De dikste en oudste kappen smelten een stuk sneller dan de dunnere ijskappen. Dat blijkt uit onderzoek van NASA.

NASA vergeleek dikke ijskappen (ijs dat minstens twee zomers heeft overleefd) met de dunnere exemplaren die in de winter ontstaan en in de zomer weer verdwijnen en ijs dat één zomer heeft overleefd. En uit dat onderzoek blijkt verrassend genoeg dat dik ijs aan de randen van de ijskap op de Noordelijke IJszee sneller smelt.

Kwetsbaar
Dat ouder ijs zo snel verdwijnt, wijst erop dat het ijs op de Noordelijke IJszee met name in de zomers nog veel kwetsbaarder is dan gedacht. “De gemiddelde dikte van het zee-ijs neemt af, omdat het in rap tempo de dikke component – het meerjarige ijs – verliest,” vertelt onderzoeker Joey Comiso. “Tegelijkertijd stijgt de oppervlaktetemperatuur op de noordpool, waardoor de periode waarin zich ijs vormt, korter is. Er is een aanhoudende koudegolf voor nodig om het meeste meerjarige ijs en andere types ijs in de winter dik genoeg te laten groeien zodat ze het smeltproces in de zomer kunnen weerstaan.”

WIST U DAT…

Drie soorten
De onderzoekers onderscheiden drie soorten ijs: ijs dat twee jaar of ouder is, ‘vast ijs’: ijs dat minstens één zomer heeft doorstaan en ijs dat ‘s winters ontstaat en ‘s zomers weer verdwijnt en dus nog geen jaar oud wordt. IJs ouder dan twee jaar is dus vast ijs. Maar niet al het vaste ijs is ouder dan twee jaar. Het ijs ouder dan twee jaar neemt in omvang per decennium met ongeveer 15,1 procent af. Het ‘vaste ijs’ neemt elke tien jaar met 12,2 procent af.

Verklaring
De onderzoekers denken wel te weten waarom het oude ijs in vergelijking met meerjarige, maar jongere ijs sneller smelt. IJs ouder dan één jaar is de afgelopen dertig jaar flink minder geworden. Hierdoor is er meer open water ontstaan, waar seizoensijs (ijs dat in de winter ontstaat en in de zomer weer verdwijnt) kon groeien. Hoe meer seizoensijs, hoe groter de kans dat een deel hiervan de zomer overleeft en dus ‘vast ijs’ wordt. Dat verklaart waarom ijs ouder dan één jaar minder snel afneemt dan het ijs dat minstens twee zomers heeft doorgemaakt.

Uit het onderzoek van Comiso blijkt ook dat het ijs een cyclus van zo’n negen jaar doormaakt. Deze cyclus begint met enkele jaren waarin ijs groeit en daarna sterk afneemt. Dat zou verklaren waarom het ijs in 2008 zo schaars was en daarna weer toenam.

Het witte ijs is ijs dat minstens één zomer heeft overleefd. De blauwe gedeeltes ijs is winters zeeijs. Afbeeldingen: NASA.