Na de berenvellen, toga’s en houppelandes nam de mode tijdens de Renaissance een rigoureuze wending. De visie op het leven was veranderd en de ontdekking van nieuwe werelden bood onbeperkte mogelijkheden. Bij zo’n nieuwe levensstijl hoorde natuurlijk een nieuwe garderobe.

Reeds in de Middeleeuwen zagen de rijke dames en heren eruit om door een ringetje te halen. Maar zo tegen het begin van de Renaissance werd hun kleding een kunstwerk op zichzelf. Er werden dure stoffen en vele borduursels gebruikt zodat de jurken en pakken een statussymbool werden. De jurken hadden een opvallende vorm. Ze liepen niet recht naar beneden, zoals bijvoorbeeld in de Middeleeuwen het geval was, maar liepen op de heupen breed uit. Het bovenlijf was strak. Veelal droegen de vrouwen een korset om zich in de jurken te kunnen hijsen. De pakken van de mannen waren minstens zo indrukwekkend.

Een jurk uit de zestiende eeuw. De invloeden van de Middeleeuwen zijn nog zichtbaar. Bijvoorbeeld in de lange mouwen die aan de houppelande doen denken.

Prachtige stoffen
In de zestiende eeuw werd veel gebruik gemaakt van wol en linnen, maar dat veranderde toen het Huis Habsburg over grote delen van Europa ging heersen. Spaanse invloeden werden belangrijker in de mode en maakten ook fluweel populair. Een prachtige outfit werd helemaal afgemaakt met behulp van prachtige juwelen. Ook mannen droegen veel sieraden: onder meer ringen en medaillons. Vrouwen droegen zowel armbanden als halskettingen, met name parels waren heel populair. Ook de oorbel kwam weer terug: in de Middeleeuwen was deze van het toneel verdwenen, maar in de zestiende eeuw mocht deze weer gedragen worden. In deze periode kwam ook de bekende, witte kanten kraag op. Deze bedekte de hals geheel.

Eenvoud
Voor de ‘gewone’ burgers waren dergelijke ‘uitspattingen’ natuurlijk niet weggelegd. Hun kleding werd vaak gemaakt van goedkoop linnen of wol en had niet de rijke kleuren die we wel bij de rijken aantreffen. De mannen droegen vaak redelijk korte broeken en eenvoudige jasjes. De vrouwen droegen lange jurken met schorten erover. Sieraden waren zeldzaam: vaak bleef het bij een trouwring.

Een jurk uit de achttiende eeuw.

Hoepelrok
De rijken hadden hun Middeleeuwse voorouders aan het begin van de Renaissance al in alle opzichten overtroffen, maar dat het altijd nog luxer kon, wordt aan het einde van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw wel duidelijk. De Fransen kregen het voor het zeggen in het modewereldje. De barok vierde hoogtij en dat was met name in de kleding van de dames goed zichtbaar. De kleding was kleurrijk en rijkversierd. De jurken waren lang en de hoepelrok deed zijn intrede. Dit bijzondere kledingstuk bestond uit een stalen constructie met daarover een jurk. De constructie zorgde ervoor dat de jurk heel breed uitviel. Dankzij de flexibele variant van staal kon de hoepelrok wat worden ingedeukt wanneer nodig. Zo was de vrouw toch in staat om – hetzij uiterst voorzichtig – te gaan zitten. Hoewel de rijkversierde hoepelrokken natuurlijk niet voor de ‘gewone’ vrouw waren weggelegd, begon zij wel al deel uit te maken van de modetrends. Ook vrouwen uit lagere klassen droegen de hoepelrokken. De massaproductie nam aan het einde van de achttiende eeuw toe en daardoor konden ook deze dames zich – een stuk eenvoudigere – hoepelrok veroorloven.

Afbeelding: Haabet (via Wikipedia.org)

Haar
Ook de haardracht van de rijke vrouwen veranderde radicaal in deze periode. Het haar werd hoog opgestoken. Vaak hadden vrouwen te dun haar om zo’n kapsel mogelijk te maken, maar dan werd een beroep gedaan op het haar van dieren. Of het binnenste deel van het kapsel werd ergens anders met opgevuld. Ook de heren besteedden veel tijd aan hun haren. De pruik kwam helemaal in en elke man van stand had er wel één of meerdere in de kast liggen.


In Nederland
De kleding van de Nederlandse adel was altijd nog iets ingetogener dan die van de adel die aan de buitenlandse hoven vertoefde. Dat was vooral zichtbaar in de kleuren. In het buitenland mochten pakken en jurken de prachtigste kleuren en borduursels hebben. In Nederland waren het vaak wat sombere kleuren die de boventoon voerden.

De Hollandse mode uit de zeventiende eeuw.

Kinderen
De kinderkleding volgt de trends voor volwassenen op de voet. Echte kinderkleding bestond namelijk niet: de kinderen droegen net als in de eeuwen ervoor vrijwel hetzelfde als hun ouders. Dat moet lang niet altijd even prettig zijn geweest: de jasjes van de jongens en de lange jurken en korsetten van de meisjes maakten vrij bewegen lastig. Ook de haardracht van de wat oudere jongens en meisjes was vergelijkbaar met die van hun ouders. Dat is goed te zien op onderstaand portret uit 1763 waarop het jongetje Wolfgang Amadeus Mozart staat afgebeeld.


Revolutie!
De manier waarop de rijken hun status en rijkdom middels hun kleding manifesteerden, moet veel armen in het verkeerde keelgat zijn geschoten. Het is één van de aanleidingen voor de Franse revolutie. Kort daarna geldt: ‘back to basics’. Eenvoud viert hoogtij. Maar dat duurt maar even. Zodra de rust hersteld is, komt ook de pracht en praal weer terug. Maar wel op heel andere wijze dan daarvoor het geval was. De hoepelrok verdwijnt en de jurken worden qua model wat eenvoudiger. De stoffen blijven rijkversierd en kleurig. Natuurlijk worden de oude invloeden niet voor altijd verdrongen: ze blijven vechten om een plekje in het modelandschap. Tijdens de Romantiek komen de bredere jurken weer terug en ook de hoepelrok maakt zijn rentree. Steeds meer mode komt dankzij de massaproductie ook tot de beschikking van de ‘gewone’ vrouw te staan.

De stormachtige ontwikkeling die de kleding vanaf het prille begin heeft meegemaakt, is dan nog niet voorbij. De mode bleef grillig. En eigenlijk is dat nooit meer veranderd. De kleding blijft zich ontwikkelen en datzelfde geldt voor de functies ervan. Het lijkt wel of die in aantal toenemen: kleding als statussymbool, als teken van verzet, als weerspiegeling van de gemoedstoestand, als masker, als decoratie, etc. Voortdurend wordt er in nieuwe tijden teruggegrepen op oude trends. Ze bieden houvast en zijn tegelijkertijd een bron van inspiratie. Een manier om u te conformeren en te onderscheiden. Maar bovenal een manier om net als de eerste holenmensen behaaglijk warm te blijven. En zo is er eigenlijk ook in de meest vernieuwende branche niets nieuws onder de zon.