Onze zon maakt het leven op aarde mogelijk, maar de ster maakt ons ook steeds vaker ziek.

Veel mensen vinden het begeerlijk, zo’n mooi bruin tintje. Slechts weinigen weten dat datzelfde bruine kleurtje het gevolg is van zonschade aan de huid; het is een paniekreactie van je lijf, dat letterlijk een dikkere huid aanmaakt om zich tegen toekomstige zonnestralen te kunnen beschermen. Maar duidelijk is nu dat ons lijf ons maar in beperkte mate tegen onszelf in bescherming kan nemen. De zon – die leven mogelijk maakt – maakt ons steeds vaker het leven zuur. Of zelfs onmogelijk.

Afbeelding: qimono/<a href="https://pixabay.com/en/sunrise-space-outer-globe-world-1756274/" rel="noopener" target="blank">Pixabay</a>

Afbeelding: qimono/Pixabay

UV-straling
Onze zon zendt licht uit met kortere en langere golflengten. Slechts een klein deel van het lichtspectrum (zie kader) is in dezen de grote boosdoener: ultraviolette straling. Onze weefsels, met name in onze huid en ogen, absorberen dit type straling sterk. “Daar leidt dat tot allerlei fotochemische reacties. Die reacties zorgen dan voor een heel scala aan zowel korte- als langetermijneffecten.” vertelt Harry Slaper, top-expert Straling en Veiligheid aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Blootstelling aan licht is verantwoordelijk voor deze zogenaamde fotochemische reacties. Daarbij dragen de fotonen, ofwel lichtdeeltjes, hun energie over op andere moleculen. Hoe korter de golflengte van het licht, hoe meer energie de fotonen bevatten en dus ook hoe meer energie ze kunnen overdragen op weefsel. Telkens wanneer we in de zon komen stellen we onszelf bloot aan deze straling en dat heeft dus allerlei korte- en langetermijneffecten. Maar aan hoeveel UV-straling je jezelf kunt blootstellen voordat je er schadelijke effecten van ondervindt is moeilijk te zeggen. “Daar kun je absoluut niet één getal aan geven, omdat daarbij een heleboel factoren een rol bij spelen. Zo speelt de zonkracht een erg belangrijke rol, deze is afhankelijk van de stand van de zon, de dikte van de ozonlaag en de mate van bewolking. Maar ook waar je woont, welk huidtype je hebt en nog veel meer factoren spelen daarin een belangrijke rol.” zegt Michelle van Rossum, dermatoloog aan het Radboudumc in Nijmegen.

Lichtspectrum

Zichtbaar licht, van rood tot en met violet, heeft een golflengte van ongeveer 750 nm (rood) tot ongeveer 380 nm (violet). Naast het rood bevindt zich het, voor de mens niet zichtbare, infrarood met een golflengte vanaf ongeveer 780 nm. Aan de andere kant van het spectrum, naast het zichtbare violet bevindt zich de, eveneens voor de mens niet zichtbare, ultraviolette-straling. Deze straling, afgekort UV-straling, heeft een nog kortere golflengte dan zichtbaar violet. Hoe korter de golflengte, hoe meer energie de fotonen bevatten.
Afbeelding: geralt/Pixabay

Afbeelding: geralt/Pixabay

“Het is een beschermingsmechanisme, maar het is wel een beschermingsmechanisme dat getriggerd wordt door de schade.”

