Italiaanse onderzoekers denken een nieuwe bijwerking van de botox-behandeling op het spoor te zijn die onder meer kan leiden tot communicatieproblemen.

Wie een botox-behandeling ondergaat, laat in feite een aantal spieren in het gezicht verlammen. Het resultaat zien we dagelijks op tv: mensen die altijd dezelfde gezichtsuitdrukking hebben en moeite hebben met lachen of het tonen van andere emoties. Maar de botox-behandeling doet niet alleen iets met het uiten van emoties, zo suggereert een nieuw onderzoek. Het tast ook je perceptie van emoties aan.

Experiment
Italiaanse onderzoekers trekken die conclusie op basis van een experiment. Ze verzamelden een aantal proefpersonen en gingen na hoe goed deze in staat waren om emoties van anderen te begrijpen. De proefpersonen voerden het testje twee keer uit: kort voor en twee weken nadat ze een botox-behandeling hadden ondergaan. De onderzoekers keken niet alleen of de proefpersonen de juiste emotie benoemden, maar ook naar hun reactietijd.

Brede lach
Uit het experiment blijkt dat botox inderdaad ook iets doet met de perceptie van emoties. “Het negatieve effect is heel duidelijk wanneer de geobserveerde gezichtsuitdrukking subtiel is,” vertelt onderzoeker Francesco Foroni. “Maar wanneer de lach breed en duidelijk is waren de proefpersonen zelfs wanneer ze de behandeling hadden gehad in staat om deze te herkennen (…) Aan de andere kant was het effect van de verlamming heel sterk wanneer het ging om dubbelzinnige prikkels die moeilijk op te pikken zijn.”

Hoe zijn die resultaten te verklaren? Wanneer we de gezichtsuitdrukking en emoties van anderen proberen te verwerken en begrijpen, doen we dat deels door die emoties na te bootsen. Stel: je bent in gesprek met iemand en de ander lacht, dan is je gezicht sterk geneigd ook te lachen (en dat gebeurt onbewust en automatisch) en helpt ons zo om de emoties van de ander te doorgronden. Botox maakt het nabootsen van de uiting van emoties van anderen en dus ook het begrijpen van die emoties wat lastiger. En dat is iets wat mensen die overwegen de behandeling te ondergaan in het achterhoofd moeten houden, vinden de onderzoekers.