COVID-19 is geen griepje. Maar in de komende jaren kan het wel transformeren tot een onschuldige verkoudheid, zo voorspellen Amerikaanse onderzoekers.

De wetenschappers baseren zich op wiskundige modellen. “In het komende decennium kan COVID-19 minder ernstig worden naarmate populaties collectief immuniteit ontwikkelen,” aldus onderzoeker Fred Adler, mathematisch bioloog aan de universiteit van Utah.

Andere coronavirussen
SARS-CoV-2 is ongetwijfeld het beruchtste coronavirus van dit moment. Maar er zijn meer coronavirussen die onder mensen toeslaan. Dat ze niet zoveel aandacht krijgen, is goed te verklaren; deze coronavirussen zijn vrij onschuldig en infectie leidt slechts tot milde (verkoudheids)klachten.

Maar er zijn aanwijzingen dat zeker één van deze vandaag de dag onschuldige coronavirussen in het verleden niet zo onschuldig was. Het coronavirus in kwestie wordt zelfs voorzichtig gelinkt aan een negentiende eeuwse pandemie – de Russische griep – die naar schatting 1 miljoen levens eiste. Het zou betekenen dat dit virus in de negentiende eeuw een stuk gevaarlijker was dan nu het geval is. En dat roept natuurlijk de vraag op of SARS-CoV-2 een vergelijkbaar pad zou kunnen volgen en na verloop van tijd minder gevaarlijk wordt.

Model
Adler en collega’s hebben zich in die vraag vastgebeten. Ze ontwikkelden daartoe een wiskundig model, waarin ze drie aannames doen, waarvan we sommige tijdens deze pandemie al bevestigd zagen worden. Zo gaan de onderzoekers er in hun model bijvoorbeeld vanuit dat kinderen een heel kleine kans hebben om na infectie door SARS-CoV-2 ernstig ziek te worden. Ten tweede wordt er in het model vanuit gegaan dat volwassenen die COVID-19 hebben gehad of gevaccineerd zijn, beschermd zijn tegen ernstige ziekte door SARS-CoV-2. En tenslotte gaat het model ervan uit dat er een verband is tussen de mate van blootstelling aan het virus en de ernst van de symptomen. Heel concreet gaan de onderzoekers er bijvoorbeeld vanuit dat mensen die slechts aan een kleine hoeveelheid virusdeeltjes worden blootgesteld, doorgaans ook slechts milde symptomen ontwikkelen en op hun beurt ook niet zoveel virusdeeltjes verspreiden, waardoor de mensen die zij weer besmetten dus ook voornamelijk milde klachten ontwikkelen. Voor volwassenen die aan grote hoeveelheden virusdeeltjes worden blootgesteld, zou precies het omgekeerde gelden: zij hebben een grotere kans op een ernstig ziekteverloop en verspreiden na infectie op hun beurt juist veel meer virusdeeltjes. Tegelijkertijd kunnen we natuurlijk wel maatregelen nemen om onszelf te beschermen; zo houdt het model er rekening mee dat het dragen van mondkapjes en afstand houden de kans op blootstelling aan een grote hoeveelheid virusdeeltjes verkleint.

Steeds vaker een mild ziekteverloop
De onderzoekers stoeiden wat met deze aannames en ontdekten dat ze samen leiden tot een situatie waarin een steeds groter deel van de bevolking na infectie slechts milde klachten ontwikkelt. “In het begin van de pandemie had niemand het virus ooit gezien,” legt Adler uit. “Ons immuunsysteem was er niet op voorbereid.” Wat de modellen laten zien, is dat naarmate meer mensen immuun worden – hetzij doordat ze geïnfecteerd of gevaccineerd zijn – ernstige infecties steeds zeldzamer worden. En uiteindelijk is er nog maar één groep met een immuunsysteem dat het virus niet kent en dat zijn jonge kinderen. En die komen er van nature – om nog altijd onduidelijke redenen – vrijwel altijd met hooguit milde symptomen vanaf. “Wat nieuw is aan onze aanpak is dat we de competitie tussen milde en ernstige COVID-19-infecties erkennen en ons afvragen welk type op de lange termijn zal winnen,” stelt onderzoeker Alexander Beams.