Kortetermijneffecten
Maar dat er effecten zullen optreden staat vast. Van Rossum legt uit dat er twee belangrijke dingen gebeuren in onze huid wanneer we deze blootstellen aan UV-straling. “Enerzijds treedt er DNA-schade op in de huidcellen. Dat komt met name door het UVB (zie kader). UVB is daarnaast ook met name verantwoordelijk voor het verbranden van de huid. Anderzijds zorgt UVA (zie kader), het langgolvige UV-licht, er ook nog eens voor dat er vrije zuurstofradicalen vrijkomen.” zegt ze. Maar de huid ziet er na een aantal dagen weer uit alsof er niks gebeurd is. De huid beschikt namelijk over herstelmechanismen om de DNA-schade te herstellen en de ontsteking op te ruimen. Maar naast het opruimen van de schade zal het lichaam ook een mechanisme aanspreken om toekomstige schade te beperken. Slaper zegt: “Als reactie van de huid op de schade die de straling aanricht, gaat de huid zich na een paar dagen wat verdikken. Die huid gaat dan sneller delen. Dat is eigenlijk een reactie om een soort natuurlijke bescherming op te roepen. Het is een beschermingsmechanisme, maar het is wel een beschermingsmechanisme dat getriggerd wordt door de schade.” Naast het verdikken van de huid verkleurt de huid ook om zichzelf te beschermen tegen volgende blootstellingen aan UV-straling: je wordt bruin. “Wanneer je de huid blootstelt aan te veel UV-straling zal de huid als reactie op de schade meer pigment gaan aanmaken. Dat pigment gaat dan als een soort parasolletje boven de celkern liggen, om het daarin liggende DNA te beschermen tegen de UV-straling.” legt Van Rossum uit. Naarmate je dus vaker in de zon komt, zal het lichaam zichzelf beschermen door meer pigment aan te maken en daarnaast de huid te verdikken. Maar zoals zowel Slaper als Van Rossum aangeven, aan beide processen gaat schade vooraf.

UVA en UVB
UV-straling is ruwweg op te delen in twee soorten, namelijk UVA en UVB. UVA (315-400 nm) is het langgolvige UV-licht en bevindt zich direct naast het zichtbare violet. Naast het langgolvige UVA bevindt zich het kortgolvige UVB. UVB (280-315 nm) komt minder goed door onze atmosfeer heen dan UVA, maar de fotonen in het UVB kunnen veel makkelijker schadelijke fotochemische reacties aangaan dan de fotonen in het UVA. Zo zorgt UVB met name voor het zonverbrandingseffect en lijkt UVA momenteel verantwoordelijk te zijn voor het verouderingseffect, zoals het ontstaan van rimpels. Maar er is nog meer onderzoek nodig om dit daadwerkelijk aan te tonen. Omdat UVA minder makkelijk fotochemische reacties aangaat dan UVB, absorbeert de huid UVA veel minder sterk dan UVB. Hierdoor dringt UVA veel dieper door in de huid dan UVB. Ook weten we dat UVB met name zorgt voor de DNA-schade in de huid en het UVA met name zorgt voor het ontstaan van vrije zuurstofradicalen.

Ook zonder te verbranden treedt er dus schade op in de huid wanneer we deze blootstellen aan UV-straling. Maar wanneer we dan nog langer in de zon blijven treedt er een verschijnsel op waar we allemaal wel eens mee te maken hebben gehad: zonverbranding. Dit is ook een kortetermijneffect van te veel blootstelling aan UV-straling. Zoals eerdergenoemd is met name het UVB hiervoor verantwoordelijk. De roodheid van de huid, die we met een mooi woord erytheem noemen, treedt enkele uren nadat de huid is blootgesteld aan te veel UVB op. Slaper zegt: “Daar vergissen mensen zich misschien wel eens in. Zonverbranding is niet een onmiddellijk effect. Als je jezelf brandt aan een strijkbout verbrandt de huid onmiddellijk en weet je ook gelijk wat de oorzaak is. Maar UV-straling kunnen we niet horen, voelen of zien. Op het moment dat je huid roze begint te kleuren heb je je dosis al lang te pakken, want het effect zonverbranding komt in feite enkele uren nadat de blootstellingslimiet is overschreden.” Als je je op dat moment nog gaat insmeren ben je dus veel te laat. Je hebt immers de maximale limiet een aantal uur ervoor al overschreden. Het insmeren helpt dan alleen nog maar tegen verdere zonverbranding.

