Met een spanwijdte van zo’n 6,5 meter waren ze twee keer zo groot als de grootste vogel die we nu kennen: de grote albatros.

Zo’n 65 miljoen jaar geleden sloeg het noodlot toe: een flinke planetoïde klapte op de aarde en bracht een massa-extinctie op gang. De bekendste slachtoffers zijn ongetwijfeld de dinosaurussen en de pterosaurussen (enorme vliegende reptielen). Maar in de nasleep van deze massa-extinctie grepen tal van soorten die lang in de schaduw van de dinosaurussen en pterosaurussen hadden geleefd, maar in tegenstelling tot die giganten de massa-extinctie hadden overleefd, hun kans. Ze eigenden zich vrijgekomen leefgebieden toe en pasten zich aan die leefgebieden aan.

Snelle groei
Dat gold ook voor vogels. En die lieten er na de verdwijning van de dinosaurussen geen gras over groeien, zo blijkt uit een nieuw onderzoek, verschenen in het blad Scientific Reports. In het onderzoek beschrijven de wetenschappers een 50 miljoen jaar oude gefossiliseerde poot en 40 miljoen jaar oud stuk onderkaak die toebehoorden aan vogels behorende tot de familie der Pelagornithidae.


Hoewel er eerder al resten van deze familie zijn teruggevonden die maar liefst 62 miljoen jaar oud waren, zijn deze poot en onderkaak toch heel bijzonder. Want waar die 62 miljoen jaar oude resten duidelijk afkomstig waren van een relatief kleine vogel, zijn de resten die onderzoekers nu presenteren, duidelijk afkomstig van enorme vogels die grofweg twee keer groter waren dan de grote albatros – de grootste vogel die we vandaag de dag kennen. “Het (onderzoek, red.) laat zien dat vogels relatief snel na het uitsterven van de dinosaurussen een werkelijk gigantische omvang aannamen en vervolgens miljoenen jaren over de oceanen heersten,” aldus onderzoeker Peter Kloess.

Museumcollectie
De gefossiliseerde poot werd halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw al in Antarctica teruggevonden, maar verdween in een museumcollectie. Toen Kloess daar wat rondneusde, stuitte hij op het pootje. “Ik houd ervan om wat rond te scharrelen en dingen te vinden die mensen over het hoofd hebben gezien.” Kloess boog zich niet alleen over het pootje, maar ook over de bijgesloten aantekeningen en ontdekte al snel dat het pootje niet – zoals de aantekeningen suggereerden – 40 miljoen, maar 50 miljoen jaar oud waren. Naast het pootje herontdekte Kloess ook het middelste deel van de onderkaak van een vogel behorende tot de Pelagornithidae. Deze onderkaak is zo’n 40 miljoen jaar oud en afkomstig uit een schedel die naar schatting 60 centimeter lang was.

Domineren
De enorme vogels moeten kort na het uitsterven van de dinosaurussen de luchten en wateren van Antarctica hebben gedomineerd. “Met een levensstijl die ongeveer vergelijkbaar is met die van levende albatrossen moeten de gigantische uitgestorven Pelagornithidae met hun lange vleugels over de open wateren hebben gevlogen – die wateren werden op dat punt nog niet gedomineerd door walvissen en zeehonden – en daar gezocht hebben naar inktvissen, vogels en ander voedsel dat ze met hun snavels, gevuld met scherpe pseudotanden (zie kader, red.) konden pakken,” vertelt onderzoeker Thomas Stidham. “De grote Pelagornithidae waren bijna twee keer zo groot als albatrossen en moeten geweldige roofdieren zijn geweest die gaandeweg aan de top van hun voedselketen kwamen te staan.”


Pseudotanden
Pelagornithidae worden ook wel beentandvogels genoemd vanwege de puntige benige uitsteeksels op hun kaken die nog het meeste weghebben van tanden. Maar het zijn niet echt tanden; ze waren bedekt met een hoornachtig materiaal – keratine, hetzelfde materiaal als waar onze vingernagels uit bestaan. In het stukje onderkaak dat Kloess in de museumcollectie heeft teruggevonden, zijn nog stukjes van deze pseudotanden zichtbaar. Afgaand op de resten vermoedt Kloess dat ze zo’n drie centimeter lang moeten zijn geweest.

In het verleden zijn op aarde regelmatig grote vliegende organismen ontstaan. Zo waren er de pterosaurussen met spanwijdtes van wel tien meter. Maar het record in het Cenozoïcum – het tijdvak dat startte na de massa-extinctie waarbij ook de dino’s het loodje legden – staat zeker op naam van de Pelagornithidae. De familie was de eerste die in dat tijdvak zo’n grote omvang wist te bereiken. Pas 40 miljoen jaar later ontstond in Noord-Amerika een gier-achtige vogel die een vergelijkbare spanwijdte kende: de inmiddels ook uitgestorven Teratornithidae. Maar deze enorme vogels hadden een heel ander leefgebied. “De extreme, enorme omvang van deze uitgestorven vogels (de Pelagornithidae, red.) is in zeelandschappen echt ongeëvenaard,” stelt onderzoeker Ashley Poust.

De resten van enorme Pelagornithidae zijn teruggevonden in Antarctica, een gebied dat we vandaag de dag associëren met lage temperaturen en heel veel ijs. Maar dat was 50 miljoen jaar geleden anders. Antarctica was veel warmer en herbergde naast de Pelagornithidae ook veel inmiddels uitgestorven landdieren, waaronder verre familieleden van luiaards en miereneters. Ook waren er veel vogels te vinden – waaronder vroege pinguïnsoorten en uitgestorven familieleden van eenden en struisvogels die de vele eilanden die het Antarctische Schiereiland kent, hun thuis noemden. Afbeelding: Brian Choo.

Maar ook de Pelagornithidae hadden het eeuwige leven niet. Zo’n 2,5 miljoen jaar geleden stierven de enorme vogels – na miljoenen jaren over de boven de wateren gelegen luchten te hebben geheerste – uit.