De hellingbanen boden mensen die – bijvoorbeeld door een handicap – niet meer zo mobiel waren, toegang tot heiligdommen.

Dat stelt een Amerikaanse onderzoeker in het blad Antiquity. Ze baseert zich onder meer op een analyse van publieke gebouwen die door de oude Grieken werden opgericht. Ook bestudeerde ze oude bronnen die onthullen dat mensen met een handicap in het oude Griekenland niet werden buitengesloten, maar een rol van betekenis speelden in hun families en de gemeenschap waar ze deel van uitmaakten.

De hellingbanen
Dat de tempels die de oude Grieken lieten verrijzen vaak hellingbanen hadden, is al langer bekend. Doorgaans wordt echter aangenomen dat ze gebruikt werden om offerdieren of andere zware objecten naar binnen te rijden of – tijdens de aanleg ervan – de aan- en afvoer van bouwmaterialen te vergemakkelijken. Maar het nieuwe onderzoek van wetenschapper Debby Sneed verandert onze kijk op deze hellingbanen én de oude Grieken zelf aanzienlijk.


In haar studie stelt ze vast dat veel van de hellingbanen waarschijnlijk bedoeld waren om het ook voor mensen met een handicap mogelijk te maken de gebouwen binnen te gaan. Ze trekt die conclusie onder meer op basis van het feit dat veel van de hellingbanen enkel toegang verschaffen tot hoofdgebouwen, terwijl de bijgebouwen – waar je bijvoorbeeld zou verwachten dat offerdieren werden afgeleverd – het zonder hellingbaan moeten doen. Ook het idee dat de hellingbanen tijdens de bouw gebruikt werden om materialen aan- en af te voeren, veegt Sneed van tafel. De aanleg van hellingbanen was te kostbaar en tijdrovend om ze zomaar voor tijdelijke doeleinden te laten verrijzen. Bovendien, zo stelt Sneed, leidden ze altijd naar het tempelplatform en niet naar het dak, waar de toepassing van zo’n helling tijdens bouwwerkzaamheden werkelijk van pas zou kunnen komen. Tenslotte wijst ze er daarbij nog op dat de oude Grieken heel vroeg – ergens in de zevende eeuw voor Christus al – zware bouwmaterialen naar boven hesen in plaats van ze bijvoorbeeld via zo’n hellingbaan naar boven te rijden. Het idee dat de oude Grieken geen hellingbaan nodig hadden om zware (en kostbare) metalen en andere objecten te verplaatsen, wordt onderschreven door het feit dat gebouwen waarin deze doorgaans werden opgeslagen niet over een hellingbaan beschikken.

Op zoek naar genezing
Gebouwen waarbij wel opvallend vaak een hellingbaan wordt aangetroffen zijn heiligdommen die zijn opgericht voor goden waarvan mensen genezing verwachtten. Als voorbeeld haalt Sneed het heiligdom van Asklepios – de god van genezing en geneeskunde – in Epidauros aan dat maar liefst elf hellingbanen telt. Dat zijn er aanzienlijk meer dan het in dezelfde periode opgerichte heiligdom ter ere van Zeus in Olympia, dat maar twee hellingbanen telt. “Het beschikbare bewijs wijst op een trend waarbij helende heiligdommen, waar veel mensen met een breed scala aan ziekten, verwondingen en aandoeningen meer hellingbanen hadden dan niet-helende heiligdommen,” concludeert Sneed.

Het idee dat de oude Grieken bij het ontwerpen van gebouwen rekening hield met mensen die minder mobiel waren, lijkt misschien een beetje verrassend, zo erkent Sneed in gesprek met Scientias.nl. “Wij nemen aan dat de oude Grieken mensen met een handicap buitensloten of zelfs doodden. Zo is er een verhaal waarin de Spartanen gehandicapte kinderen doden. Maar bij nader inzien is het allemaal niet zo simpel. Zo verschijnt er volgend jaar een artikel van mijn hand dat aantoont dat de oude Grieken helemaal geen gehandicapte kinderen doodden en dat het vermeende bewijs ervoor al die tijd verkeerd geïnterpreteerd is.” Een analyse van tal van bronnen onderschrijft het idee dat mensen met een handicap of die om andere redenen niet zo mobiel waren, toch een plekje hadden in de Griekse samenleving. Zo haalt Sneed in haar studie verschillende bronnen aan die melding maken van invloedrijke personen met handicaps. Er zijn zelfs enkele Griekse goden waarvan de mythes verhalen dat ze minder mobiel waren. Ook zijn er aanwijzingen gevonden dat de oude Grieken het er niet zomaar bij lieten zitten wanneer één van hen bijvoorbeeld tijdens oorlogsvoering of door een ongeluk ernstig gewond raakte. Zo weten we dat de Grieken bijvoorbeeld prothesen maakten om mensen die hun onderbenen kwijtraakten, weer te laten lopen. “Individuen (die verminderd mobiel waren, red.) konden – en waren ook – gerespecteerde generaals of koningen zijn of vereerd worden als goden,” aldus Sneed. “Ze werden ook afgebeeld in verschillende kunstvormen en op een traditionele manier op lokale begraafplaatsen begraven.”


De Griekse benadering
Met dat in het achterhoofd is het dus niet zo gek dat de Grieken er ook op letten dat hun gebouwen voor mensen die minder mobiel waren, toegankelijk bleven. Dat het voor ons toch als een verrassing komt, heeft meer te maken met hoe we naar de oude Grieken – en naar onszelf – kijken. “We nemen aan dat alleen moderne ‘progressieve’ samenlevingen de moeite nemen om voor mensen met handicaps te zorgen. Maar de oude Grieken kenden een instrumentele benadering van het leven in het algemeen. Zij hoefden geen helende heiligdommen te bouwen waar mensen naartoe konden om genezing te vragen aan de god Asklepios, maar ze deden het wel. En wanneer ze dat deden, hielden ze hun doelgroep in gedachten – de mensen die dit heiligdom wilden bezoeken – en vervolgens bouwden ze het ook zo dat het voor deze mensen toegankelijk was.”

Wij kunnen daar in onze tijd nog wel iets van leren. “In de moderne tijd vertellen we onszelf dat we gebouwen rolstoeltoegankelijk maken, omdat we beter of moreel superieur zijn, maar eigenlijk moeten we deze gebouwen toegankelijk maken, omdat mensen met een handicap volledig functionerende leden van onze samenleving zijn en gewoon dezelfde toegang moeten hebben als ieder ander.”