centaurus a

Ruimtetelescoop Hubble heeft de ogen gericht op de uiterste randen van het sterrenstelsel Centaurus A. Het is een bijzonder onderzoek: nog nooit hebben we zo’n afgelegen deel van een elliptisch sterrenstelsel kunnen bestuderen.

Wanneer we van een afstandje naar sterrenstelsels kijken, springt voornamelijk het heldere centrum en misschien de spiraalarmen of in de vorm van een ellips verzameld materie er omheen in het oog. Maar er is meer. Op flinke afstand van het centrum van het sterrenstelsel, nog voorbij de spiraalarmen of ellipsvorm rond het centrum, bevindt zich de halo. Een halo is een min of meer bolvormige ruimte die het sterrenstelsel omringt en waarin de zwaartekracht van dat sterrenstelsel nog een rol speelt. In dit uitgestrekte buitengebied bevinden zich vele weinig heldere sterren.

Melkweg
Ook onze eigen Melkweg beschikt over zo’n halo. En die hebben we ook al vrij uitgebreid bestudeerd. Maar over de halo’s van andere sterrenstelsels weten we weinig. Ze zijn ook – doordat ze zo omvangrijk en weinig helder zijn – moeilijk te bestuderen.

Afgelegen
Maar een nieuwe studie geeft nu eindelijk een goed beeld van de halo van een ander sterrenstelsel. Ruimtelescoop Hubble richtte de ogen op het elliptische sterrenstelsel Centaurus A en slaagde erin om de halo tot op grote afstand van het centrum van het sterrenstelsel te bestuderen. Sterker nog: nog nooit is zo’n afgelegen deel van een elliptisch sterrenstelsel aan een onderzoek onderworpen.

Resultaten
Vanzelfsprekend levert zo’n baanbrekend onderzoek ook baanbrekende inzichten op. Zo ontdekte Hubble dat de halo van Centaurus A zich veel verder uitspreidt dan gedacht en dat deze een onverwachte vorm heeft. “We ontdekten dat er in de ene richting meer sterren te vinden zijn dan in de andere, waardoor de halo een scheve vorm heeft en dat hadden we niet verwacht,” vertelt onderzoeker Marina Rejkuba.

Een andere verrassing was dat de sterren in de halo van Centaurus A – zelfs in de buitenste randen – bijzonder rijk zijn aan zware elementen. De sterren in de halo van de Melkweg en andere nabijgelegen spiraalstelsels zijn juist arm aan zware elementen. Het vertelt ons waarschijnlijk iets over de manier waarop deze sterrenstelsels tot stand zijn gekomen. De kleine hoeveelheid zware elementen in de halo van grote spiraalstelsels zoals de Melkweg suggereert dat deze sterrenstelsels tot stand kwamen en zich ontwikkelden door verschillende kleine sterrenstelsels naar zich toe te trekken en de sterren van deze sterrenstelsels tot zich te nemen. De grote hoeveelheid zware elementen in de verre delen van de halo van Centaurus A wijst erop dat dit sterrenstelsel slechts één keer samensmolt met een andere, bijzonder groot spiraalstelsel. Hierbij zouden sterren uit de schijf van het spiraalstelsel zijn geslingerd en deze zijn nu onderdeel van de buitenste randen van Centaurus A’s halo.