Afbeelding: kaboompics/<a href="https://pixabay.com/en/sun-sunblock-sun-block-balm-creme-791524/" rel="noopener" target="blank">Pixabay</a>

Afbeelding: kaboompics/Pixabay

ENQUÊTE
Onderaan dit artikel vind je een enquête. Zou je deze willen invullen? Bij voorbaat dank.

Naast onze huid, beschadigt UV-straling ook onze ogen. We noemen dit sneeuwblindheid, of fotokeratitis. “Dat is ook een effect van UV-straling op de korte termijn en een soort verbranding. Niet van de huid, maar van de buitenste laag van het oog. Ook dat treedt pas enkele uren op nadat de blootstellingslimiet is overschreden. De naam sneeuwblindheid is wel misleidend, want het heeft eigenlijk niks met sneeuw te maken. We noemen het zo, omdat het onder die omstandigheden makkelijker ontstaat. De reflectie van de zon op de sneeuw zorgt er dan voor dat de UV-straling makkelijker in je oog terecht komt. Maar er is in principe geen sneeuw nodig voor het ontstaan van sneeuwblindheid.” zegt Slaper. Naast sneeuwblindheid is er ook op lange termijn schade aan het oog mogelijk. Zo is bij een deel van de patiënten met staar, vertroebeling van de ooglens, chronische blootstelling aan UV-straling betrokken. Het is alleen nog niet duidelijk hoe groot de bijdrage van uv-straling is in dit proces, waarschijnlijk speelt zichtbaar licht hierbij ook een rol. Het is van belang onze ogen te beschermen tegen de zon. Zoals zonnebrandcrème onze huid kan beschermen tegen zonverbranding kunnen we onze ogen beschermen met het dragen van een zonnebril. Het is dan wel belangrijk dat het montuur goed afsluit, want via de zijkanten kan nog behoorlijk wat UV-straling reflectie in het oog terecht komen.

Daarnaast heeft UV-straling op de korte termijn ook invloed op ons immuunsysteem. Dit effect van UV-straling treedt zowel lokaal als systemisch op. Dus niet alleen waar de huid blootgesteld is, maar ook in de rest van het lichaam. Slaper zegt: “Bepaalde aspecten van ons immuunsysteem kunnen onderdrukt worden door blootstelling aan UV-straling. Zo is bekend dat een koortslip op zulke momenten eerder optreedt.” Zonlicht onderdrukt dus specifieke immuunreacties op zo’n manier dat bepaalde infectieveroorzakers daar misbruik van kunnen maken.

“Mensen gebruiken het soms als een soort excuus om eindeloos in de zon te blijven liggen, maar dat is absoluut niet nodig.”

Op de korte termijn treden er dus verscheidene negatieven effecten op door UV-straling, maar op de korte termijn heeft blootstelling eraan ook één belangrijk positief effect: de aanmaak van vitamine D. Met behulp van deze vitamine kunnen we calcium uit onze voeding halen. Vitamine D is daarom belangrijk voor onze botten en tanden en daarnaast speelt het een rol bij een goede werking van onze spieren en ons immuunsysteem. Slaper zegt: “Voor die aanmaak van vitamine D hebben we volgens de huidige inzichten niet zo heel veel blootstelling aan UV-straling nodig. Mensen gebruiken het soms als een soort excuus om eindeloos in de zon te blijven liggen, maar dat is absoluut niet nodig. Daarnaast is het waarschijnlijk dat de aanmaak van vitamine D verzadigd raakt als je langer in de zon blijft. Een aantal jaar geleden hebben we een inschatting gemaakt hoeveel blootstelling ongeveer nodig is voor de aanmaak van voldoende vitamine D. Die schatting is wel onzeker, omdat er nog beperkte kennis is over hoeveel vitamine D de huid aanmaakt bij een bepaalde UV-blootstelling. Maar aan de hand van de huidige inzichten is blootstelling aan UV-straling op tien tot vijftien procent van ons lichaam, dat is ongeveer ons gezicht plus onze onderarmen en handen, voor slechts een kwartier in de zomerzon genoeg. Bij gemiddelde bewolking is dat ongeveer een half uur. Dat is dus vele malen korter dan een dag op het strand.”

