De liedjes worden al opmerkelijk lang van generatie op generatie doorgegeven.

Hoewel van heel wat diersoorten is aangetoond dat ze er culturele tradities – gedeelde gedragingen die ze van anderen leren en zelf ook weer doorgeven – op nahouden, wordt nog altijd aangenomen dat mensen de enigen zijn met tradities die werkelijk lang standhouden. Maar een nieuw onderzoek onder moerasgorzen (Melaspiza georgiana) onthult dat deze soort er – ondanks dat deze een veel kleiner brein heeft dan wij – culturele tradities op nahoudt die zich qua stabiliteit met de onze kunnen meten.

Mannelijke moerasgorzen gebruiken hun liedjes om een partner aan te trekken en het territorium te verdedigen. De liedjes zijn opgebouwd uit tussen de twee en vijf noten die keer op keer herhaald worden. Jonge vogels leren de liedjes al in de eerste weken van hun leven, simpelweg door de liedjes die soortgenoten in de buurt zingen, na te zingen.

De onderzoekers bestudeerden de liedjes van 615 mannelijke moerasgorzen die deel uitmaakten van zes populaties in New York, Pennsylvania, Michigan en Wisconson. De liedjes werden geanalyseerd en met behulp van modellen gingen de onderzoekers na hoe deze zich binnen de populaties hadden verspreid.

Het onderzoek wijst onder meer uit dat jonge moerasgorzen er zeker niet de kantjes aflopen als ze nieuwe liedjes leren. In 98 procent van de gevallen blijken ze de liedjes accuraat tot zich te nemen. Daarnaast blijkt dat de vogels ervoor kiezen om alleen de liedjes te leren die ze heel vaak in hun omgeving horen. Wat obscuurdere versies ervan laten ze links liggen. Het leidt ertoe dat elk nieuw liedje dat in een populatie ontstaat, maar een kort leven beschoren is, terwijl de ‘gouwe ouwe’ door nieuwe generaties omarmd worden. En dat maakt de zangtradities van dit vogeltje zo stabiel. “De typen liedjes die je vandaag de dag in de moerassen in het noordoosten van de VS hoort, zijn er wellicht al 1000 jaar en zijn heel nauwkeurig van de ene op de andere generatie overgedragen,” stelt onderzoeker Robert Lachlan.