Uit een rapport van het WNF blijkt dat de gemiddelde diersoort sinds 1970 dertig procent minder exemplaren telt.

Dat blijkt uit het Living Planet Report dat het WNF gisteren presenteerde. Het rapport is samengesteld met behulp van diverse organisaties en wetenschappelijk instanties. ESA, Zoologocial Society of London en Global Footprint Network, bijvoorbeeld. André Kuipers, astronaut in dienst van ESA en ambassadeur van het WNF presenteerde het rapport vanuit de ruimte.

Druk
In het rapport is te lezen hoe het met de aarde en al het leven dat zich daarop bevindt, staat. Een belangrijk onderdeel van het rapport is de Living Planet Index. Deze laat zien hoe het met de biodiversiteit is. De resultaten zijn wisselend, maar over het algemeen niet zo hoopgevend. Vooral soorten die in zoet water en in zee leven, hebben het moeilijk. Hun aantallen zijn respecievelijk met 35 en 25 procent gedaald. Tropische soorten hebben het ook moeilijk: hun aantallen zijn sinds 1970 met zo’n 60 procent gedaald. Soorten in gematigde gebieden doen het juist weer goed: hun aantallen stegen met 29 procent. Dat de tropische soorten het nu moeilijk hebben, is logisch: hun leefgebied wordt op dit moment verwoest. Het leefgebied van de soorten in gematigde klimaten, stond voor 1970 onder druk. De soorten herstellen zich nu.

Interactief

Benieuwd hoe soorten zich de laatste jaren ontwikkeld hebben? Met deze interactieve tool van het WNF kunt u het met eigen ogen zien. Reis door de tijd en zie hoe verschillende soorten het door de tijd heen moeilijker of juist makkelijker krijgen.

We doen onszelf tekort
Het verlies van soorten heeft grote gevolgen voor een ecosysteem. Het raakt uit balans. En dat heeft niet alleen gevolgen voor dieren en planten, maar ook voor ons mensen. Wij zijn in grote mate afhankelijk van de oude ecosystemen. Ze voorzien ons van voedsel, water, grondstoffen (bijvoorbeeld hout) en medicijnen. Wanneer deze ecosystemen instorten, doen we eigenlijk ook onszelf tekort, zo is in het rapport te lezen. De klap van het instorten van een ecosysteem komt bovendien het hardst aan bij de armste mensen.

Voetafdruk
Ook blijken wij mensen nog steeds veel te veel van onze aarde te eisen. De ecologische voetafdruk van de mensheid is vijftig procent groter dan wat de aarde hebben kan. Dat komt voornamelijk door de uitstoot van CO2. Het rapport voorspelt dat onze voetafdruk nog verder gaat stijgen, vooral doordat mensen in de zogenoemde BRIICS-landen (Brazilië, Rusland, India, Indonesië, China en Zuid-Amerika) steeds meer te besteden hebben. Overigens draagt lang niet elk land even sterk bij aan de ecologische voetafdruk van de mensheid. De landen met de grootste ecologische voetafdruk zijn landen als Qatar, Denemarken, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit. Macedonië en Mongolië hebben een relatief kleine ecologische voetafdruk.

De ecologische voetafdruk van Nederland in vergelijking met de grootste vervuiler: Qatar. Afbeelding: WWF.

Meer water
Ook de waterschaarste neemt toe. Zo’n 2,7 miljard mensen leven in een gebied dat zeker één maand per jaar met waterschaarste te maken heeft.

Het rapport concludeert niet alleen dat onze aarde het lastig heeft. Het komt ook met tips om daar iets aan te doen. Bijvoorbeeld tips om zuiniger met energie of water om te gaan. Ook wordt er geadviseerd kritisch naar ons eten te kijken. Door bijvoorbeeld minder vlees te eten, kunnen we onze ecologische voetafdruk al flink verkleinen. Dat het rapport nu uitkomt, is trouwens ook geen toeval. De wetenschappers en idealisten achter het rapport hopen met hun werk invloed uit te oefenen op de Rio +20. Deze bijeenkomst van de Verenigde Naties vindt in juni plaats en duurzame ontwikkeling staat centraal.