Duiven zijn prima in staat om de weg naar huis te vinden. Zelfs als ze zich honderen kilometers van de duiventil verwijderd weten. Wetenschappers proberen al jaren te achterhalen hoe de dieren het doen en hebben een nieuwe aanwijzing gevonden: de dieren bepalen onder meer aan de hand van geuren waar ze zijn en waar ze heen moeten. Die geuren pikken ze op met hun rechterneusgat.

Er is al heel veel onderzoek naar duiven gedaan. Uit meerdere studies kwam naar voren dat de dieren zich onder meer door geuren laten leiden. Wanneer ze in hun hok zitten, leren ze de richtingen van waaruit geuren komen. Zo vormen ze in hun gedachten een soort kaart met geuren.

Neusgat
Wetenschappers wilden daar wel eens meer over weten en verzamelden een aantal duiven. De onderzoekers stopten bij de helft van de dieren het linkerneusgat dicht en deden bij de andere helft het tegenovergestelde. Vervolgens werden de dieren zo’n 40 kilometer van huis losgelaten. Met behulp van zendertjes konden de wetenschappers de dieren volgen.

WIST U DAT…

Langer onderweg
De duiven die enkel door hun linkerneusgat konden ademhalen, deden er veel langer over om thuis te komen. Ook stopten ze vaker onderweg en hadden ze meer moeite om de weg te vinden.

Uit eerdere onderzoeken was al gebleken dat duiven gebruikmaken van het magnetisch veld van de aarde om de weg naar huis te vinden. Maar de onderzoekers concluderen dat het magnetische veld alleen onvoldoende is. Geuren stellen de dieren in staat om niet alleen de richting te bepalen, maar ook vast te stellen waar hun locatie zich met betrekking tot de duiventil bevindt.