Onzekerheden
En uiteindelijk lijkt de milde infectie dus aan het langste eind te trekken. Die conclusie is gebaseerd op een model dat – zoals gezegd – weer leunt op een aantal aannames. Maar ook in die aannames zit natuurlijk een stukje onzekerheid dat doorsijpelt in het model en de resultaten. “De meeste onzekerheid is er over twee dingen,” vertelt Adler aan Scientias.nl. “Allereerst is onzeker of mensen die besmet worden door mensen met milde symptomen – zoals kinderen bijvoorbeeld – doorgaans zelf ook milde symptomen vertonen. Ten tweede weten we nog niet hoelang de immuniteit duurt en wat er gebeurt als iemand met gedeeltelijke immuniteit geïnfecteerd wordt. Vertoont die persoon dan inderdaad slechts milde symptomen?”

Virusvarianten
Daarnaast is in de modellen geen rekening gehouden met virusvarianten die zich weinig aan onze – hetzij door vaccins of infectie verkregen – immuniteit gelegen laten liggen. “Als nieuwe mutanten zelfs tot ernstige ziekte leiden onder mensen die al geïnfecteerd zijn geweest of al gevaccineerd zijn, dan zal het proces zoals wij dat beschrijven niet werken.”

Vijf tot tien jaar
Wanneer het door het wiskundige model geschetste toekomstscenario werkelijkheid zou kunnen worden, blijft afwachten. “We weten het niet zeker, maar we denken dat het – als alle hypothesen over transmissie en immuniteit standhouden – in de komende vijf tot tien jaar kan gebeuren,” aldus Adler. Vaccins spelen daarin een grote rol. Hoewel er dus voorzichtige aanwijzingen zijn dat coronavirussen in het verleden ook in afwezigheid van vaccins onschuldiger zijn geworden, hoopt Adler dat de vaccins tegen SARS-CoV-2 het proces versnellen.

Belang van het onderzoek
Hoewel er nog wel wat onzekere aspecten aan het wiskundige model ten grondslag liggen en zeker niet bewezen is dat het geschetste toekomstscenario werkelijkheid wordt, vinden de onderzoekers het toch belangrijk om het te delen en in overweging te nemen. “Om twee redenen,” zo stelt Adler. “De eerst is psychologisch; het is goed om je ervan bewust te zijn dat er een weg uit deze pandemie is waarbij de voordelen die vaccins hebben eigenlijk worden uitvergroot.” Vaccins zorgen er niet alleen voor dat individuen op korte termijn een kleinere kans hebben om ernstig ziek te worden, maar dragen volgens het model op lange termijn ook bij aan een wereld waarin ernstige COVID-19 geen plaats meer heeft. “En ten tweede kunnen we nu gaan werken aan beleid dat naast het beperken van het aantal infecties ook gericht is op het promoten van milde infecties.” Hoe dat er precies uit zou kunnen zien, is nog onduidelijk. “We hebben dat nog niet uitgewerkt,” stelt Adler. Maar hij denkt bijvoorbeeld aan het strategisch kiezen van de leeftijd waarop kinderen voor het eerst worden gevaccineerd en de frequentie waarmee volwassenen tegen COVID-19 worden ingeënt.

Het is echter vooral zaak om nu helder te krijgen in hoeverre het model het bij het juiste eind heeft. “Onze volgende stap is om de voorspellingen die ons model doet te vergelijken met de huidige stand van zaken om zo na te gaan in welke richting de pandemie zich beweegt.” Als het model het bij het juist eind heeft, mogen we namelijk verwachten dat de verhouding tussen milde en ernstige ziektebeelden verandert, in het voordeel van de milde ziektebeelden. “Ook verwacht je clusters van milde gevallen en milde gevallen onder mensen die of de ziekte of het vaccin meer dan een jaar geleden al hebben gehad,” aldus Adler.