Uranium dat vorig jaar op een Nederlandse schroothoop is aangetroffen, maakte in de jaren ’40 deel uit van het nucleaire programma van de Duitsers. Dat concluderen wetenschappers. Het uranium zou in 1943 geproduceerd zijn en door de Duitse wetenschapper Karl Wirtz voor experimenten zijn gebruikt.

Uit de analyse blijkt dat het uranium uit de Joachimsthalmijn komt. Die mijn ligt in het huidige Tsjechië. De deeltjes stammen echter niet uit dezelfde productiepartij.

Uit de meeste historische analyses was eerder al gebleken dat het nucleaire programma van de Nazi’s nog niet eens in de buurt van een atoomwapen was toen Hitlers regime viel. Het zou dan ook in de verste verte geen tegenhanger van het Amerikaanse atoomprogramma genoemd mogen worden. De Duitsers hadden met hun anti-Semitische aanpak veel topwetenschappers uit het land verjaagd en de overheid zocht met de weinigen die nog overgebleven waren voortdurend de confrontatie op. Onder meer door ze te dwingen als gewone soldaten in het leger te dienen.

De geallieerden wisten niet dat de Duitsers zich zo flink in de vingers hadden gesneden en namen het zekere voor het onzekere toen de Nazi’s grote hoeveelheden zwaar water (water met deuteriumatomen in plaats van waterstofatomen) uit Noorwegen wilden halen om het te gebruiken voor een reactor. Er volgden vele bombardementen en een deel van de ontwikkelde technologie ging verloren.

Werner Heisenberg en Karl Wirtz waren twee wetenschappers die aan het Duitse nucleaire programma werkten, maar zij deden dat bedachtzaam. Na de oorlog biechtte Heisenberg op dat zowel hij als zijn collega’s hun twijfels hadden over de potentie van een nucleaire fusie als explosief. “Wij wilden absoluut niet bij dat hele bomgedoe betrokken worden,” zei hij. Heisenberg deed er dan ook alles aan om de verwachtingen van zijn superieuren laag te houden. “Ik wil het niet idealiseren: we deden het ook voor onze eigen veiligheid. Wij dachten dat de kans dat het tijdens de oorlog tot een atoombom zou leiden, nul was. Als we het anders hadden gedaan en duizenden mensen eraan gewerkt hadden en we alsnog niets ontwikkeld zouden hebben dan zou dat extreem onaangename consequenties voor ons hebben gehad.”