down-syndroom

Wetenschappers beweren dat de cortex van een kind met het syndroom van Down dikker is dan de hersenschors van een gemiddeld kind.

De hersenschors is de buitenste laag van hersenweefsel. Deze laag is slechts twee tot vier millimeter dik, maar wel zeer belangrijk. Zo is dit het gebied waar het brein informatie uit de rest van het lichaam ontvangt, analyseert en interpreteert.

Psycholoog Nancy Raitano Lee van de Drexel Universiteit maakte een MRI-scan van 31 jongeren met het syndroom van Down en 45 kinderen zonder het syndroom. Het is al langer bekend dat mensen met het syndroom van Down minder hersenvolume hebben, maar nu blijkt dat ook de hersenschors dikker is.

De oorzaak van de dikkere hersenschors is niet bekend. Onderzoekers vermoeden dat het brein van een syndroom van Down-patiënt minder goed in staat is om neurale verbindingen weg te snoeien.

Sommige hersengebieden met verdikkingen bleken onderdeel uit te maken van het zogenoemde defaultnetwerk te zijn. Dit is een netwerk van gebieden in de hersenen dat vooral actief is in een toestand van rust, waarin men niet op gebeurtenissen in de buitenwereld is gericht. Wetenschappers hebben in het verleden een verband gevonden tussen verslechtering van het defaultnetwerk en Alzheimer. Mogelijk verklaart dit waarom patiënten met het syndroom van Down een verhoogd risico op Alzheimer hebben.