Stukje bij beetje komen wetenschappers meer te weten over de conceptie en leren ze dat proces ook te sturen, bijvoorbeeld met IVF. Waar gaat dat heen? Hoe worden baby’s in de toekomst gemaakt? Zijn daar dan nog wel mannen voor nodig?

In een gloednieuw boek buigt bioloog Aarathi Prasad zich over die vraagstukken. Het resultaat is een fascinerende uiteenzetting over hoe de conceptie zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld en hoe die ontwikkelingen in de toekomst door zullen zetten en tot ongekende mogelijkheden zullen leiden.

De man en de vrouw
Vroeger – in de tijd van Aristoteles, maar ook in de tijd van Leonardo da Vinci nog – hadden wetenschappers een heel eigenaardig beeld van de conceptie. Ze stelden dat de vrouw bij het maken van baby’s een ondergeschikte rol speelde. Dat klinkt misschien wat vreemd, maar de onderzoekers zagen de vrouw meer als een opslagplaats waarin de baby zich ontwikkelde. Het echte werk werd verzet door de man: hij leverde het zaadje waaruit de baby groeien zou (van een eicel hadden de mensen in die tijd nog niet gehoord). Tegenwoordig weten we wel beter: man en vrouw leveren een bijdrage aan de baby en elk stoppen ze er genetisch materiaal in.

Haaien
Wij mensen weten niet beter dan dat het zo werkt: er is een man en een vrouw (of beter gezegd: een eicel en een zaadcel) nodig voor het verwekken van een kind. Maar in het dierenrijk is dat lang niet overal zo aannemelijk. Zo zijn er de laatste jaren meerdere soorten ontdekt die zich maagdelijk voortplanten. De kaphamerhaai (Sphyrna tiburo) bijvoorbeeld. En de zwartpunthaai (Carcharhinus limbatus). En ook diverse insecten doen het. Sommige soorten planten zich altijd maagdelijk voort, anderen enkel als er geen mannetjes voorhanden zijn. Maar als zoveel verschillende soorten organismen dat kunnen, waarom kunnen wij het dan niet?

Eicel op eigen kracht
Laten we voorop stellen dat het voor een menselijk eitje mogelijk is om ook zonder hulp van een zaadcel uit te komen. Alleen heeft dat nog nooit geresulteerd in een gezond kind. “Het belangrijkste bewijs dat de menselijke eicel zich zelfstandig kan ontwikkelen, zijn teratomen: schokkende, groteske celmassa’s die een versmelting lijken te zijn van onvoltooide of afgedankte lichaamsdelen,” schrijft Prasad. Eierstokteratomen zijn in het verleden aangetroffen bij hele jonge meisjes (van een jaar of twee), maar ook bij oude vrouwen (van in de tachtig). Teratomen zijn eigenlijk een soort gezwellen, die uit onbevruchte eitjes (eitjes die nooit met een zaadcel in aanraking zijn gekomen) tot stand zijn gekomen. In 2003 verwijderden onderzoekers zo’n gezwel bij een 25-jarige vrouw die nog nooit seks had gehad. Toen ze het gezwel bestudeerden, ontdekten ze dat het een klein ‘popachtig’ lichaampje was. Het was een vreemde foetus met een oor, alle ledematen en zelfs een kaak waarin al tandjes begonnen door te komen. Eicellen kunnen dus door een vrouwenlichaam worden aangezet om zich te gaan ontwikkelen, zelfs als er geen zaadcel aan te pas is geweest. Maar hoe? Experimenten wijzen erop dat een foutje in het c-mos-gen een rol speelt. Maar een eicel mag dan in staat zijn om zichzelf zelfstandig te ontwikkelen: dat heeft nog nooit tot een gezond kind geleid. “Hoewel een solitair gen al voldoende kan zijn om het ei te stimuleren om een embryo te vormen, is dat bij de mens niet voldoende om een gezond kind te maken. Ongeacht hoeveel menselijke kenmerken er aanwezig zijn, zijn de uit alleen eitjes geboren teratomen nog altijd groteske wezens, zonder enige hoop op leven.”

