Het is vandaag precies dertig jaar geleden dat de Berlijnse Muur viel. Het leidde tot een grenzeloos westers optimisme. En de gevolgen daarvan zijn nog altijd merkbaar, zo betoogt historicus Eleni Braat.

De periode na de val van de Berlijnse Muur wordt gekenmerkt door een enorm optimisme in het westen, dat besmettelijk bleek en ook het voormalige Oostblok infecteerde. De overwinningsroes – ingegeven door het idee dat de westerse politieke ideologie getriomfeerd had en geen alternatieven meer naast zich duldde – was kortstondig, maar slaagde er toch in Europa voorgoed te veranderen. Van sommige veranderingen plukken we nu echter – dertig jaar nadat de eerste mensen zich een weg baanden over of zelfs dwars door de Berlijnse Muur – nog steeds de wrange vruchten. Om te begrijpen hoe een overwinningsroes een heel continent kan veranderen, moeten we eerst terug naar het begin: de geboorte van die harde grens in het zo verafschuwde en tegelijkertijd gevreesde Duitsland.

Zowel Duitsland als Berlijn werd na de Tweede Wereldoorlog in vier sectoren opgedeeld. Afbeelding: xyboi (via Wikimedia Commons).

Het Duitsland-vraagstuk
Wat te doen met Duitsland? Die prangende vraag hield wereldleiders na twee wereldoorlogen waarin Duitsland zich als een weinig ontziende wereldmacht had laten gelden, meer dan ooit bezig. En tijdens de Conferentie van Jalta werd een ingrijpende oplossing omarmd: besloten werd om Duitsland op te delen in vier zones die vervolgens elk door een ander land – Frankrijk, de Sovjet-Unie, de VS en Groot-Brittannië – werden bezet. En ook de hoofdstad van Duitsland werd in vier sectoren opgedeeld, die vervolgens eveneens stuk voor stuk aan één van de vier bezetters werden toegewezen. Met het versplinteren van het ooit zo machtige Duitse Rijk leek het ‘Duitsland-vraagstuk’ opgelost. Maar nieuwe politieke problemen gloorden al aan de horizon…


Grote verschillen
De verschillen tussen de communistische Sovjet-Unie en het liberale Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS waren groot. En die verschillende politieke ideologieën klonken vanzelfsprekend door in de manier waarop elk van deze landen hun sector van Duitsland regeerden. Het resulteerde in enorme verschillen tussen het oostelijke en door de Russen bezette deel van Duitsland (vanaf 1949 aangeduid als DDR) en het westelijke, door de Fransen, Britten en Amerikanen bezette deel (vanaf 1949 aangeduid als de Bondsrepubliek). Waar mensen in de Bondsrepubliek vrije keuzes hadden, zich vrij konden uitdrukken en profiteerden van een sterk groeiende economie, had men in de DDR te kampen met een zwakke economie, een geheime dienst die de hele samenleving controleerde en dus een zeer beperkte vrijheid om te gaan, staan, zeggen, doen en laten wat men wilde. “Voor veel mensen in het oostelijke deel van Duitsland was het westen heel aantrekkelijk,” stelt historicus Eleni Braat, in gesprek met Scientias.nl. “En tussen 1945 en 1961 emigreerden veel (ook met name hoogopgeleide) mensen – veelal via Berlijn – vanuit Oost-Duitsland naar het westen. Dat was pijnlijk voor de DDR. En om een verdere leegloop te voorkomen, werd in 1961 – als een soort wanhoopsdaad – de Berlijnse Muur opgericht.” Daarmee werd niet alleen de leegloop van het oostelijke deel van Duitsland, maar ook de leegloop van het daar achtergelegen – eveneens door de Sovjet-Unie bezette – Oostblok een halt toegeroepen. En hoewel het misschien lijkt of de Sovjet-Unie met de bouw van de Muur aan het langste eind trok, was het eigenlijk gewoon een zwaktebod, zo stelt Braat. “Dat de Sovjet-Unie daadwerkelijk een muur moest oprichten en die vervolgens ook nog eens zwaar moest beveiligen om haar burgers bij zich te kunnen houden, was een teken van zwakte. Dan heb je duidelijk geen legitimiteit bij je bevolking.”

De val
Het zwaktebod van de Russen zou uiteindelijk 28 jaar standhouden; pas op 9 november 1989 valt de Muur. De directe aanleiding is een persconferentie waarin Günter Schabowski, lid van de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED), verklaart dat er een nieuwe, onvoorwaardelijke reisregeling voor inwoners van de DDR komt, die ze in staat stelt om naar het westen te gaan. Eigenlijk zou die nieuwe reisregeling per 10 november ingaan, maar Schabowski maakt per abuis wereldkundig dat de nieuwe reisregeling direct van kracht is. In reactie op dat nieuws drommen tienduizenden bewoners van de DDR samen bij de Muur en de grenswachters zijn duidelijk overrompeld. “Het is verbazingwekkend dat zij niet op de menigte schoten,” stelt Braat. “Als ze dat hadden gedaan, had de val van de Muur een heel andere wending gekregen.” Maar dat gebeurde dus niet; de grenswachters besluiten temidden van alle chaos de handdoek in de ring te gooien en de deur naar het westen open te zetten.

