De waterkwaliteit van kleine wateren wordt nauwelijks gemonitord. En dat terwijl de kwaliteit ervan heel belangrijk is voor de biodiversiteit.

Terwijl waterschappen de waterkwaliteit van grote wateren – zoals rivieren en meren – nauwlettend in de gaten houden, worden de kleine wateren niet of nauwelijks bemonsterd. Er is dus nog niet veel bekend over hoe schoon (of vies) de beekjes, vijvers, plasjes, slootjes en kanalen in jouw directe omgeving zijn. Een gemiste kans, zo stelt Susanne Hagen, biotechnoloog bij Stichting Natuur & Milieu. “De kleinere wateren vormen het haarvatensysteem van Nederland en komen vaak uit in de grotere wateren, zoals rivieren.” Hoewel de waterkwaliteit van die rivieren dus wel goed gemonitord wordt, kunnen we juist door de waterkwaliteit van de kleine wateren te monitoren, beter vaststellen waar bronnen van vervuiling zich bevinden. “Stel dat je twee slootjes hebt die uitkomen in een grote rivier. Het ene slootje is heel schoon. En het andere slootje is heel vies. Eenmaal in de grote rivier aangekomen, wordt het water uit het vieze beekje enorm verdund en is niet meer te achterhalen waar de vervuiling vandaan komt.” Door de waterkwaliteit van individuele kleine wateren te monitoren, kunnen onderzoekers en waterschappen de vinger op de zere plek leggen en ministeries aansporen om de bronvervuiling aan te pakken.

Meten is weten
Het meten van de waterkwaliteit van al die kleine wateren is behoorlijk wat werk. En daarom heeft Natuur & Milieu, in samenwerking met de ASN Bank, zeven waterschappen, de Unie van waterschappen en de Waterschapsbank een project opgezet waarbij burgerwetenschappers de waterkwaliteit van watertjes in hun eigen omgeving kunnen vaststellen. Er zijn 15.000 meetkits beschikbaar, waarmee burgeronderzoekers naar hun eigen slootjes, vijvers of beekjes en meertjes in de buurt kunnen tijgen om daar vast te stellen hoe het met de waterkwaliteit gesteld is. Inmiddels hebben al meer dan 11.000 burgeronderzoekers zo’n meetkit aangevraagd. Zij gaan met behulp van de meetkit onder andere kijken naar de helderheid van het water, de aanwezigheid van waterdieren en -planten en het nitraatgehalte. “Het is ongeveer een half uurtje tot 40 minuutjes werk,” vertelt Hagen. Na het aanleveren van je meetgegevens, krijg je al snel een eerste terugkoppeling over de waterkwaliteit van het watertje dat je bestudeerd hebt. “Het definitieve rapport verwachten we in oktober en dan krijgen alle deelnemers ook een uitgebreide terugkoppeling over hun watertje.”


Wie mee wil doen, moet nu zijn kans grijpen. “Er zijn nog zo’n 4000 meetkits beschikbaar. En ze gaan hard,” zo vertelt Hagen. Wil je er ook eentje thuis ontvangen? Meld je dan hier aan! Let op, voor de meetkits geldt: op=op!

Vorig onderzoek
Het grootschalige onderzoek waaraan straks 15.000 burgeronderzoekers meewerken, volgt op een pilot-studie die vorig jaar op initiatief van ASN Bank en Natuur & Milieu werd uitgevoerd en waarbij iets meer dan 800 burgerwetenschappers met hun meetkits de hort op gingen. De resultaten van die pilot-studie waren niet zo best, zo vertelt Hagen. “Maar liefst driekwart van de onderzochte wateren bleek een slechte waterkwaliteit te hebben. Met name de nitraatconcentratie lag in veel wateren ver boven de norm.” Die nitraatconcentratie valt zo hoog uit, door de twee belangrijkste bronnen van watervervuiling: mest en riooloverstorten. “Veel mensen weten dat niet, maar wanneer het hard regent, kan rioolwater – ongereinigd – in oppervlaktewateren geloosd worden,” vertelt Hagen. Het ongereinigde rioolwater bevat – net als mest – hoge concentraties nitraat. “Nitraat is een voedingsstof. Dat klinkt misschien heel positief, maar teveel van deze voedingsstof is heel slecht nieuws voor oppervlaktewateren. Het leidt tot heel veel kroos en algen, die het water weer troebel en zuurstofarm maken.”

Dit kaartje laat zien waar burgeronderzoekers vorig jaar in vrijwel heel Nederland watermonsters verzameld hebben.