Langetermijneffecten
Een langetermijneffect van blootstelling aan UV-straling is veroudering van de huid. Denk hierbij aan het verliezen van elastische eigenschappen of het ontstaan van rimpels. Over de rol van UV-straling in dit proces is in de wetenschappelijke literatuur nog geen volledige consensus bereikt. Waar meer consensus over bereikt is, is het ontwikkelen van huidkanker door blootstelling aan UV-straling. Van Rossum zegt: “Elke keer moet de huid haar herstelmechanisme gebruiken om de huidbeschadiging van het UV-straling te herstellen. Huidkanker ontstaan waarschijnlijk door de combinatie van DNA-schade en schade door de vrije zuurstofradicalen. Wanneer de huid niet in staat is de schade goed te herstellen met haar herstelmechanismen kan huidkanker optreden, of de voorstadia daarvan.” Vaak denken mensen dat ze veilig zijn, zolang ze maar niet verbranden. Maar wanneer je huidkanker wil voorkomen, is voorkomen dat je niet verbrandt niet altijd genoeg. Chronische blootstelling aan UV-straling is namelijk ook een belangrijke factor in het ontstaan van huidkanker. Per type huidkanker kan het verschillen of chronische blootstelling de belangrijkste risicofactor is, of juist zonverbranding. Huidkanker kunnen we ruwweg opdelen in drie typen: basaalcelcarcinoom, plaveiselcelcarcinoom en melanoom (zie afbeeldingen). Slaper zegt: “Wanneer we kijken naar basaalcelcarcinoom lijkt zonverbranding in de jeugdjaren een extra grote risicofactor te zijn. Bij plaveiselcelcarcinoom gaat het vooral om de totale chronische blootstelling en is zonverbranding niet een extra grote risicofactor. Bij chronische blootstelling tellen we alle kleine beetjes in de zon mee, dus ook de momenten dat je niet verbrandt. Iedere blootstelling telt dan een klein beetje mee. Tenslotte hebben we melanoom. Daarbij lijkt het een combinatie te zijn van zonverbranding, met name in de jeugdjaren, en chronische blootstelling. Ik denk eerder gezegd dat in alle drie chronische blootstelling een rol speelt, alleen dat het accent wat lijkt te verschillen.” Het is dus wellicht verstandig de zon zo nu en dan te mijden en daarmee niet alleen zonverbranding te voorkomen, maar ook de chronische blootstelling te beperken.

Van links naar rechts: basaalcelcarcinoom - plaveiselcelcarcinoom - melanoom<br /> Afbeeldingen: <a href="http://www.huidziekten.nl" rel="noopener" target="_blank">www.huidziekten.nl</a>