De Muur valt. Afbeelding: Lear 21 (via Wikimedia Commons).

Hoewel de persconferentie van Schabowski over het algemeen gezien wordt als de directe aanleiding voor de val van de Muur, valt niet te ontkennen dat de Muur al langer onder druk stond, zo stelt Braat. “Er zijn verschillende politiek-economische ontwikkelingen die op langere termijn bijdroegen aan de val van de Muur. Zo waren er bijvoorbeeld de hervormingen die Michail Gorbatsjov binnen de communistische partij (waar hij tussen 1985 en 1991 secretaris-generaal van was, red.) doorvoerde. Met die hervormingen – naar westers model – gaf hij eigenlijk toe dat het westen niet zo barbaars was.” En terwijl het ‘klassieke communisme’ zo aan het wankelen werd gebracht, werd de val van de Muur steeds onvermijdelijker. “Het contrast met het westen was te groot om vol te kunnen houden dat het communisme iets is om je voor in te zetten.”


Het einde van de geschiedenis
De val van de Muur – die tevens het einde van een slepende Koude Oorlog inluidde – bracht het westen in een overwinningsroes. ‘Hun’ neoliberalisme had toch maar mooi de vloer aangeveegd met het communisme. En wel zo overtuigend dat een succesvoller alternatief voor de westerse ideologie ondenkbaar was. Het neoliberalisme was het beste en laatste systeem. Hier stopte de ideologische evolutie van de mens. Dit was – in dat opzicht – het einde van de geschiedenis, zo stelde politicoloog Francis Fukuyama in 1992 in zijn boek ‘The End of History and The Last Man‘. Die conclusie leek te kloppen als je keek naar het economische succes van het westen en het werk dat na de val van de Muur in het oosten werd verzet: het ene na het andere voormalige Oostblokland maakte een hervorming naar westers model door.

Populisme en vermoeidheid
Inmiddels is het optimisme uit de jaren negentig al lang weggeëbd en is het idee dat het neoliberalisme het eindpunt van onze ideologische evolutie is, van tafel. “Het neoliberalisme is niet het enige alternatief gebleken. Zo is het de laatste decennia bijvoorbeeld teruggeslagen door het populisme en reageren steeds meer mensen op de uitwassen van het kapitalisme,” aldus Braat. En in het voormalige oostblok – dat na de val van de Muur, voortgedreven door het verlangen om in de voetsporen van het westen te treden zoveel in te halen had, ontstond een zekere moeheid die juist leidde tot meer autoritaire regeringsvormen en corruptie. Ondertussen leidde het enthousiasme en de snelheid waarmee voormalige Oostbloklanden – nog deinend op het optimisme dat het einde van de Koude Oorlog had gebaard – aan de EU werden toegevoegd, weer tot een uitbreidingsmoeheid.

Afbeelding: Mediamodifier / Pixabay.

Het optimisme dat na de Val van de Muur in Europa rondgonsde, baarde duidelijk nieuwe problemen. Braat gaat zelfs nog een stap verder en stelt dat het westerse zelfvertrouwen uit het eind van de jaren negentig deels ten grondslag ligt aan verschillende problemen waar Europa nu mee te kampen heeft. In een artikel verschenen in de Clingendael Spectator – een uitgave van het Instituut Clingendael die deze maand in het teken staat van de val van de Muur – schrijft ze met haar collega-historicus Pepijn Corduwener dat de zelfgenoegzaamheid van het westen ertoe leidde dat er kort na de val van de Muur weinig gereflecteerd werd en kansen bleven liggen. En dat leidde deels tot de Europese problemen van nu. Braat en Corduwener denken dan onder meer aan de gespannen relatie met Rusland – die volgens de historici juist in de jaren na de val van de Muur herijkt had moeten worden – maar ook de opkomst van het populisme, wat suggereert de leiders na de val van de Muur “de kans hebben laten liggen om juist toen de West-Europese democratie tegen het licht te houden”.

Waar de Amerikaanse president Ronald Reagan na de Val van de Muur nog trots stelde dat de Koude Oorlog niet ten einde was gekomen, maar door het westen was gewonnen, daalt dertig jaar later meer en meer het besef in dat de val van de Muur geen westerse overwinning was. En zeker niet het slotstuk van onze ideologische geschiedenis. En dat het grenzeloze optimisme dat na de val van de Muur heerste Europa weliswaar heeft veranderd, maar dat lang niet al die veranderingen ten goede waren.