Het was gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Ongeveer een kwart van de wateren voldeed immers wel aan de nitraat- en fosfaatnorm. “Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) dat de metingen van 100 burgeronderzoekers steekproefsgewijs gevalideerd heeft, stelde dat het tijdens het onderzoek de mooiste en schoonste watertjes ooit tegen is gekomen. Maar ook watertjes met de slechtst denkbare kwaliteit. Het beeld is dus heel wisselend.”


Grootschaliger onderzoek
Maar over het algemeen gesproken, is de waterkwaliteit in de meeste kleine watertjes – afgaand op zo’n 800 metingen – dus behoorlijk bedroevend. Door dit jaar nog eens duizenden metingen uit te voeren, hoopt Hagen dat er een nog completer en gedetailleerder beeld kan worden verkregen van de waterkwaliteit. Maar ook van de knelpunten. “We willen een nog beter beeld krijgen van de bronnen van vervuiling.” Want uiteindelijk moeten die tenslotte worden aangepakt om de waterkwaliteit op peil te krijgen. Maar dat is nog niet zo gemakkelijk. “De grootste vervuilingsbronnen zijn mest en rioolwater. Om de vervuiling door meststoffen aan te pakken, heb je aangescherpte, landelijke regels voor het gebruik van mest nodig. Terwijl je voor de aanpak van riooloverstorten weer moet kijken naar een betere inrichting van de waterafvoer. Dat gaat buiten de waterschappen om. En om het nog lastiger te maken, vallen deze twee bronnen van vervuiling onder twee verschillende ministeries. Het is dus lastig. En het kost tijd.” Dat er op dit moment duizenden Nederlanders zijn die zich over de waterkwaliteit van beekjes, plasjes en slootjes in hun omgeving buigen, is daarbij van onschatbare waarde. “Straks hebben we meetresultaten waarmee we naar de ministeries kunnen en die – doordat ze door burgers verzameld zijn – ook laten zien dat burgers waterkwaliteit belangrijk vinden.”

Duizenden mensen zijn al met de meetkits aan de slag gegaan.

Om die waterkwaliteit uiteindelijk aan de door de Europese Unie gestelde normen te laten voldoen, moet nog behoorlijk wat werk verzet worden. Maar ook wijzelf kunnen daarin een verschil gaan maken, zo stelt Hagen. “Let bijvoorbeeld op dat je niet te veel water gebruikt. En kijk eens kritisch naar wat je door de gootsteen spoelt. Want bij harde regenbuien kan dat zomaar in oppervlaktewateren terecht komen. Dat geldt dus ook voor het chloor dat je in de wc spuit.” Maar ook buiten de deur kun je aan de slag. “Haal de tegels uit je tuin en vervang ze door gras of bloemen.” Waar tegels het regenwater afvoeren, kan begroeide aarde het opnemen, waardoor de kans dat riolen overlopen, kleiner wordt. “Wat ook helpt, is een regenton in je tuin plaatsen.” En ook met je eetgedrag kun je een verschil maken. “Bijvoorbeeld door plantaardiger te eten, want de productie van vlees vereist veel water.”

Beter water
Door te meten en bewuster met water om te gaan, kunnen we zo allemaal een steentje bijdragen aan een betere waterkwaliteit. En dat is zonder meer de moeite waard. Want watertjes met een goede waterkwaliteit, zijn prachtig. “Waar water van slechte kwaliteit er vies uitziet, stinkt en weinig diersoorten herbergt, is water van goede kwaliteit mooi schoon en helder. Bovendien bruist het van de biodiversiteit en dat is prachtig om te zien.” En een inspanning waard. Want niets doen, is zeker met het oog op de toekomst absoluut geen optie. “Als de zomers steeds warmer en droger worden – iets wat we nu al zien gebeuren – dan zal de waterkwaliteit kwetsbaarder worden. Want terwijl water door de zomerse hitte verdampt, blijven de vervuilende stoffen gewoon achter, waardoor hun concentratie toeneemt.”

Reden genoeg dus om bewuster om te gaan met al die wateren die we in ons kikkerlandje als zo vanzelfsprekend beschouwen. En ook reden genoeg om één van die laatste meetkits in huis te halen en uit te zoeken hoe het nu eigenlijk in jouw buurt zit. “Het is superbelangrijk,” stelt Hagen. Een beetje verslavend is het ook wel. “Ik hoor van mensen dat ze nadat ze eenmaal zo’n meetkit hebben gebruikt, onwillekeurig bij elk watertje dat ze zien toch even kijken hoe het ermee gesteld is: hoe helder het water is, hoeveel waterplanten en -dieren erin leven. Dat is wat zo’n meetkit doet. Je gaat in de verwondering en nieuwsgierigheid stappen en anders naar water kijken.”