Van links naar rechts: basaalcelcarcinoom – plaveiselcelcarcinoom – melanoom

Afbeeldingen: www.huidziekten.nl

De cijfers
De cijfers liegen er niet om. Het aantal huidkankerpatiënten groeit. Hard. Van de drie typen huidkanker gedraagt basaalcelcarcinoom zich milder dan de andere twee, plaveiselcelcarcinoom en melanoom. Het is daarmee de minst levensbedreigende vorm van huidkanker. Naar schatting komen er jaarlijks 36.000 nieuwe basaalcelcarcinoompatiënten bij in Nederland. In principe overlijd je niet aan die vorm van huidkanker, maar je kunt er wel flinke littekens aan overhouden wanneer een arts ervoor kiest dit weg te laten snijden. Nou zijn 36.000 nieuwe gevallen natuurlijk al veel, maar Van Rossum geeft aan dat dit mogelijk nog een onderschatting is. “In Nederland registreren we het aantal gevallen van basaalcelcarcinoom niet goed. Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) doet dit wel voor plaveiselcelcarcinoom en melanoom, maar niet voor basaalcelcarcinoom. Daar komt bij dat artsen er regelmatig voor kiezen om een basaalcelcarcinoom niet weg te snijden. Op dat moment komen er natuurlijk ook geen gegeven over vrij.” zegt ze. Plaveiselcelcarcinoom komt iets minder voor, maar is wel gevaarlijker. Jaarlijks krijgen zo’n 9.000 patiënten de diagnose plaveiselcelcarcinoom en jaarlijks sterven er ongeveer 100 patiënten aan de ziekte. Dan de meest agressieve en bekendste vorm van huidkanker: melanoom. Jaarlijks krijgen ongeveer 6.700 mensen deze diagnose. Dit is duidelijk de meest gevaarlijke vorm van huidkanker, want er overlijden ongeveer 800 mensen per jaar aan. Veel meer dus dan aan de andere vormen van huidkanker. Daarnaast komt deze zeer gevaarlijke vorm van huidkanker in Nederland relatief vaak voor en hoort Nederland binnen Europa tot de koplopers.

Op dit moment staat huidkanker in Nederland al op nummer twee, zowel bij mannen als vrouwen, van de lijst met meest voorkomende soorten kanker. En dat is nog exclusief het aantal patiënten met basaalcelcarcinoom. Het is dus echt een groot gezondheidsprobleem. Naar verwachting zullen deze cijfers alleen nog maar stijgen. Opvallend daarbij is dat het aantal huidkankerpatiënten harder gegroeid is dan alle andere vormen van kanker. Slaper zegt: “We begrijpen de toename van alle andere kankers samen ruwweg op basis van de veranderde leeftijdsverdeling door vergrijzing en de groei van de bevolking de afgelopen decennia. Maar huidkanker stijgt daar flink bovenuit. Het aantal gevallen van huidkanker steeg twee en een half keer zo veel als we zouden verwachten op basis van de vergrijzing. Dit komt waarschijnlijk omdat we ons ongenuanceerder zijn gaan blootstellen aan de zon. De strandkleding is de afgelopen honderd jaar flink veranderd en daarnaast hebben we meer vrije tijd gekregen en meer vakanties in zuidelijkere streken doorgebracht. De toekomst ziet er nog niet zo rooskleurig uit als we die trend doorzetten. Het hangt nu heel sterk af van hoe succesvol de ingezette preventiecampagnes zijn.”

Voorkomen is beter dan genezen
Een voorbeeld van zo’n preventieprogramma is smeren, kleren of weren van de KWF kankerbestrijding. Van Rossum zegt: “In het verleden is er veel tijd en energie gestoken in voorlichting, maar ondanks dat zijn er nog veel mensen die onbeschermd of heel veel in de zon komen. Dat betekent dat de voorlichting de mensen niet bereikt, maar het kan ook zo zijn dat de voorlichting de mensen wel bereikt en ze er niks mee doen. Beide vind ik behoorlijk zorgelijk.” Het is dus te hopen dat deze nieuwe campagne, gericht op kinderen, beter aanslaat in de hoop het aantal huidkankergevallen in de toekomst terug te dringen.

Afbeelding: chezbeate/<a href="https://pixabay.com/en/sunscreen-skincare-protection-1461335/" rel="noopener" target="blank">Pixabay</a>

