Vraagt u zich ook wel eens af waarom vogels in zwermen vliegen? Dr. Charlotte Hemelrijk probeert dit mysterie te ontrafelen.

U heeft er vast wel eens naar gekeken: vliegende vogels die in een grote zwerm allerlei mooie vormen aannemen. Ze lijken wel te dansen. Maar waarom doen vogels dit? En hoe kan het dat zij bijvoorbeeld niet op elkaar botsen? Het fenomeen wordt vaak gezien bij spreeuwen. Hemelrijk doet hier al lange tijd onderzoek naar en ontwikkelde samen met programmeur Hanno Hildenbrandt een computermodel genaamd StarDisplay. Hiermee zijn zij in staat om achter de oorzaken te komen van de variatie van vormen van spreeuwenzwermen.

Visscholen
Eerder deed Hemelrijk onderzoek naar visscholen met een soortgelijk computermodel. “De langwerpige vorm van visscholen komt vanzelf tot stand door zelforganisatie, hier zijn geen extra regels voor nodig,” vertelt zij in een interview aan Scientias. “Als een vis achter een andere vis aan zwemt, remt deze iets af om een botsing te voorkomen. Zo ontstaat er een open ruimte in de school en schuiven buurvissen naar binnen.” Scholen van vissen zijn altijd langwerpig maar de zwermen van vogels variĆ«ren. Ze kunnen allerlei vormen aannemen: binnen een paar seconden kan een zwerm van een zandloper in een trechter veranderen.

WIST U DAT…

Zelforganisatie
Uit het computermodel blijkt dat zelforganisatie ook bij vogelzwermen een rol speelt. “Vogels worden tot elkaar aangetrokken en bewegen dezelfde kant op om zo botsingen te vermijden. Ook vliegen ze allemaal met dezelfde snelheid,” vertelt Hemelrijk. “Zij vliegen met een snelheid van 36 kilometer per uur. Met deze snelheid maken ze scherpe bochten van 90 graden. Door de linkervleugel naar beneden te bewegen en de rechter naar boven kunnen ze een bocht maken.” De positie van vogels in een zwerm verandert ook constant, anders dan bij vissen. “Als de individuen die aan de buitenkant van een bocht zwemmen versnellen, vertragen de binnenste vissen. Zo behoudt iedereen zijn oorspronkelijke positie in de groep en blijft de school langwerpig”. Vogels daarentegen draaien individueel. “Na de draai zitten zij in een andere positie ten opzichte van elkaar. Vogels die eerst naast elkaar vlogen, vliegen dan achter elkaar”. De vogels in een zwerm hebben ook niet allemaal contact met elkaar. Iedere vogel behoort tot een groepje van zeven of acht andere vogels. Zij letten goed op elkaar en vliegen elkaar achterna.

Waarom vogels in zwermen rondvliegen heeft volgens Hemelrijk mogelijk te maken met veiligheid. “Een grote groep voelt veiliger. Maar toch is het vreemd, want u zou denken dat een grote zwerm opvalt voor roofvogels. Het kan ook zijn dat vogels het zien als een sociale bezigheid en op deze manier andere vogels aantrekken tot de groep”. Met het computermodel is Hemelrijk er in geslaagd om vogelzwermen na te bootsen. Door het model heeft zij nu meer inzicht in vogelzwermen. Maar nog niet alles is in het model opgenomen zoals lucht met factoren als wind en turbulentie. “Ondanks deze beperkingen kunnen al een hoop hypothesen getest worden,” aldus Hemelrijk.

Dr. Hemelrijk zal tijdens de Nacht van Kunst en Wetenschap een lezing geven over haar onderzoek. Wilt u erbij zijn? Kaartjes zijn verkrijgbaar via de site van De Nacht van Kunst en Wetenschap.