In veel delen van de wereld zijn de voorspellingen door toedoen van COVID-19 een stuk minder nauwkeurig geworden.

Dat schrijven Britse onderzoekers in het blad Geophysical Research letters. Het heeft alles te maken met het feit dat het vliegverkeer tussen maart en mei vrijwel stil kwam te liggen. Hierdoor raakte in één klap ook 50 tot 75 procent van de aan boord van vliegtuigen gemonteerde weerstations buiten bedrijf. En dat leidt – zeker in gebieden waar normaliter veel vliegverkeer te vinden is en in gebieden die vrij geïsoleerd liggen – tot aanzienlijk minder accurate voorspellingen. En naarmate vliegtuigen langer aan de grond staan, worden die voorspellingen alleen maar minder nauwkeurig, zo waarschuwen de onderzoekers.

Het belang van vliegtuigen
Meteorologen kunnen voor het in kaart brengen en voorspellen van het weer een beroep doen op verschillende instrumenten. Zo zijn er satellieten en weerstations op de grond. Maar ook vliegtuigen spelen een belangrijke rol door op vlieghoogte onder meer de temperatuur, luchtdruk en wind te meten. En door tijdens het opstijgen en landen diezelfde gegevens ook in lagere luchtlagen te verzamelen.


In totaal zijn er wereldwijd ongeveer 40 commerciële luchtvaartmaatschappijen – waaronder ook KLM – die deze data met zo’n 3500 vliegtuigen verzamelen en met meteorologen delen. Samen zijn deze vliegtuigen doorgaans goed voor zo’n 700.000 meteorologische waarnemingen per dag. Je kunt je voorstellen dat het wegvallen van een groot deel van deze vluchten een enorme impact heeft op de gegevens die meteorologen tot hun beschikking hebben. En dat zien we terug in de voorspellingen, zo stellen de onderzoekers.

Het onderzoek
In hun studie vergeleken ze de nauwkeurigheid van weersvoorspellingen die in de periode tussen maart en mei 2020 zijn gedaan met die van weersvoorspellingen die in dezelfde periode in 2017, 2018 en 2019 zijn gedaan. Het onderzoek wijst uit dat de voorspellingen in 2020 op het gebied van temperatuur, relatieve luchtvochtigheid, windsnelheid en luchtdruk minder accuraat waren dan in de jaren ervoor. Op korte termijn (1 tot 3 dagen) bleken de voorspellingen van bijvoorbeeld windsnelheid en luchtdruk aan het oppervlak nog wel aardig te kloppen, maar op de langere termijn (4 tot 8 dagen) waren ze in 2020 aanzienlijk minder accuraat dan in voorgaande jaren. En dat terwijl de voorspellingen in februari van dit jaar – kort voor het vliegverkeer door toedoen van de pandemie stilviel – nog accurater waren dan in voorgaande jaren.

Neerslag
De neerslagvoorspellingen bleven vrij accuraat. Dat komt waarschijnlijk deels omdat hierbij sterk geleund wordt op satellietdata, zo stellen de onderzoekers. Maar wat waarschijnlijk ook hielp, is dat de maanden maart, april en mei in het grootste deel van de wereld vrij droog waren. De onderzoekers kunnen dan ook niet uitsluiten dat ook de neerslagvoorspellingen minder nauwkeurig worden als het orkaan- en moessonseizoen aanbreekt.


We raadplegen ze allemaal wel eens: de weersvoorspellingen. Maar ze zijn niet alleen van belang voor het grote publiek, dat bijvoorbeeld even wil nagaan of de bbq vanonder het stof gehaald kan worden. Nauwkeurige weersvoorspellingen zijn ook in tal van professies onmisbaar en als zodanig van groot economisch belang. Bijvoorbeeld in de (duurzame) energiesector. Windmolens leunen sterk op accurate voorspellingen van windsnelheid en -richting. En energiebedrijven gebruiken temperatuurvoorspellingen om te voorspellen hoeveel energie mensen naar verwachting gaan gebruiken om bijvoorbeeld hun huis te verwarmen of koelen. En ook voor de landbouw zijn accurate voorspellingen van grote waarde.

Van Groenland tot Antarctica
Het onderzoek wijst verder uit dat de afname van vliegverkeer en dus de afname van weermetingen niet in alle gebieden tot dezelfde afnames in nauwkeurigheid van de weersvoorspellingen leidde. Zo blijken de weermetingen vooral hard gemist te worden in gebieden waar normaliter veel vliegverkeer te vinden is. Denk aan de VS, maar ook het zuidoosten van China en Australië. En ook in geïsoleerde gebieden, zoals de Sahara, Groenland en Antarctica waren de weersvoorspellingen minder nauwkeurig.

West-Europa
Opvallend genoeg leken de weersvoorspellingen in West-Europa – ondanks dat het vliegverkeer met 80 tot 90 procent afnam – nauwelijks te worden aangetast. De onderzoekers noemen dat verrassend, maar denken het wel te kunnen verklaren. Zo beschikt het gebied over een heel dicht netwerk van op de grond gevestigde weerstations. Ook worden er veel weerballonnen ingezet om op grotere hoogte metingen te kunnen doen. Daarnaast moet echter worden opgemerkt dat het Europese weer in de periode maart-mei vrij stabiel was, waardoor het ook gemakkelijker is om het weer met minder data te voorspellen.

Wat het onderzoek vooral duidelijk maakt, is dat we in veel gebieden voor onze meteorologische data op dit moment te sterk afhankelijk zijn van vliegtuigen. “Het is een goede les die ons vertelt dat we meer observatiepunten nodig hebben, zeker in gebieden waar data schaars is,” aldus onderzoeker Ying Chen. “Dat kan helpen om ons in de toekomst te beschermen tegen de effecten van zo’n wereldwijde noodsituatie.”