Afbeelding: chezbeate/Pixabay

Maar hoe bescherm je jezelf dan op de juiste manier tegen de zon? Het antwoord is smeren. Dit is misschien een voor de hand liggend antwoord, maar het gaat nog wel eens mis met het gebruik van zonnebrandcrème. Mensen gebruiken bijvoorbeeld te weinig zonnebrandcrème of smeren zich niet vaak genoeg in. Van Rossum zegt: “Het is inmiddels heel duidelijk dat je voor optimale bescherming de zonnebrandcrème om de twee uur opnieuw moet aanbrengen. Zweten, water, zand of schurende kleding maakt de zonnebrandcrème minder werkzaam, het beschermende laagje verdunt dan.” Dus smeer je factor 50 en denk je 50 keer zo lang in de zon te kunnen liggen voor je verbrand heb je het helaas mis. Ook factor 50 zal zijn werkzaamheid verliezen in die omstandigheden en dus opnieuw aangebracht moeten worden. Daar komt bij dat je de factor die je denkt te smeren vaak niet eens haalt. Van Rossum zegt: “Om die factor te halen moet je vrij veel zonnebrandcrème gebruiken. Dan moet je twee milligram per vierkante centimeter smeren. Ik heb dat ooit een keer uitgerekend en als je dat omzet naar je hele lichaam heb je zo’n beetje 30 gram nodig. Dat is eigenlijk zo’n beetje de hele tube zonnebrandcrème. Dat doet niemand. Dus de beschermingsfactor die op de tube staat haal je in de praktijk vaak niet.” En het is niet zo dat wanneer je de helft smeert je de helft van de bescherming overhoudt. Slaper zegt: “Dus je gaat niet van factor 50 naar factor 25, maar dan ga je van 50 naar de wortel van 50, dus ongeveer 7. Dus je houdt een protectiefactor 7 over. Als je bijvoorbeeld uit gaat van factor 30, dan hou je wortel 30 over, ongeveer 5,5. Met andere woorden, je zit meestal flink onder de beschermingsfactor die op de tube staat. Kortom, als we onszelf goed willen beschermen moeten we ons vaker insmeren en vooral niet te zuinig smeren.

Ook kleding beschermt je huid tegen de zon, maar misschien minder dan je dacht. Van Rossum zegt: “De mate van zonbescherming van kleding is afhankelijk van wat je draagt. Het hangt bijvoorbeeld af van de kleur van de stof, hoe dicht de stof geweven is, of er bleekmiddelen in zitten en hoe vaak het gewassen is. Een heleboel factoren eigenlijk. De beschermende factor van kleding varieert van ongeveer factor 7 tot misschien wel factor 100. Een simpel zomers katoenen T-shirt lijkt ongeveer rond factor 10 te zitten en een hele dicht geweven zwarte zware spijkerbroek kan misschien wel factor 100 aan bescherming geven.” Kleding geeft dus wellicht niet altijd voldoende bescherming en het is niet verkeerd je daar bewust van te zijn.

Afbeelding: fietzfotos/<a href="https://pixabay.com/en/beach-sand-waters-sea-coast-3036564/" rel="noopener" target="blank">Pixabay</a>

Afbeelding: fietzfotos/Pixabay

Niet alleen kleding geeft niet altijd voldoende bescherming, maar bewolking ook. Vaak denken mensen dat bewolking genoeg UV-straling tegenhoudt, maar in werkelijkheid valt dat best wel tegen. Slaper zegt: “Bewolking houdt wel wat uv-straling tegen, maar doorgaans komt het grootste deel komt daar alsnog doorheen. De zonkracht zit dan misschien op drie of vier, maar als je in die omstandigheden lang buiten bent zul je uiteindelijk alsnog verbranden.” Uit metingen van het RIVM blijkt dat bewolking gemiddeld ongeveer 35% van de UV-straling tegenhoudt, maar er dus alsnog 65% doorheen komt. Het is daarom zeker verstandig om je op een bewolkte zomerdag alsnog in te smeren als je lang buiten bent.

Wanneer je dit toch doet, loop je 59% meer kans op het ontwikkelen van huidkanker.

