Een mytisch wezen komt regelmatig naar Midden-Amerika om zich te voeden met het bloed van geiten. Maar bestaat de Chupacabra (wat ‘geitenzuiger’ betekent) eigenlijk wel? Het antwoord is nee. Het zijn wilde honden met een dodelijke vorm van schurft. Zij zijn ernstig verzwakt en gaan achter makkelijke prooien aan, zoals koeien, schapen en geiten.

Volgens bioloog Barry OConnor van de universiteit van Michigan kloppen de ooggetuigenverslagen van mensen wel, want wilde honden met schurft kunnen er angstaanjagend uitzien. De kleine mijt die verantwoordelijk is voor het ‘Chupacabras-syndroom’ is Sarcoptes scabiei. Deze mijt graaft kleine gangetjes in de huid van de hond en legt er eitjes neer. De nakomelingen bouwen de gangenstelsels verder uit.

Eén geluk: mensen hebben niet veel last van mijten. Omdat wij geen vacht hebben en in de loop van de evolutie natuurlijke weerstand ontwikkelden tegen mijten leven er slechts twintig tot dertig mijten op een gemiddelde persoon.

Tegenwoordig leven honden samen met mensen. De mijten springen van de mensen over op honden en veroorzaken daar allerlei aandoeningen. OConnor: “Veel honden sterven aan een parasiet, omdat ze geen evolutionaire geschiedenis hebben met de parasiet. Zij hebben dus geen afweermechanisme om mijten buiten de deur te houden.”

Omdat honden met schurft ernstig verzwakt zijn, hebben ze meer moeite met het jagen op dieren. OConnor: “Misschien worden ze wel gedwongen om vee aan te vallen, omdat dat makkelijker is dan achter een konijn jagen.”