dino

Het is een vraag die wetenschappers al lang bezighoudt: waren de dinosaurussen nu koud- of warmbloedig? Een nieuw onderzoek komt met een opmerkelijk antwoord op die vraag: de dino’s waren geen van beiden!

Alhoewel de dinosaurussen miljoenen jaren op rij over de aarde heersten, kwam er ook aan hun gouden tijdperk ongeveer 66 miljoen jaar geleden een eind. Vandaag de dag is er van de meeste dinosaurussoorten niet veel meer teruggevonden dan enkele botten. Hoewel die botten ons veel kunnen vertellen over het leven van de dino’s, verraden ze bitter weinig over of de enorme reptielen nu koud- of warmbloedig waren.

Groeisnelheid en stofwisseling
Maar onderzoekers van de universiteit van Nieuw-Mexico denken nu toch te weten hoe het zit. Ze bestudeerden de groeisnelheid en het energieverbruik van een groot aantal moderne organismen, waaronder haaien, tonijnen, paarden, zeeschildpadden en struisvogels. Uit dat onderzoek blijkt dat dieren die sneller groeien niet alleen meer energie nodig hebben, maar ook een hogere lichaamstemperatuur hebben. Groeisnelheid bleek dus een goede indicatie te geven van de stofwisselingssnelheid. Warmbloedige organismen die tien keer sneller groeiden dan koudbloedige organismen hadden ook een tien keer snellere stofwisseling.

De groeisnelheid van verschillende organismen. De dinosaurussen zitten overduidelijk tussen de warmbloedige zoogdieren en vogels (in rood) en de koudbloedige vissen en reptielen (in blauw) in. Afbeelding: John Grady.

De groeisnelheid van verschillende organismen. De dinosaurussen zitten overduidelijk tussen de warmbloedige zoogdieren en vogels (in rood) en de koudbloedige vissen en reptielen (in blauw) in. Afbeelding: John Grady.

Net als de witte haai
Vervolgens keken de onderzoekers naar de groeisnelheid van verschillende dinosaurussen. Aan de hand daarvan brachten de onderzoekers de snelheid van de stofwisseling in beeld. Uit dat onderzoek kwamen opvallende resultaten: de groeisnelheid van de dinosaurussen leek niet op die van warmbloedige dieren, noch op die van koudbloedige organismen. De dinosaurussen bleken als het om lichaamstemperatuur ging overduidelijk tussen moderne zoogdieren en reptielen in te zitten. Ze waren dus niet koud- of warmbloedig, maar iets daartussenin. Een strategie die vandaag de dag door slechts enkele organismen – waaronder de witte haai – gebruikt wordt.

Snellere groei
De onderzoekers ontdekten dat gevederde dinosaurussen en primitieve vogels aanzienlijk trager groeiden dan moderne vogels. “Archaeopteryx, de eerste vogel had twee jaar tijd nodig om volwassen te worden,” stelt onderzoeker John Grady. “Maar een roodstaartbuizerd – die ongeveer net zo groot is – doet daar maar zes weken over.” Hoewel dinosaurussen niet zo snel groeiden als moderne vogels of zoogdieren, groeiden ze wel aanzienlijk sneller dan moderne reptielen.

Dat de dinosaurussen niet warm- noch koudbloedig waren, heeft er waarschijnlijk sterk aan bijgedragen dat ze uiteindelijk vrijwel elk ecosysteem beheersten. Zo konden ze niet alleen sneller groeien en zich sneller voortplanten, maar ook sneller bewegen dan hun koudbloedige familieleden. Tegelijkertijd hadden ze daarvoor niet zoveel voedsel nodig als een warmbloedig dier nodig zou hebben. “Een leeuw zo groot als een T. rex zou snel sterven, omdat het lastig zou zijn om voldoende voedsel te vinden.”