding en uitvinder Marc Chavannes produceerden in 1957 behang van plastic, dat makkelijk schoon te maken was. Dit product werd echter geen succes.

Op een gegeven moment kwam het duo op het idee om het behang als verpakkingsmateriaal te gebruiken. Fielding en Chavannes richtten het bedrijf Sealed Air op, dat momenteel vier miljard dollar per jaar omzet, en bubbeltjesplastic was geboren!

Eigenlijk is het vrij makkelijk om bubbeltjesplastic te maken. Leg een dunne laag polyetheen op een plaat met gaten. Vervolgens verwarmt u de laag polyetheen en zorgt u ervoor dat de gaten lucht aantrekken (zoals een afzuigkap). Hierdoor ontstaan er kleine kuilen in het polyetheen. Leg een tweede laag polyetheen over de misvormde laag en u heeft bubbeltjesplastic.

Camcorder (1983)

De uitvinding van de camcorder is een logisch gevolg van het krimpen van videocamera’s. Voor 1983 waren videocamera’s logge apparaten. Vaak waren er twee mensen nodig om een paar shots te maken: één iemand om de camera vast te houden en dan nog een persoon om de Video Cassette Recorder te dragen. Niet alleen consumenten, maar ook journalisten, filmmakers en studenten keken uit naar de komst van een kleinere videocamera.

Sony kwam in mei 1983 met de eerste camcorder, de Betamovie BMC-100P (zie foto rechts). Het apparaat was in staat om 3,5 uur beeldmateriaal op te nemen op een Betamax-cassette. Overigens was het met deze camcorder nog niet mogelijk om beelden terug te bekijken. Daarvoor moesten gebruikers de Betamax-cassette in een Betamax-speler stoppen.

Twee jaar later verscheen de Handycam op de markt. Deze was veel gebruiksvriendelijker, omdat het apparaat kleinere Video 8-bandjes slikte.

Computerprogramma (1843)

Het allereerste computerprogramma stamt uit 1843, ook al is de desbetreffende computer nooit volledig afgebouwd. Toch is het algoritme duidelijk beschreven door Ada Lovelace, waardoor zij in de geschiedenisboeken staat als de allereerste computerprogrammeur.

Het computerprogramma draait op de Analytische Machine van Charles Babbage, een programmeerbare digitale computer die in de periode van 1837 tot 1871 is ontworpen. De computer is nooit gerealiseerd en is deels te zien in het Science Museum in Londen. Als deze computer was afgebouwd, dan zou het de eerste digitale computer zijn geweest die Turing-volledig zou zijn.

Lovelace beschreef een algoritme, oftewel de wijze van programmeren, voor de Analytische machine. Toch zijn niet alle kenners ermee eens dat Lovelace de eerste programmeur was. Sommigen beweren dat Lovelace het werk van Babbage documenteerde, en dat de eer dus eigenlijk naar de bouwer van de Analytische machine hoort te gaan. Anderen denken dat de eerste computeralgoritme ontstaan is door een samenwerking van meerdere personen.

Cruise Control (1945)

Uitvinder Ralph Teetor was blind. Hierdoor kon hij geen auto besturen. Op een dag zat hij in een auto met zijn advocaat. De beste man ging langzamer rijden wanneer hij praatte en versnelde wanneer hij luisterde. Teetor ergerde zich mateloos aan dit gedrag en kwam op een geniaal idee: een apparaat dat ervoor zorgt dat een automobilist op een constante snelheid blijft rijden.

Het apparaat heette niet direct Cruise Control en ging eerder door het leven als Controlmatic, Touchomatic, Pressomatic en Speedostat.

Hoewel Teetor in 1945 patent aanvroeg op zijn idee, kwamen de eerste auto’s met Cruise Control pas in 1958 op de markt, namelijk de Chrysler Imperial, de Chrysler New Yorker en de Chrysler Windsor.

Cruise Control werkt overigens vrij eenvoudig. Een sensor meet het aantal omwentelingen van de autoband. Hierdoor leest het systeem de snelheid van de auto af. Wanneer de snelheid verhoogd of verlaagd moet worden, dan reageert er een servomotor die de gasklep bedient, waardoor men een constante snelheid houdt. Het systeem schakelt uit wanneer het gaspedaal of rempedaal wordt ingetrapt.

Deodorant (1888)

Iedere beschaving zocht ooit naar een manier om sterke lichaamsgeuren te verhelpen. De oude Egyptenaren en Grieken gebruikten een mix van kaneel, johannesbrood, wierook en verschillende citrussappen. Helaas slaagden zij er niet in om vieze geurtjes lang te maskeren. Ook de Romeinse historicus Plinus had geen succes met zijn mix van kalium en aluminium.

Pas in 1888 verscheen de allereerste deodorant met de naam ‘Mum’. Het product was een wasachtige crème en bestond uit zinkchloride. De crème slaagde erin om de groei van bacteriën af te remmen op het lichaam van een mens, bijvoorbeeld onder de oksels.

In 1952 kwam Helen Barnett Diserens met de allereerste roller: de Ban Roll-On. Dit product was gebaseerd op hetzelfde principe als de balpen. De eerste deo-spray verscheen begin jaren zestig van de twintigste eeuw op de markt, namelijk Gillette’s Right Guard.

Op dit moment zijn rollers en deo-sprays het populairst. De meeste fabrikanten gebruiken aluminiumchloorhydraat als transpiratieverminderende stof in deo’s. Aluminiumchloorhydraat veroorzaakt namelijk minder irritatie dan de andere gebruikelijke aluminiumverbindingen, omdat het de pH relatief hoog laat.