Maar de zon mijden, vooral tussen 11:00 uur en 16:00 uur, is nog beter. Toch willen veel mensen een ‘gezond’ bruin kleurtje en zoeken daarom tegen alle adviezen in toch de zon daarvoor op. En niet alleen de zon buiten, maar ook de zonnebank binnen. Van Rossum zegt: “De World Health Organisation, de WHO, heeft de zonnebank op de lijst met carcinogenen gezet. We weten ook, dat zonnebankgebruik door mensen jonger dan 35 het risico op het ontwikkelen van melanoom sterk verhoogt.” Wanneer je dit toch doet, loop je 59% meer kans op het ontwikkelen van huidkanker. Nou zul je wellicht verwachten dat dit alleen geldt voor mensen die de zonnebank regelmatig gebruiken, maar ook het af en toe gebruiken van een zonnebank is zeer schadelijk. Indien je namelijk ooit de zonnebank gebruikt hebt, loop je 20% meer risico op het ontwikkelen van melanoom ten opzichte van mensen die nog nooit onder een zonnebank gelegen hebben. Daarbij verhoog je het risico daarop met 1,8% per zonnebanksessie. We moeten dus zeker niet te lichtzinnig denken over deze machines.

Mede hierom is er een minimumleeftijd van 18 jaar vastgesteld om gebruik te kunnen maken van een zonnebank. “Maar dit wordt zeer slecht gehandhaafd, laat staan gecontroleerd door wie dan ook. Wat ons dermatologen betreft zouden ze de hele zonnebank in de ban mogen doen, maar dat zie ik nog niet zo snel gebeuren. Net als bij roken, dat is ook sterk carcinogeen en dat wordt ook niet verboden. Alcohol net zo goed. En dat zijn natuurlijk ook hele carcinogene stoffen. Wel vind ik dat de overheid meer mag doen om te voorkomen dat minderjarigen, maar ook volwassenen naar een zonnestudio gaan. Maar het feit dat onze eigen minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge, zelf al om de week onder de zonnebank gaat liggen is al geen goed voorbeeld.” zegt van Rossum.

Afbeelding: Gerlach/Pixabay

Afbeelding: Gerlach/Pixabay

De zon geeft ons weliswaar leven, maar blootstelling eraan heeft dus wel degelijk veel schadelijke gevolgen. Daarbij is het niet alleen schadelijk als je verbrandt, maar zelfs als je bruin wordt is er al sprake van schade aan je huid. Ook het risico op huidkanker groeit daarmee. Naast verbranden speelt een hoge chronische blootstelling daarbij ook een grote rol. Alleen als we ons zongedrag aanpassen kunnen we de toekomstige groei in huidkankergevallen beperken. Om dat te bewerkstelligen is het raadzaam de zomerzon te mijden tussen 11:00 uur en 16:00 uur en als dat niet mogelijk is je toch om de twee uur met voldoende zonnebrandcrème in te smeren. Misschien ook wanneer je je in de schaduw bevindt of wanneer het bewolkt is. Dat houdt immers lang niet alle UV-straling tegen. Daarnaast is het sterk af te raden onder de zonnebank te gaan liggen, want ook dit zorgt voor een sterk verhoogd risico op huidkanker. Maar Slaper zegt ook: “Ik zou het wel onzinnig vinden als mensen zich ineens heel bang gaan voelen in de zon, je mag er echt wel van genieten. Maar net als met meer zaken, wel met mate. Als we bruin iets minder gaan associëren met gezond en ook tevreden zijn met een iets minder bruin kleurtje hebben we al een stuk gewonnen.”

ENQUÊTE
Hier vind je een enquête over dit artikel. Ook wanneer je niet de gehele tekst gelezen hebt, hebben we er baat bij als je de enquête toch invult. Het invullen van deze enquête bedraagt ongeveer 5 minuten en de antwoorden op de vragen zullen uitsluitend anoniem verwerkt worden. Eenzelfde enquête zul je mogelijk vaker tegenkomen onder andere artikelen op Scientias.nl. De data zullen per artikel geanalyseerd worden, daarom willen we je vriendelijk verzoeken de enquête opnieuw in te vullen wanneer je deze tegenkomt onder een ander artikel. Bij voorbaat dank voor je tijd.