In april van dit jaar barstte de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull plotseling uit. Iedereen werd erdoor verrast: ook de wetenschap. Uit een analyse blijkt nu hoe Eyjafjallojökull ons zo kon verrassen: een mix van twee soorten magma en een heel gek netwerk aan magmakamers leidden tot een tamelijk spontane uitbarsting die in werkelijkheid al achttien jaar werd voorbereid.

De meeste actieve vulkanen hebben één kamer vol magma. Wanneer deze vol is, ontstaat er een eruptie. Eyjafjallajökull is echter anders, zo concluderen de onderzoekers van de IJslandse universiteit in Reykjavik. De vulkaan heeft een serie zeer oppervlakkige, horizontale kamers die naast elkaar liggen. Zodra de magma omhoog komt zetten, vormt het horizontale lagen.

Sommige van deze lagen ontstonden achttien jaar geleden al. En in maart liep de magma opeens als lava uit een opening in de flank van de vulkaan. Normaal gesproken zou het daarbij gebleven zijn, maar toch kwam er een eruptie.

Dat komt doordat de ‘nieuwe’ magma in één van de kamers op een ander type magma stuitte. Mogelijk was dit een overgebleven restje van de laatste eruptie die 200 jaar geleden plaatsvond. De twee hadden een andere samenstelling, temperatuur en gasinhoud en hun ontmoeting leidde tot de explosieve eruptie. Mysterie opgelost!