De olifant is enorm. En dus is ‘de olifant’ ook een enorm misverstand. Tijd om dat de wereld uit te helpen, zo vindt Cees Mulder.

Wie te horen krijgt dat het op de wereld erg slecht gaat met de olifant, staat er waarschijnlijk niet bij stil dat de olifant helemaal niet bestaat. Toch zou dat eigenlijk wel de juiste gedachte moeten zijn.

De olifant
Dé olifant bestaat namelijk niet. Wie in de dierentuin naar dé olifanten kijkt, ziet grijze dikhuiden die tot ‘de olifanten’ gerekend worden. Waarschijnlijk kijkt u naar de Aziatische of Afrikaanse olifant. Wanneer u de precieze soortnaam niet weet, gebruikt u de algemene naam van die soort. En dat doet men bij veel organismen. Zo bestaat er ook niet dé vlieg, dé haai of dé spin en kunt u niet hét gras maaien of dé heg knippen. Toch zal iedereen u begrijpen. Om welke soort het precies gaat is vaak erg moeilijk te zien en meestal ook niet zo belangrijk in de spreektaal.

Meer lezen?

Meer columns van de hand van Cees lezen? Dat kan! Wat denkt u van de column over het Chinees-restaurant-syndroom of suikergoed?

Panter
Vervelender wordt het bij dieren die gewoon écht niet bestaan. Neem nu de panter, een dier dat er gewoon niet is. Behalve in veel biologieboekjes en in fictieve verhalen zoals The Pink Panther of Jungle Book, waarin de panter Bagheera een vriend van Mowgli is. Volgens de Dikke van Dale is een panter hetzelfde als een luipaard, maar er zijn meer dieren die voor panter door het leven mogen gaan. Zo worden meerdere grote katten, zoals de jaguar, en kleine katachtigen, zoals de poema, ook vaak panters genoemd. Kortom, veel katten mag u panter noemen, maar in het echt zult u er nooit eentje tegenkomen.

Adelaar
Nog zo’n zielig dier is de adelaar. Wat een pechvogel. De adelaar, of arend, wordt juist omschreven door iets wat hij niet is. Een adelaar is namelijk: ‘een grote dagroofvogel die geen gier, havik, buizerd of valk is.’ En dan blijft er nog heel wat over. De overgebleven groep omvat allerlei verschillende soorten roofvogels met hele verschillende uiterlijke kenmerken. En u mag ze dus allemaal adelaar noemen. Of arend, wat u wilt.

Soort
Maar waarom bestaat dan wel dé hond en niet dé olifant? Dat is een kwestie van een biologische afspraak. Zodra twee dieren samen een vruchtbaar kindje kunnen krijgen behoort het dier tot één en dezelfde soort. Een teckel en een Duitse herder kunnen samen voor vruchtbare nakomelingen zorgen. De Aziatische en de Afrikaanse olifant kunnen proberen wat ze willen, maar tot een vruchtbaar resultaat zal het nooit komen.

En ach, waarschijnlijk doet het er ook allemaal niet zo veel toe. Wie een surfer op zee wil waarschuwen voor naderend gevaar mag gewoon roepen: “Pas op! Een haai!” Geen haai die er naar kraait dat hij niet bij zijn echte naam wordt genoemd.

Eén keer in de twee weken plaatst biologiedocent Cees Mulder een column op Scientias.nl over biologie. Volg Cees ook op Twitter: @BiologieDocent en neem ook eens een kijkje op zijn eigen site.