caesar

Wetenschappers hebben ontdekt dat Caesar op Nederlands grondgebied – nabij Kessel – twee Germaanse stammen wegvaagde.

Julius Caesar schrijft er uitgebreid over in zijn werk ‘De Bello Gallico’: de veldslag tussen zijn leger en twee Germaanse stammen die eindigde in het voordeel van Caesar.

“Met mijn leger (…) arriveerde ik al bij het vijandelijke kamp voordat de Germanen door konden hebben wat er gebeurde. Door dit alles raakten ze plotseling in paniek: wij waren snel ter plaatse, hun
stamhoofden ontbraken, en zij kregen geen tijd om te overleggen en naar de wapens te grijpen. (…).En terwijl hun angst zich manifesteerde in hun geschreeuw en gedraaf, drongen onze soldaten (…) het kamp binnen. Daar boden de mannen die in allerijl de wapens hadden kunnen grijpen korte tijd weerstand, en vochten tussen de karren en bagagewagens. (…) Maar er was ook een grote groep vrouwen en kinderen en deze sloegen nu naar alle kanten op de vlucht. Ik stuurde de ruiterij achter hen aan. De Germanen hoorden gegil achter zich en toen zij zagen dat hun vrouwen en kinderen gedood werden, smeten zij hun wapens neer (…) en renden hals over kop weg uit het kamp. Toen zij bij het punt waren gekomen waar Maas en Rijn samenstromen, zagen zij geen heil meer in verder vluchten. Een groot aantal van hen werd gedood en de rest wierp zich in de rivier, waar zij omkwamen overweldigd door angst, vermoeidheid en de kracht van de stroom.”

Wapens
Lang was onduidelijk waar deze veldslag precies plaatsvond, maar archeologen zijn er nu uit. Bij de Brabantse plaats Kessel zijn tijdens baggerwerkzaamheden ijzeren zwaarden, helmen, speerpunten en Germaanse gordelhaken gevonden. De meeste vondsten dateren uit de eerste eeuw voor Christus.

Het kruisje geeft aan waar de massaslachting plaatsvond. Afbeelding: VU.

Het kruisje geeft aan waar de massaslachting plaatsvond. Afbeelding: VU.

Skeletten
Het vermoeden dat de veldslag nabij Kessel plaatsvond, wordt verder onderschreven door de aanwezigheid van grote aantallen menselijke skeletresten. Sommige van deze botten zijn beschadigd geraakt door speren en zwaarden. Koolstofdatering toont aan dat het skeletmateriaal uit de Late IJzertijd stamt.

Zwaarden. Afbeelding: VU.

Zwaarden. Afbeelding: VU.

Tandglazuur
De onderzoekers hebben tevens het tandglazuur van drie individuen geochemisch onderzocht op isotopen. Uit dat onderzoek blijkt dat alledrie de omgekomen mensen niet uit het Nederlandse rivierengebied kwamen. Dat onderschrijft het verhaal dat Caesar in zijn boek vertelt. Hij stelt namelijk dat de Germaanse stammen kort voor de veldslag de Rijn waren overgestoken en asiel bij hem hadden aangevraagd. Caesar weigerde dat en trok met zijn volledige troepenmacht ten strijde. Het Germaanse kamp werd veroverd, waarna Caesars troepen achter de vluchtende bevolking aangingen. Op de plek waar de Maas en Rijn (lees: Waal) samenvloeiden, kwamen de Germanen ingesloten te zitten. Caesar gaf opdracht tot een massale slachting. Naar schatting zijn er tussen de 150.000 en 200.000 mensen omgebracht.

De schedel van een volwassen vrouw. Het gat in de schedel werd veroorzaakt door een werpspeer. Afbeelding: VU.

De schedel van een volwassen vrouw. Het gat in de schedel werd veroorzaakt door een werpspeer. Afbeelding: VU.

Caesar was in Nederland
Alle bewijsstukken leiden ertoe dat de archeologen kunnen concluderen dat deze veldslag in Kessel plaatsvond. Tevens is hiermee voor het eerst overtuigend bewezen dat Caesar op Nederlands grondgebied is geweest.

Wat Caesar in Kessel uitspookte, zouden we vandaag de dag misschien wel bestempelen als ‘genocide’. Toch lijkt de grote veldheer zich niet voor zijn daden te schamen; hij schrijft er vrijelijk over in zijn verslag. Dat is te verklaren doordat er in de toenmalige Romeinse politieke cultuur geen morele bezwaren bestonden tegen massamoord op een vijand die verslagen was. Als die vijand ook nog eens uit ‘barbaren’ bestond, hadden de Romeinen er al helemaal geen problemen mee om deze uit te roeien.