Muisjes
Kunnen we dan concluderen dat we de man nog steeds nodig hebben? Dat zonder zaadcel een eicel nooit uit kan groeien tot een gezonde baby? Zeker niet. In 2004 kwam de muis Kaguya in het lab ter wereld. Een bijzonder organisme: het was het eerste zoogdier dat geen biologische vader had. “Het moet in de toekomst mogelijk zijn om met dit soort genetische ingrepen een mensenbaby te maken,” merkt Prasad stellig op. De aanpak heeft echter één groot nadeel: wetenschappers kunnen op deze manier alleen vrouwelijke nakomelingen fabriceren. “Tenzij we ergens een Y-chromosoom kunnen vinden, al was het maar in een lab.” En ook daar wordt aan gewerkt. In 2007 ontwikkelden onderzoekers een synthetisch chromosoom, gebaseerd op de parasitaire bacterie Mycoplasma gentialium. Hoewel een doorbraak, zijn we er daarmee nog lang niet. Het kunstchromosoom telde bijvoorbeeld 381 genen, aanzienlijk minder dan onze 23.000 genen.

Onvruchtbaarheid

Dat de wetenschappelijke ontdekkingen zich in zo’n rap tempo opvolgen, heeft alles te maken met het feit dat onvruchtbaarheid een groeiend probleem is. Steeds meer stellen krijgen ermee te maken, mede doordat ze te lang wachten met het stichten van een gezin. En dan is er nog dat andere probleem waar sommige wetenschappers zich ernstige zorgen over maken: de desintegratie van het Y-chromosoom. Het Y-chromosoom – waaraan mannen de vruchtbaarheid en hun mannelijkheid te danken hebben – telt nog maar zo’n 45 genen, terwijl dat er vroeger 1400 waren. Als dat aantal genen zo af blijft nemen, ziet de toekomst van onze soort – afhankelijk van Y- en X-chromosomen – er slecht uit.

Hobbels
Hoewel er nog heel wat hobbels te nemen zijn, is Prasad ervan overtuigd dat de conceptie in de toekomst heel anders (en wellicht gemakkelijker) gaat verlopen. Ze beroept zich daarbij op alle wetenschappelijke ontdekkingen die de laatste tijd zijn gedaan en die ons een beter inzicht geven in hoe de conceptie werkt en hoe we een aantal van die hobbels weg kunnen nemen. Ze denkt dan bijvoorbeeld aan de eerste IVF-baby in 1978, maar ook aan de experimenten die nu worden uitgevoerd in een poging uit stamcellen zaadcellen of eicellen te genereren. Als dat lukt, speelt de biologische klok geen rol meer: zelfs als de eicellen op zijn, kan een vrouw nog kinderen krijgen, doordat stamcellen uitgroeien tot eicellen. Wellicht hoeft de vrouw zich in de toekomst zelfs geen zorgen meer te maken over haar zwangerschapsverlof of de bevalling. De wetenschap werkt immers ook aan een kunstbaarmoeder waarin een embryo zich verder kan ontwikkelen. In de toekomst kunnen we dan ook wel eens te maken krijgen met een vrouw die alleen stamcellen en een kunstmatig Y-chromosoom nodig heeft om eitjes en zaad te produceren. “Ze kan met twee van haar eigen eitjes een kind creëren, waarbij één van de eitjes wordt omgezet in een pseudozaadcel waarmee ze zichzelf bevrucht,” schrijft Prasad. “Als er vervolgens een kunstbaarmoeder beschikbaar zou zijn, zou ze zelfs kunnen afzien van de zwangerschap, waardoor een arts de ideale omstandigheden kan instellen voor de ontwikkeling van de foetus. Ze zou zelfs kunnen doorwerken totdat de baby is geboren, net zoals veel mannen doen. Dat zou een geweldige biologische en sociaal gelijkmakende factor zijn, een waarlijk nieuwe blik op seksuele voortplanting. De vraag is niet of dit ooit zal gaan gebeuren, maar wanneer.”

En dan is de maagdelijke moeder een feit. “De optelsom ‘man plus vrouw = baby’ zal niet langer de enige optie zijn.” Vanzelfsprekend zou zo’n toekomst er heel anders uit gaan zien. De gezinsstructuren die we van oudsher kennen, zullen een enorme metamorfose ondergaan en daarmee verandert ook de maatschappij, die zich geworteld weet in de gezinsstructuur zoals we die nu kennen.

Meer weten over de geschiedenis en toekomst van de menselijke conceptie? Nieuwsgierig naar de recente wetenschappelijke ontdekkingen die op dit gebied zijn gedaan? Dan is het boek van Aarath Prasad een echte aanrader. Op een heldere manier en aan de hand van veel voorbeelden zet Prasad op overtuigende wijze uiteen hoe de toekomst van de conceptie er volgens haar uit gaat zien. Nieuwsgierig? Bestel het boek (in het Engels) hier of het e-book (in het Nederlands) hier!