Met dank aan onze verre voorouders.

Dankzij ons ruimtelijk geheugen kunnen we onthouden waar we bepaalde producten hebben gelaten en hoe die verschillende locaties zich ten opzichte van elkaar verhouden. Het stelt je bijvoorbeeld in staat om te onthouden dat de chocoladekoekjes in het kastje boven de fruitmand liggen en de chips in de lade eronder. Misschien lijkt het alsof je brein al die informatie onbevooroordeeld opslaat, maar niets is minder waar, zo blijkt uit nieuw onderzoek, uitgevoerd door wetenschappers van Wageningen University and Research (WUR). Zij tonen namelijk aan dat ons ruimtelijk geheugen zo geëvolueerd is dat het prioriteit geeft aan de locatie van calorierijk (en veelal ongezond) voedsel.

Lowlands
De onderzoekers trekken die conclusie op basis van experimenten, uitgevoerd tijdens Lowlands 2018. “Wij ontwierpen een experiment waarvan we dachten dat mensen het leuk zouden vinden om er aan deel te nemen en dat tegelijkertijd de inzichten op zou leveren die we nodig hadden,” zo vertelt onderzoeker Rachelle de Vries aan Scientias.nl.


Proefpersonen werden in een kamer geleid waarin óf acht soorten voedsel lagen – onder meer appels, chips, komkommer en een chocoladebrownie – óf acht wattenschijfjes die de geur van dat voedsel herbergden. De proefpersonen kregen de opdracht de acht soorten voedsel te proeven of aan de verschillende wattenschijfjes te ruiken. Nadat ze de kamer hadden verlaten, kregen ze (voor hen geheel onverwacht) een kaartje van de kamer in handen gedrukt, waarop ze moesten aangeven waar de verschillende soorten voedsel – of de wattenschijfjes die naar dat voedsel roken – zich precies bevonden. In totaal namen 512 proefpersonen aan het experiment deel.

Resultaten
Het onderzoek wees uit dat de proefpersonen veel beter in staat waren om de locatie van het calorierijke voedsel op het kaartje aan te duiden. De proefpersonen die het voedsel geproefd hadden, waren als het gaat om het lokaliseren van calorierijk voedsel zo’n 27 procent accurater dan wanneer ze caloriearm voedsel moesten lokaliseren. Sowieso bleken mensen voedsel beter te kunnen lokaliseren als ze het geproefd hadden; de proefpersonen die voedsel proefden, waren 243 procent accurater in het lokaliseren van alle soorten voedsel dan de proefpersonen die alleen maar aan het voedsel hadden geroken.

Ruiken
Maar ook het brein van mensen die alleen maar aan de wattenschijfjes snoven, bleek meer prioriteit te geven aan calorierijk voedsel. Zo waren ook zij als het om het lokaliseren van calorierijk voedsel gaat, 28 procent accurater dan wanneer zij de locatie van caloriearm voedsel moesten aanduiden. Dat lijkt misschien een beetje vreemd, alsof het brein door geuren alleen al vast kan stellen welk voedsel calorierijk is en dus prioriteit verdient. Maar zo werkt het in feite wel gewoon. “Mensen kunnen feitelijk gezien geen calorieën ruiken, omdat voedselgeuren geen calorieën herbergen,” vertelt De Vries. “Maar mensen kunnen wel leren om een specifieke geur te associëren met bepaald voedsel, de smaak en voedingswaarden (waaronder de hoeveelheid calorieën) van dat voedsel. Want tijdens ons leven leren we – doordat we voedsel nuttigen – bepaalde eigenschappen van voedsel (bijvoorbeeld: de kleur of geur) te associëren met bepaalde consequenties die we nadat we het voedsel hebben gegeten ervaren (bijvoorbeeld: een vol gevoel of juist niet). Zo kunnen we bepaalde aspecten van voedsel (bijvoorbeeld het aantal calorieën) dus afleiden uit zintuiglijke eigenschappen (zoals geur, red.).”


Voorouders
Dat ons brein er de voorkeur aan geeft om de locatie van calorierijk voedsel te onthouden, is volgens de onderzoekers te herleiden naar onze voorouders. Zij waren daarbij gebaat. “Het lokaliseren van waardevolle, calorierijke grondstoffen (in een omgeving waar de hoeveelheid voedsel fluctueerde) moet een belangrijk en regelmatig terugkerend probleem zijn geweest voor onze jagende en verzamelende voorouders. Hierdoor waren degenen met een beter geheugen voor de locatie van calorierijk voedsel en het tijdstip waarop dit voedsel beschikbaar was, waarschijnlijk in het voordeel.” Zij konden dat voedsel verzamelen, tot zich nemen en vergrootten zo hun overlevingskansen en dat van hun nageslacht. “Het menselijk brein lijkt ontworpen te zijn voor het efficiënt lokaliseren van calorierijk (of energierijk) voedsel in onze omgeving en dat heeft waarschijnlijk nog steeds invloed op hoe we ons in onze moderne voedselomgeving gedragen.”

Nadelig
En dat is nu juist het probleem. Waar onze voorouders betere overlevingskansen hadden als ze zich de locatie van calorierijk voedsel voor de geest konden halen, is dat calorierijke voedsel vandaag de dag alomtegenwoordig en is het feit dat we het gemakkelijker kunnen vinden eerder na- dan voordelig. “In zekere zin passen onze lichamen (en hersenen) niet helemaal bij onze huidige voedselrijke omgeving,” stelt De Vries.

De onderzoekers hopen dan ook dat hun studie juist kan helpen om wat tegenwicht te bieden aan de enigszins ouderwetse instelling van ons brein en het omarmen van een gezond dieet gemakkelijker kan maken. “We denken dat een beter begrip van de invloed die de voorkeur van ons ruimtelijk geheugen voor calorierijk voedsel heeft op mensen in een moderne voedselomgeving, kan leiden tot nieuwe inzichten over hoe we ons kunnen beschermen tegen de mogelijk negatieve effecten van ons moderne eetgedrag.”