De gezondheidszorg is hard op weg om van een zegen in een vloek te veranderen. Tijd om in te grijpen, vindt onze columnist.

Enige tijd geleden kreeg mijn tante het slechte nieuws te horen. Ze had kanker en zou niet meer beter worden. Maar, zo haastte de arts zich, dat wilde niet zeggen dat ze niets meer van het ziekenhuis hoefde te verwachten. Er waren namelijk middelen om dat onvermijdelijke proces van nog zieker worden en uiteindelijk sterven nog even uit te stellen. Mijn tante is niet alleen. Jaarlijks krijgen vele anderen dat slechte nieuws voorgeschoteld. En het is niet alleen slecht nieuws wat zij krijgen, ze krijgen er veelal een niet te maken keuze bij: hun leven met de meest vreselijke behandelingen verlengen of de kanker niet dwarszitten en wachten tot de profetie van de dokter zich voltrekt.

Vloek
Het is de vloek van de moderne gezondheidszorg: we weten en kunnen te veel. Met verbazingwekkende vanzelfsprekendheid worden middelen om levens die niet meer te redden zijn, te verlengen uit de kast getrokken. Op gekunstelde wijze wordt een lichaam dat eigenlijk niet meer kan en evolutionair gezien eigenlijk ook niet meer ‘mag’ in leven gehouden. Oppeppers, pijnstillers, pillen die de bijwerkingen van die pillen weer moeten verhelpen, enzovoort. En het werkt: levens worden soms met maanden of zelfs jaren gerekt. Maar tegen welke prijs? Want wat verlengen we? Is het nog wel een leven?

Dilemma
Het is een dilemma. Zeker omdat lang niet iedereen op dezelfde wijze op de behandelingen reageert. De één wint er nog twee goede maanden mee. De ander weet de dood nog één maand op afstand te houden, maar brengt die maand wel in pijn of zelfs niet langer bij bewustzijn door. En dilemma’s zoals deze, nemen alleen maar in omvang toe. Want onze kennis en kunde groeien nog steeds. We kunnen tegenwoordig mensen wiens hart al 30 minuten stilstaat nog terughalen, zo getuigt het trieste ongeval van prins Friso. We kunnen mensen wiens lichaam eigenlijk niet meer kan, toch nog hier houden door nog meer chemische stoffen in hun al zo zieke lijf te pompen. En het verlangen om dat te doen, is zo in en in menselijk. Het is onze overlevingsdrang, onze drang om elk laatste strohalmpje vast te grijpen. Het is ons verlangen naar hoop, hoe vals die ook mag zijn.

Meer

Meer lezen van Eva? Verdiep u eens in haar column ‘Het schattige klimaatdebat‘ of haar visie op ‘Rust, reinheid, regelmaat en muziek‘ of ‘De ruimte als ons Eldorado‘.

De rek is eruit
Onze voorouders mochten het prijzen als ze hun veertigste verjaardag haalden. Geen wonder dat de gezondheidszorg werd omarmd. Een goede wondverzorging, een betere hygiëne: we ontwikkelden ons en met die ontwikkeling sprokkelden we er extra levensjaren bij. Een feest was het. Maar nu komen we op dat omslagpunt waarop de gezondheidszorg de grenzen van ons lichaam voorbij marcheert. Met pillen, poeders, bestralingen en preventieve zorg kunnen we misschien wel makkelijk 120 worden. Maar de rek is uit ons lijf: wij kunnen onze eigen gezondheidszorg niet aan. En dus is het tijd voor een nieuwe manier van denken. Niet de kwantiteit van leven (zo oud mogelijk worden), maar de kwaliteit van leven (zo goed mogelijk oud worden) moet voorop komen te staan.

Wie?
Grote vraag is natuurlijk wie het lef heeft om de mensheid tegen de eigen gezondheidszorg in bescherming te nemen. Moeten patiënten dat doen? Of dokters? Of verpleegkundigen? Eén ding staat vast: gemakkelijk wordt het niet. We zullen onze oerdriften moeten overstemmen en puur op basis van ons gezond verstand moeten vaststellen hoever we willen – en bovenal: kunnen – gaan. Het is lastig. Maar troost u: het zal slechts tijdelijk zijn. Want de kennis en kunde van het menselijk lichaam groeit nog steeds en de dag waarop ziekten die nu onbehandelbaar zijn met hetzelfde gemak als een hardnekkige griep verholpen worden, komt. Dan kunnen we weer met een gerust hart voor kwantiteit kiezen, omdat kwaliteit er hand in hand mee gaat.

Het is zeker niet mijn bedoeling om mensen levensverlengende zorg af te raden of te ontnemen. Uiteindelijk is dat een keuze die u – hopelijk nooit – moet maken. Maar ik hoop wel dat artsen en verpleegkundigen hun verantwoordelijkheid nemen en ondanks hun nauwe betrokkenheid bij de patiënt in staat zijn om in te grijpen voor de gezondheidszorg de grenzen van ons eigen lichaam overschrijdt. Een lang en gelukkig leven. Voor sommigen is het weggelegd, voor anderen zal het een sprookje blijven. Zij moeten het leven al veel eerder loslaten. Maar wat verdienen ze het om dat op een menswaardige manier te doen.